Ook platform wil filter voor niet-bestaand probleem

Het Platform Internetveiligheid, een samenwerkingsverband van onder meer internet providers en het Ministerie van Justitie, heeft een aantal documenten openbaar gemaakt met betrekking tot het kinderpornofilter waar nu aan wordt gewerkt. Veel meer helderheid levert het helaas niet op.

Bits of Freedom vroeg eind vorige maand het Platform Internetveiligheid (PIV) om vrijwillig alle documenten die over de implementatie van het zogenaamde kinderpornofilter openbaar te maken. Eerder leverde een soortgelijk verzoek aan het Ministerie van Justitie weinig op, omdat het ministerie geen partner in de besprekingen zegt te zijn.

Die controleerbaarheid en transparantie is noodzakelijk, omdat een filter altijd impact heeft op de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van meningsvorming en de vrijheid van informatieverzameling. Met een filter als dit wordt de infrastructuur die nodig is voor censuur op internet opgezet. Het is daarom van groot belang dat er volledige openheid komt over de totstandkoming van het filter.

Weinig afspraken en weinig nieuwe inzichten

Het siert het platform dat ze gehoor aan de oproep van Bits of Freedom gegeven heeft. Met een begeleidend schrijven maakt het platform haar intentieverklaring, de Terms of reference, een samenvatting van de agenda's en afspraken van vergaderingen, de afspraken en actiepunten van een overleg van de werkgroep "blokkeren kinderporno", een lijst van vragen en antwoorden en het al eerder openbaar geworden rapport Publiekprivate bestrijding van kinderporno op internet, op haar website openbaar. 

Het antwoord levert niet de gewenste helderheid op. Over één ding is het Platform Internetveiligheid wel duidelijk: er zullen geen gegevens opgeslagen worden over gebruikers die een pagina van de zwarte lijst opvragen. De providers geven duidelijk aan dat zij als private partijen wel een bijdrage willen leveren in het tegengaan van de verspreiding van afbeeldingen van misbruik van kinderen, maar het filter niet als een opsporingsmiddel zien.

Verder lijkt er tot nu toe nog maar bar weinig te zijn vastgelegd. De overeenkomsten tussen de betrokken partijen "zijn nog dusdanig in ontwikkeling" dat men daarover geen openheid wil geven. De andere documenten bieden weinig nieuwe inzichten. Belangrijke punten, zoals een onderbouwing van het probleem, een nauwgezette omschrijving van het beoogde doel, de beoordeling van de effectiviteit van het filter en de financiering ervan, worden niet belicht.

Voorkomen onbedoelde confrontatie

Aan heldere afspraken en achtergronden ontbreekt het nu juist. In geen van de documenten wordt het doel van de filter helder. In het document met vragen en antwoorden komt men niet verder dan dat men door samenwerking een bijdrage wil leveren aan het tegengaan van de verspreiding van afbeeldingen van misbruik van kinderen. Dat moet bewerkstelligt worden door te voorkomen dat argeloze gebruikers per ongeluk terecht komen op zulke afbeeldingen.

De intentieverklaring die nu openbaar is gemaakt geeft misschien wel het beste zicht op de reikwijdte van de gemaakte afspraken. De uitgesproken intentie luidt:

[…] de business case uit te werken voor een nieuw op te richten onafhankelijke instantie, belast met de samenstelling en het beheer van een zwarte lijst met internetpagina's met kinderpornografische afbeeldingen waartegen in Nederland geen opsporing en vervolging mogelijk is en waarbij een rechtshulpverzoek in het buitenland ook niet mogelijk is en daarbij de rol en positie van het Meldpunt Kinderporno te betrekken.

Uit de vooronderstellingen van de intentie wordt duidelijk dat de providers zich vooral gedwongen voelen aan de implementatie van het filter mee te werken vanuit "een door hen gevoelde maatschappelijke verantwoordelijkheid". Wie een probleem heeft met het filter, vind kinderporno geen probleem – zo is het beeld van die maatschappij. Vanuit die maatschappelijke verantwoordelijkheid willen de providers de (ongewenste) confrontatie met kinderporno voorkomen. De betrokkenen overwegen in de intentieverklaring dat de filtertechnieken ook alleen dat doel kunnen dienen.

Het doel tot "verstoring van de markt", zoals dat door de "overheidsorganisaties" in het AEF rapport werd genoemd, komt niet meer ter sprake bij het Platform Internetveiligheid. Dat is begrijpelijk, want het beoogde filter zou op geen enkele wijze een bijdrage kunnen leveren tot dat doel. Of het probleem van onbedoelde confrontatie door de argeloze gebruiker eigenlijk wel bestaat is niet duidelijk.

Dat het filter geen effectief en proportioneel instrument tegen de verspreiding van afbeeldingen van misbruik van kinderen is, is dat wel.