Ongrondwettig verklaring Duitse bewaarplicht heeft geen effect

De Minister van Justitie stuurde eerder deze week zijn antwoorden naar de Tweede Kamer, op vragen van Pechtold over het ongrondwettig verklaren van de implementatie van de bewaarplicht in Duitsland.

De Minister van Justitie stuurde eerder deze week zijn antwoorden naar de Tweede Kamer, op vragen van Pechtold over het ongrondwettig verklaren van de implementatie van de bewaarplicht in Duitsland. Over het oordeel in Duitsland schrijft hij:

Voor de beoordeling van de proportionaliteit is het van belang dat de gegevens niet door de staat maar door de aanbieders worden bewaard, dat het niet gaat om de inhoud van gesprekken maar om verkeersgegevens en dat op grond van heldere normen grenzen worden gesteld aan de toegang en het gebruik van de gegevens. […] Het Bundesverfassungsgericht is van oordeel dat de Duitse wetgeving ter implementatie van de richtlijn dataretentie op deze punten tekort schiet. De Duitse wetgeving bevat geen gedetailleerde normen over de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen.

De consequenties zijn beperkt:

Het Bundesverfassungsgericht constateert dat de richtlijn dataretentie kan worden geïmplementeerd zonder dat de Duitse Grondwet wordt geschonden maar formuleert strikte criteria voor de nationale wetgever de over toegang tot en gebruik van de bewaarde gegevens, zodat fundamentele rechten van de Duitse Grondwet worden gerespecteerd.

Vooropgesteld moet worden dat de uitspraak van het Duitse Bundesverfassungsgericht niet raakt aan de implementatie van de richtlijn dataretentie in Nederland.

In Nederland zijn specifieke regels van kracht voor de beveiliging van de te bewaren gegevens door de aanbieders. Dit betreft het Besluit beveiliging gegevens telecommunicatie, dat gedetailleerde en uitgebreide voorschriften bevat over technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van de beveiliging van, de toegang tot en de vernietiging van de bewaarde gegevens (Staatsblad 2009, 350). Dit omvat de beveiligingseisen ten aanzien van personeel, de fysieke beveiliging – ook van de omgeving – het beheer van communicatie- en bedieningsprocessen, de toegangsbeveiliging van geautomatiseerde informatieve systemen en de ontwikkeling, het onderhoud en de reparatie van geautomatiseerde systemen.

Voor wat betreft de omvang en het gebruik van de gegevens is de officier van justitie bevoegd in het belang van het opsporingsonderzoek een vordering te doen tot verstrekking van verkeersgegevens. Vereist is een verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten of een redelijk vermoeden dat in georganiseerd verband misdrijven worden beraamd of gepleegd die een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren.

Verder geldt in Nederland een verplichting tot kennisgeving achteraf bij de toepassing van de bevoegdheid tot het vorderen van verkeersgegevens. De officier van justitie doet aan de betrokkene schriftelijk mededeling van de uitvoering van die bevoegdheden, zodra het belang van het onderzoek dat toelaat. De mededeling blijft achterwege indien uitreiking daarvan redelijkerwijs niet mogelijk is.