Wettelijke basis verzoek rechter inzage persoonsgegevens

In het eerste lid van artikel 46 van de Wet bescherming persoonsgegevens is bepaald dat als je als belanghebbende van mening bent dat de organisatie de verkeerde beslissing heeft genomen, je deze beslissing via de rechter kunt aanvechten.

Gang naar de rechter

In artikel 46 staat:

Indien een beslissing [als bedoeld in artikel 35] is genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek, de verantwoordelijke te bevelen alsnog een verzoek als bedoeld in [artikel 35] toe of af te wijzen […].

Het tweede, derde en vierde lid van het artikel stelt wat randvoorwaarden. De rechter moet binnen zes weken na de beslissing of het verlopen van de beslissingstermijn het verzoek ontvangen. De belanghebbende hoeft daarbij niet de hulp van een advocaat in te roepen. En de rechter kan, voordat zij een beslissing neemt, de partijen om hun zienswijze vragen.

Het vijfde lid verwijst naar de derde afdeling van de vijfde titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierin wordt de dwangsom geregeld, in het geval dat aan de veroordeling niet wordt voldaan. Het eerste lid (van artikel 611a Rv) luidt:

De rechter kan op vordering van een der partijen de wederpartij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan, onverminderd het recht op schadevergoeding indien daartoe gronden zijn. Een dwangsom kan echter niet worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom.

De rest van het artikel bepaalt enkele details met betrekking tot de dwangsom, zoals in het geval van een faillissement van de veroordeelde.

Het zesde en laatste lid van artikel 46 Wbp geeft de rechtbank de ruimte om extra informatie en documenten op te vragen:

De rechtbank kan partijen en anderen verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn schriftelijke inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. De verantwoordelijke en belanghebbende zijn verplicht aan dit verzoek te voldoen. […]

Daarbij wordt verwezen naar tweede en derde lid van artikel 8:45 en artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht.