Beslissingstermijnen Wob

Hoe lang de overheid de tijd mag nemen voor de beslissing op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, is in diezelfde wet vastgelegd. Het uitgangspunt is: zo snel als mogelijk maar niet langer dan vier weken.

Het uitgangspunt is dat de overheid zo snel als mogelijk een beslissing moet nemen in een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. In artikel 6 is vastgelegd dat de overheid daar niet langer dan vier weken over mag doen, gerekend vanaf de dag dat het verzoek is ontvangen.

De behandeling van een verzoek kan soms best wel wat tijd kosten. Artikel 6 geeft de overheid daarom de mogelijkheid de beslissing eenmalig te verdagen, voor de duur van maximaal vier weken. Als de overheid de beslissing verdaagt, dan moet de verzoeker voor het aflopen van die eerste periode daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte brengen.

Voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gelden andere termijnen. Diensten als de AIVD mogen tot drie maanden de tijd nemen voor een beslissing op een verzoek om informatie. De dienst mag die beslissing dan ook nog eens met vier weken uitstellen. Ook hier moet de verzoeker voor het aflopen van die eerste termijn daarvan schriftelijke een gemotiveerde mededeling ontvangen. Dit is geregeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002, artikel 51, lid 1.

Ondanks dat deze termijnen in de wet zijn vastgelegd komt het voor dat een overheid soms niet op tijd een beslissing neemt. Als verzoeker kun je de overheid op zo'n moment in gebreke stellen, zo is geregeld in een speciale wet. De ingebrekestelling kun je direct na het verlopen van de termijn versturen. De overheid heeft dan twee weken extra de tijd om de beslissing te nemen. Als de overheid ook dat nalaat, dan is zij de dwangsom verschuldigd. Dit is geregeld in Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:17

Ik ben geen jurist, dit is hoe ik de wet- en regelgeving begrijp. Als je vermoedt dat er iets niet klopt, dan hoor ik dat uiteraard heel graag.