Politie onduidelijk over gebruik CIOT

Afbeelding: Fishing nets van Tomas Fano | Licentie: CC BY-SA 2.0

De politiekorpsen en het ministerie geven uiteenlopende verklaringen voor de verschillen tussen de vraag-antwoord verhoudingen tussen de korpsen. In het artikel ‘Politie schendt wet met bevragingen CIOT-database’ schrijft Webwereld:

Uit de jaarcijfers 2011 blijken drie opsporingsdiensten duizenden antwoorden meer terug te krijgen dan andere korpsen. Het regiokorps Gelderland-Zuid ontving 450.000 antwoorden op 72.000 bevragingen, het regiokorps Twente 132.000 antwoorden op 16.000 bevragingen en de Rijksrecherche 217.000 antwoorden op 24.000 bevragingen. Bij de andere 33 korpsen blijkt de verhouding vrijwel één-op-één te liggen, waarbij slechts een enkele bevraging leidt tot meerdere antwoorden.

De verklaringen van de drie opsporingsdiensten voor het grote aantal antwoorden loopt uiteen. De Rijksrecherche geeft aan ruimere bevragingen te doen in het kader van de complexiteit van onderzoeken. Die bevragingen zijn wel conform de voorschriften, laat een woordvoerder weten. “Wij doen dat voor bijvoorbeeld corruptieonderzoeken. In het systeem voeren we de postcode en het huisnummer in van bijvoorbeeld een ministerie of bedrijf en vinken opties aan als ip-adressen en telefoonabonnementen. Zo krijgen we een hele hoop subantwoorden terug.” De woordvoerder geeft aan dat deze werkwijze anders is dan bij regiokorpsen, die “hele andere onderzoeken doen, bijvoorbeeld moordzaken”.

Het regiokorps Twente verwijst voor een verklaring naar het Ministerie van Justitie. Charlotte Menten, Justitie-woordvoerster, geeft net als de Rijksrecherche aan dat het grote aantal antwoorden door onderzoek naar bedrijven komt. Ze vertelt dat bij invoer van een bedrijfspostcode alle naw-gegevens van de werknemers als antwoorden terugkomen. […]

Maar het regiokorps Gelderland-Zuid geeft een andere verklaring. Woordvoerder Florian Vingerhoeds verklaart het hoge aantal antwoorden door het bevragen van meerdere personen in één enkele bevraging. “Wanneer iemand vaak belt met bepaalde telefoonnummers, kunnen we van die personen ook gelijk de naw-gegevens opvragen”. Datzelfde geldt volgens hem voor de ip-adressen waarmee iemand vaak communiceert.

Zowel het grootschalig bevragen van ministeries en bedrijven als het invoeren van tientallen personen tegelijk staat op gespannen voet met de regelgeving die ten grondslag ligt aan de CIOT-telecomdatabase, vertelt Gerrit-Jan Zwenne, hoogleraar telecom- en privacyrecht van de Universiteit Leiden. Hij wijst op het Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie en de artikelen 126n en 126na die ten grondslag liggen aan de CIOT-bevragingen.

“Op deze manier een ministerie bevragen is wel erg breed. Voor sleepnettechnieken waarbij honderden gegevens direct worden opgevraagd is het systeem van de CIOT nooit bedoeld.” Volgens Zwenne wordt nu soms lukraak geraadpleegd met veel bijvangst die niet in het belang is van het onderzoek. “Dat is dan ook in strijd met de strekking van de regelgeving en waarschijnlijk ook met de letter ervan”, zegt Zwenne tegen Webwereld.