Cameratoezicht in tijden van bezuinigingen

Cameratoezicht wordt vooral ingezet om de symbolische waarde: het toont de daadkracht van de gemeente. Dat schrijft een onderzoeker in een opinieartikel in het NRC.

Sander Flight schrijft in het artikel Cameratoezicht in tijden van bezuinigingen onder meer:

Dat dit soort kennis niet doorwerkt in de besluitvorming, bleek in Amsterdam-West waar vorige week camera’s zijn opgehangen. Toen er een glas werd gegooid naar de stadsdeelvoorzitter, terwijl zij op straat werd geïnterviewd, was de maat vol. Hier was cameratoezicht nodig en wel direct. Het feit dat dit incident werd gefilmd en dat de dader zich niets van de camera aantrok, speelde geen rol in het debat.

Waarom kiezen gemeenten voor camera’s als ze meestal niets opleveren? Het antwoord moet worden gezocht in de symbolische waarde van cameratoezicht. Door camera’s op te hangen toont een gemeente daadkracht. Ook komen ze tegemoet aan de roep vanuit de bevolking om concreet en zichtbaar iets te doen tegen criminaliteit en overlast.

Gemeenten moeten zuinig met de beperkte middelen omgaan, vooral nu. Cameratoezicht kán werken, maar als de afgelopen vijftien jaar ons iets leren is het wel dat het niet vanzelf gaat. […] Dat is ingewikkeld, maar criminaliteit is nou eenmaal een ingewikkeld fenomeen. Gemeenten die dit teveel moeite vinden, kunnen hun geld beter aan wat anders uitgeven.