Producenten kinderporno vaak ongemoeid, zegt Openbaar Ministerie

Door capaciteitsgebrek bij de politie beperkt de bestrijding van kinderporno zich in de praktijk in veel gevallen tot het aantonen van bezit. Vanwege de grote werkvoorraad blijven vervaardigers en verspreiders nog te veel ongemoeid.

In haar Jaarbericht over 2009 schrijft het Openbaar Ministerie over kinderporno:

Het aantal rechercheonderzoeken naar kinderporno dat in ons land wordt verricht, is dit jaar gegroeid naar meer dan 350. Niettemin liggen er nog honderden zaken op de plank. De werkvoorraad is in de loop van het jaar zelfs gegroeid, onder meer doordat creditcardmaatschappijen de ip-adressen aan opsporingsdiensten zijn gaan doorgeven van individuen die met een creditcard via internet porno kopen. Ook komen via zowel het particuliere als het politiemeldpunt cybercrime steeds meer meldingen binnen over het lastigvallen van kinderen en jongeren via webcam- en hacktechnieken. Voor wat betreft kinderporno op internet klinkt de roep om de aandacht meer te richten op producenten en seksueel misbruikers dan op downloaders. Het is evenwel niet mogelijk om in een vroeg stadium de zaken te selecteren waarin kinderporno zelf is gemaakt en gedistribueerd: daarvoor is het meestal nodig de verdachten ook te horen en dus moet daarnaar nader onderzoek worden gedaan. Het in kaart brengen van het internetverkeer van verdachten en het beoordelen van grote aantallen digitaal opgeslagen afbeeldingen vergen veel tijd en deskundigheid. Door capaciteitsgebrek bij de politie beperkt de bestrijding van kinderporno zich in de praktijk in veel gevallen tot het aantonen van bezit. Vanwege de grote werkvoorraad blijven vervaardigers en verspreiders nog te veel ongemoeid.