Minister onderzoekt decryptieplicht

voorblad document Barrièremodel Kinderporno

In voorbereiding op een debat over de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen met de Tweede Kamer stuurde de minister van Veiligheid en Justitie de Kamer een voortgangsbericht. 

De minister schrijft in zijn brief aan de Tweede Kamer:

Op 15 september 2011 heb ik het officiële startschot gegeven voor een filterproject onder de naam «pilot Leaseweb». Dit publiekprivate filter-project is geïnitieerd naar aanleiding van de discussie over het vermin-deren van kinderpornografisch materiaal op het internet. […] Leaseweb en Fox-IT zullen uploads van kinderpornografische afbeeldingen gaan filteren, op basis van de Nederlandse Database Kinderpornografie (KLPD). Hiermee wordt het lastiger om (bekend) kinderpornografisch materiaal op het internet te plaatsen en met anderen te delen.

Bits of Freedom schreef in aanloop tot het debat in de Tweede Kamer een brief aan de leden van het parlement en stelde vast:

De bestrijding van seksueel misbruik van kinderen is erg belangrijk. Juist daarom is het essentieel dat de gebruikte middelen in overeenstemming zijn met onze grondrechten. In deze brief komt Bits of Freedom tot de volgende conclusies:

  • Het filter vormt onder meer een inperking op het grondrecht van vrijheid van meningsuiting en privacy. De overheid heeft een sleutelrol ten aanzien van de selectie van informatie waarvan publicatie geweigerd wordt. Omdat hiervoor op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat, zou een voortgezette toepassing van dit filter in strijd zijn met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).
  • De proef met dit filter moet daarom worden beëindigd op de beoogde einddatum. Het filter mag alleen worden voortgezet indien dat gebeurt op een manier waarbij fundamentele grondrechten van burgers wordt gerespecteerd. Dat zal moeten plaatsvinden op basis van een wettelijke bevoegdheid waarover een uitgebreid debat heeft plaatsgevonden met aandacht voor de noodzakelijkheid en de effectiviteit van het filter.

Over de mogelijkheden voor een decryptieplicht schrijft de minister:

In mijn brief aan uw Kamer van 10 juni 2011 ben ik ingegaan op de door het lid Van Toorenburg van de fractie van het CDA opgeworpen vraag of er wetgeving zou moeten komen om verdachten in kinderpornozaken te kunnen verplichten medewerking te verlenen aan het toegankelijk maken van gegevens op een computer die met gebruik van encryptie zijn versleuteld (hierna: decryptiebevel). […]

In het Verenigd Koninkrijk heeft echter geen uitvoerig debat plaatsgevonden over de verhouding tot het in artikel 6 EVRM vervatte nemo tenetur-beginsel. Tot nu toe is de regeling van het Verenigd Koninkrijk niet aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voorgelegd. Naar aanleiding van de ervaringen in het Verenigd Koninkrijk ben ik van oordeel dat de mogelijkheden van een vergelijkbare regeling in de Nederlandse strafwetgeving met een positieve grondhouding dienen te worden benaderd. […]

Alvorens tot het in voorbereiding nemen van wetgeving te besluiten, acht ik dan ook een nader onderzoek naar de verenigbaarheid van een decryptiebevel aan verdachten in kinderpornozaken met het in artikel 6 EVRM vervatte nemo tenetur-beginsel wenselijk. Ik ben voornemens daartoe een -kortlopend- onderzoek te laten verrichten door een universiteit met specialisatie op het terrein van het internet en recht. Ik verwacht dat het onderzoek in de zomer van 2012 zal kunnen worden afgerond, en zal uw Kamer over de uitkomsten informeren.

Tenslotte noemt de minister ook nog het barrièremodel:

In dit barrièremodel (zie bijlage) is het kinderpornografieproces in beeld gebracht. Dit proces is uitgewerkt in een aantal handelingen (zowel strafbare als niet strafbare) en activiteiten die een (potentiële) dader onderneemt of zou kunnen ondernemen. Gekoppeld aan deze activiteiten zijn manieren geformuleerd waarop ingegrepen kan worden om zo een barrière op te werpen voor de dader dan wel potentiële slachtoffers handvatten te geven om niet ten prooi te vallen aan een dader. Beoogd wordt om de aanpak van kinderpornografie te verbreden en zowel aan de «voorkant» als aan de «achterkant» effectief op te treden. Het barrière-model bevat verschillende interventies die eenvoudig en op korte termijn in te voeren zijn.

In de bijlage bij de brief staat het model beschreven met enkele schokkende interventies als mogelijke opties:

  • Verstoren peer to peer netwerken door aanmaken nepaccounts.
  • Verspreiden en/of aanbieden van zogenaamde kinderporno met virussen.
  • E-mail of sms-bom naar verdachte e-mailadressen / telefoonnummers.
  • Cookies op kinderpornosites plaatsen dat de politie meekijkt, IP-adres registreert en doorverwijzing naar ‘stop it now’ of afsluiten pagina en nep-kp pagina maken.