Ambtenaren: uitvoering openbaarheid bestuur kan scherper

Afbeelding: Row 11: Text & software van Marcin Wichary | Licentie: CC BY

Onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken wijst uit dat oneigenlijk gebruik van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) beperkt is. Nog altijd heeft de minister geen oog voor de moedwillige tegenwerking door de overheid die burgers en journalisten ervaren.

Minister Donner stuurde eerder deze week een brief aan de Tweede Kamer. De brief wordt begeleid met de resultaten van een enquête onder ambtenaren. Het rapport rammelt aan alle kanten. Op basis van het onderzoek concludeert de minister dat “de omvang van het probleem van oneigenlijk gebruik van de wet lijkt mee te vallen”. Verzoekers die geld proberen te verdienen aan een traag reagerende overheid, houden daar weinig aan over. De bewindsman constateert ook “dat omvangrijke verzoeken niet in grote getale ingediend worden”.

De minister besteedt slechts één van zijn zestien pagina’s lange kamerbrief aan de kant van de verzoekers. In de praktijk ervaren burgers en journalisten regelmatig actieve obstructie door de overheid. De minister gaat voorbij aan het vaak aantoonbaar onnodige uitstel van de beslissing op een verzoek. Ook spreekt de bewindsman met geen woord over de onzorgvuldige en soms willekeurige censuur waarmee onterecht veel informatie in documenten wordt weggestreept. Aan inbreng voor de minister heeft het niet gelegen. Er is in de afgelopen maand veel kritiek geweest op de eenzijdige plannen van Donner. Naast kritiek hebben de ambtenaren ook tal van goede ideeën in de enquête aangeleverd.

Die suggesties gaan onder andere over de informatiehuishouding van de overheid. Het is lastig documenten openbaar maken als deze onvindbaar zijn opgeslagen. Daarom is een goede dossier- en archiefvorming is noodzakelijk, volgens een van de geciteerde ambtenaren. Een ander stelt voor om documenten die in zijn geheel openbaar kunnen, direct op de website te publiceren. Dat voorkomt een flink aantal verzoeken. En op verzoeken die dan toch nog gedaan worden, kan met een eenvoudige verwijzing worden volstaan. Ook kan de inrichting van nieuwe opgestelde documenten handiger. Door documenten op te stellen met openbaarheid in het achterhoofd, kan het achteraf wegstrepen van bijvoorbeeld persoonsgegevens eenvoudiger en efficiënter. Een andere respondent merkt op dat directere communicatie met de verzoeker meteen veel onduidelijkheden over de omvang van een verzoek wegneemt.

Ook de organisatie zelf kan beter. Zo worden onder meer genoemd: een betere registratie van verzoeken, een betere kennis over de werking van de wet en het bewerkstelligen van een cultuurverandering in de richting van meer openheid en transparantie. Verzoeken “honoreren, tenzij” in plaats van “weigeren, tenzij”.

Minister Donner doet er goed aan te luisteren naar deze ambtenaren. Het zijn voordelige oplossingen. Niet alleen de uitvoering van de wet voor overheden en verzoekers wordt verbeterd, het komt ook de overheid in zijn geheel ten goede. Wil de minister de wet al aanpassen, dan moet dat evenwichtig. Niet eenzijdig het minimale oneigenlijk gebruik beperken, maar ook een snelle, zorgvuldige afhandeling bevorderen.

Dit artikel is ook gepubliceerd op Sargasso.