Minister rechtvaardigt internetfilter op basis van WODC rapport

Twee kamerleden van de VVD vroegen de minister eind juli naar de maatregelen die Nederland genomen heeft om er voor te zorgen dat landen die dat nog niet hebben, alsnog het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind te ondertekenen. Bits of Freedom is kritisch. De minister rechtvaardigt het filteren van afbeeldingen van misbruik van kinderen op basis van gegevens uit het WODC rapport.

Bits of Freedom heeft een uitgesproken mening. In het artikel Geen openheid over maatregelen tegen buitenlandse misbruiksites schrijft zij:

In de discussie over het internetfilter is een veelgehoord argument dat dit een laatste maatregel moet zijn; eerst moet worden geprobeerd om de afbeeldingen van seksueel kindermisbruik van het internet te verwijderen – en pas als dat niet lukt, zouden de websites moeten worden geblokkeerd. Eind juli vroegen Hennis-Plasschaert en Teeven (beiden VVD) aan demissionair Minister van Justitie Hirsch Ballin welke maatregelen Nederland eigenlijk heeft getroffen om deze afbeeldingen te verwijderen. Het antwoord is ronduit teleurstellend.

In de antwoorden noemt de minister geen enkele concrete actie die Nederland heeft ondernomen om afbeeldingen van seksueel kindermisbruik te verwijderen. Waarschijnlijk is de Nederlandse overheid hier zo vaag over, omdat ze ook weinig concrete maatregelen heeft genomen. Dat zou ons in ieder geval niet verbazen: uit een recent gepubliceerd onderzoek blijkt dat de politie dit soort afbeeldingen jarenlang online liet staan terwijl ze binnen een half uur verwijderd konden worden. 

Eén van de vragen luidde:

Op basis van welk (kwantitatief) onderzoek komt u tot de conclusie dat het blokkeren van de toegang tot websites «indirect een bijdrage levert aan het bestrijden van deze extreem ernstige criminaliteit tegen kinderen»?

De minister antwoordde hierop:

Ik baseer mij, als het gaat om het filteren en blokkeren van websites me afbeeldingen van seksueel misbruik van kinderen op het WODC-rapport uit 2008 dat ik aan uw Kamer heb aangeboden bij brief van 15 september 2008 (Kamerstukken Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 28 684 en 31200 VI, nr. 166). In die brief heb ik erop gewezen dat de onderzoekers betogen dat «het meest haalbare doel van blokkeren is dat het voor de gemiddelde gebruiker van internet moeilijker wordt om aan de gewenste informatie te komen.» Mede hierom ben ik van mening dat de aanpak van kinderporno eerst en vooral een zaak is van strafrechtelijke aanpak, evenals van samenwerking met internet service providers om «eigener beweging» afbeeldingen van seksueel misbruik van kinderen te verwijderen via zogenoemde notice and take down-procedures. Als dat niet mogelijk is, ben ik van mening dat blokkeren toegevoegde waarde heeft.