Voortgang en inrichting kinderpornofilter, episode 2

Vorig jaar maakte het Ministerie van Justitie naar verzoek van een verzoek op de grond van de Wet openbaarheid van bestuur twee documenten die betrekking hadden op het internetfilter openbaar. Omdat de minister herhaaldelijk aan de Tweede Kamer liet weten afspraken te hebben gemaakt, werd tegen de beslissing bezwaar aangetekend.

Bezwaar

Op initiatief van het Ministerie van Justitie werkt een aantal internet providers in samenwerking met het Meldpunt Kinderporno aan de inrichting van een internet filter. Het filter moet de verspreiding van afbeeldingen van misbruik van kinderen tegengaan. Omdat over essentiële onderdelen veel onduidelijk is, verzocht ik het ministerie afgelopen zomer documenten rond dit filter openbaar te maken. Een onzorgvuldige doelstelling blijkt geen obstakel voor het dubieuze filter en het gebrek aan transparantie is voor GroenLinks reden om kamervragen te stellen.

Omdat ik het net als GroenLinks onwaarschijnlijk vind dat de minister de gemaakte afspraken niet vastgelegd heeft, teken ik bezwaar aan tegen de beslissing. Ik schrijf de minister onder meer:

Met betrekking tot onderdeel 1 van mijn verzoek, alle voortgangsverslagen van besprekingen met de betrokkenen, geeft u aan niet over deze documenten te beschikken. In uw brief aan de Tweede Kamer van 15 september 2008 schrijft u:

Ik heb daarom overleg gevoerd met vertegenwoordigers van een aantal ISP’s […]. De ISP’s zijn van mening dat […]. Zo zullen zij […]. Voorts zullen de ISP’s, gezamenlijk met de overheid, werken […]. En zij zullen ook […]. Om deze doelen te bereiken zullen de ISP’s komen met een projectvoorstel waarin zij beschrijven hoe zij die op zo kort mogelijke termijn kunnen bereiken.

Het lijkt me zeer onaannemelijk dat u overleg gevoerd heeft met een aantal internet providers en daarbij zoveel toezeggingen heeft ontvangen, zonder dat van dit overleg een schriftelijk verslag is opgesteld.

En:

Met betrekking tot onderdeel 3 van mijn verzoek, alle documenten die betrekking hebben op afspraken met de betrokkenen, geeft u aan niet over deze documenten te beschikken. Ik begrijp dat u niet beschikt over de afspraken die door andere betrokkenen onderling worden gemaakt. U heeft echter aangegeven ook zelf afspraken met betrokkenen te hebben gemaakt.

In uw brief aan de Tweede Kamer van 21 december 2009 schrijft u:

Vorig jaar heb ik samen met de grootste Internet Service Providers (ISP’s) afspraken gemaakt over het filteren en blokkeren van kinderpornografie op het internet. Afgesproken is dat zij […]

Bij de oprichting van het Platform internet en veiligheid heb ik gemeld dat er overeenstemming is tussen de ISP’s, het particuliere Meldpunt Kinderporno op het Internet en de overheid over het uitbreiden van de taken van het Meldpunt […]

Er is een afspraak gemaakt tussen de overheid, de ISP’s, de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland en het Meldpunt over de benodigde financiering […]

In uw brief aan de Tweede Kamer van 30 maart 2010 schrijft u:

In de tweede voortgangsbrief […] heb ik u uitgebreid geïnformeerd over de afspraken die zijn gemaakt tussen [internet providers en meldpunt] en de overheid over het vrijwillig filteren en blokkeren van kinderpornografie op het internet. […] In de tussenliggende periode zijn deze afspraken verder uitgewerkt. […]

Ik verzoek u dan ook alsnog de documenten waarin deze afspraken en alle andere documenten die betrekking hebben op afspraken met betrokkenen, openbaar te maken.

