Brief Hirsch-Ballin aan Europese Commissie over bewaarplicht

De minister van Justitie heeft een paar dagen geleden de Europese Commissie p de hoogte gebracht van de bezwaren die de Eerste Kamer met de bewaarplicht heeft.

De brief die de minister verstuurde gaf uitvoering aan de motie van het Eerste Kamer lid Franken. Die motie luidde:

[…] constaterende, dat de bewaarplicht van met name internetgegevensslechts in beperkte mate effectief kan zijn, waardoor nut en noodzaak van een implementatiewet – waartoe de Nederlandse regering verplicht is – intwijfel kunnen worden getrokken,

verzoekt de regering de Europese Commissie op de hoogte te stellen vande bezwaren van de Eerste Kamer en er bij de Commissie op aan te dringen dat in de reeds voorziene evaluatie van de Richtlijn uitgebreidaandacht zal worden besteed aan de effectiviteit van de opslag van internetverkeersgegevens, […]

In de brief zelf schrijft de minister:

In de discussie rondom de totstandkoming van de eerdergenoemde richtlijninzake de bewaarplicht van telecommunicatiegegevens en bij de behandeling van de implementatiewetgeving zijn door de Eerste Kamer van het Nederlandseparlement kritische opmerkingen geplaatst ten aanzien van de bewaarplicht voor telecommunicatieverkeergegevens, in het bijzonder met betrekkinginternetgegevens. […]

[…] De noodzaak van de bewaring van deze gegevens ten behoevevan de opsporing en vervolging van strafbare feiten is tot nu toe onvoldoende aangetoond, zodat niet wordt voldaan aan het noodzakelijkheidsbeginsel, alsbedoeld in artikel 8 EVRM. Dit klemt temeer daar de richtlijn een bewaartermijn voorschrijft van tenminste zes en maximaal 24 maanden, in het licht van hetnoodzakelijkheidsbeginsel verdient de noodzaak van een bewaartermijn van langer dan zes maanden een gedegen onderbouwing. zodat aangetoond kan worden dat het niet gaat om een wens tot bewaring (‘nice to have’) als wel omeen noodzaak tot bewaring ((‘need to have’).

[…] De effectiviteit van de bewaarplicht wordt ook aangetast doordar verschillendeinternetdiensten niet onder de reikwijdte van de richtlijn 2006/24/EG vallen. Dit betreft bijvoorbeeld internettelefonie door middel van Skype. Verder zijn erdiensten die niet onder de bewaarplicht vallen omdat de aanbieders niet in een lidstaat van de Europese Unie zijn gevestigd. Dit betreft diensten als gmail enhotmail. Hiermee wordt ernstig afbreuk gedaan aan de effectiviteit van de bewaarplicht voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten.

[…] De bewaartermijn kent echtereen bandbreedte van tenminste 6 tot maximaal 24 maanden. De verplichtingen voor de aanbieders in de verschuillende lidstaten zullen daardoor uiteen kunnenlopen. Dit zal van invloed kunnen zijn op de bedrijfsvoering en de concurrectieverhoudingen als aanbieders in verschillende lidstaten actief zijn. […]


[…] De bewaring vanverkeersgegevens vormt dan een bron van schijnveiligheid en het is van groot belang dat aan de beveiliging van de gegevens passende aandacht wordtgeschonken. Daarbij dient ook het element van de technische mogelijkheden voor de vervalsing van verkeersgegevens betrokken te worden.

Ik verzoek u van deze bezwaren kennis te nemen en aan de effectiviteit van de opslag van internetverkeersgegevens grondig aandacht te besteden in de evaluatie van Richtlijn 2006/24/EG.