AIVD moet regels over staatsgeheimen aanscherpen

Afbeelding: Confidential van Truthout.org | Licentie: CC BY-NC-SA 2.0

De CTIVD constateert dat de interne regels voor het classificeren van informatie onvoldoende zijn.

De AIVD meldt in een persbericht:

Het rubriceren van staatsgeheime informatie verloopt over het algemeen goed, stelt de CTIVD. Maar de regels uit het Voorschrift informatiebeveiliging Rijksoverheid – bijzondere informatie (Vir-bi) keren niet goed terug in interne regelgeving. De Commissie concludeert verder dat in sommige gevallen rubricering van informatie die niet direct verbonden is aan de taakuitoefening van de AIVD, bediscussieerbaar is.

In het rapport van de CTIVD staat onder meer:

De Commissie heeft bij haar onderzoek vastgesteld dat de algemene rubriceringsregeling die in het Vir-bi is neergelegd niet of nauwelijks door de AIVD in interne regelgeving nader is uitgewerkt. De interne regelgeving is verouderd, niet breed intern beschikbaar of biedt onvoldoende houvast voor de praktijk. De Commissie acht het van belang dat de AIVD komt tot een nadere, op de praktijk gerichte, invulling van de rubriceringsrichtlijnen. […]

Aangaande de externe verstrekking van staatsgeheime gegevens, dat wil zeggen staatsgeheime informatie die wordt verstrekt aan afnemers buiten de AIVD, merkt de Commissie op dat het haar is gebleken dat het voor afnemers niet in alle gevallen duidelijk is waarin het staatsgeheime karakter is gelegen. Indien de AIVD waar mogelijk per alinea aan aangeeft of deze staatsgeheim is, leidt dit er eveneens toe dat de meerwaarde door de afnemer wordt onderkend. Het voorkomt tevens dat er sprake zal zijn van uitholling van de beveiligingsvoorschriften. Indien het immers niet duidelijk is waarom informatie geheim moet blijven, ligt het risico op de loer dat de beveiligingsvoorschriften minder stringent worden toegepast.

De Commissie heeft vastgesteld dat de AIVD niet pleegt aan te geven wat de rubriceringstermijn is op vastgestelde stukken. Het Vir-bi voorziet in een maximum rubriceringsduur die uiteen kan lopen van tien tot twintig jaar, afhankelijk van het type informatie. De Commissie wijst erop dat het een maximum rubriceringstermijn betreft en dat waar mogelijk een korte rubriceringstermijn dient te worden gehanteerd. De Commissie acht het aanbevelenswaardig dat de AIVD per document aangeeft wat de rubriceringstermijn is.

Daarmee verband houdende constateert de Commissie dat een structureel derubriceringsprogramma bij de AIVD afwezig is. De AIVD doet geen onderzoek naar de mogelijkheid om na verloop van tijd de rubricering van informatie te herzien of te beëindigen. De Commissie wijst erop dat deze actieve verplichting ingevolge het Vir-bi wel aan de AIVD is opgelegd en dat de AIVD deze bepaling tevens heeft overgenomen in de eigen interne regelgeving. In de praktijk wordt de rubricering van informatie enkel herzien in het kader van het uitbrengen van een ambtsbericht of bij de behandeling van verzoeken om kennisneming van door of ten behoeve van de diensten verwerkte gegevens (de zogeheten inzageverzoeken).