In de beslissing op mijn verzoek geeft de minister ook aan geen documenten waarin de technische werking is beschreven openbaar te kunnen maken. Internet providers hebben bezwaar aangetekend, zegt de minister. Ik vraag de minister om een afschrift hiervan. Ook zou het openbaar maken van de werking de effectiviteit van het filter schaden. Ik wijs de minister er op dat de werking allang bekend is – evenals de wijze van omzeilen.

Beslissing

Op 11 januari beslist het ministerie op mijn bezwaar. De minister handhaaft het eerdere besluit, onder aanvulling van een extra motivering. 

In die motivering geeft de minister aan dat de afspraken nooit zijn vastgelegd:

Ten aanzien van deze bezwaren kan ik u melden dat ik niet beschik over de […] documenten, […]. De private partijen hadden in een open gesprek waarbij mijn ambtsvoorganger aanwezig was gezamenlijk uitgesproken te zullen samenwerken aan de inrichting van een blokkade voor kinderporno […]. De rol van het Ministerie van (Veiligheid en) Justitie hierbij was en is het stimuleren van de zelfregulering door met name de ISP's. Van dit gesprek is destijds geen verslag gemaakt, zodat de private partijen in alle vertrouwelijkheid met elkaar van gedachten konden wisselen. De basisafspraken die partijen destijds gemaakt hebben, zijn verantwoord aan de Tweede Kamer, onder andere in de door u genoemde brieven en antwoorden op Kamervragen.

Ook bevestigd de minister dat het filter eenvoudig te omzeilen is:

Het is inderdaad de bedoeling dat de Service providers filteren en blokkeren op DNS-niveau (Domain Name Service) . […] Over hoe die blacklist daadwerkelijk wordt aangeleverd door het meldpunt en hoe die in de bestaande systemen door de providers worden ingevoerd kan ik geen mededelingen verstrekken omdat ik daar geen kennis van draag. De afspraken daarover zouden onderling tot stand komen tussen de partijen. 

Uw redenering dat deze DNS filtering te omzeilen is door een andere nameserver te configureren is correct. Partijen, en ook ik, zijn en waren zich altijd bewust dat dit zo is. Met het blokkeren willen partijen en ook ik vermijden dat internetgebruikers toevallig op een dergelijke pagina terecht kunnen komen. Internetfiltering wordt door ons gezien als een instrument om ongewenste confrontatie met kinderporno te voorkomen. Bovendien wordt door het filteren en blokkeren van kinderporno op internet een duidelijk maatschappelijk signaal afgegeven. Het gericht zoeken van internetgebruikers naar kinderporno wordt daar niet mee voorkomen.

Hoe de individuele providers de daadwerkelijke filtering en blokkering in hun eigen systemen regelen is afhankelijk van de technische inrichting van hun systemen. Daar heb ik geen inzicht in en ook geen documenten over.

De documenten waar ik wel over beschik hebben betrekking op weergaven van de discussies over de DNS-filtering, de keuze voor een Stop-pagina alsmede de vormgeving daarvan en financiële afspraken tussen providers en het Meldpunt Kinderporno. Tijdens gesprekken met de partijen is gesproken over welke gegevens naar aanleiding van uw verzoek verstrekt kunnen worden . De weerslag daarvan vindt u in mijn primaire beslissing. Uit de discussie is naar voren gekomen dat verstrekking van documenten die nog geen definitief karakterhebben en gegevens bevatten over nadere uitwerking van de DNS-filtering, keuze voor en vormgeving van de STOP-pagina en de financiële afspraken zoals kostenverdeling tussen partijen, niet worden verstrekt. Dit is niet schriftelijk vastgelegd.

Het gaat hierbij om de inrichting van een instrument dat potentieel voor censuur misbruikt kan worden. Behalve de gebrekkig geformuleerde doelstelling, is het beoogde filter niet effectief en proportioneel en ontbreekt het aan transparantie en controleerbaarheid. Dat maakt dat de minister wel erg lichtzinnig afspraken maakt door deze niet op papier vast te leggen.