Minister negeert kritiek op evaluatie bewaarplicht

In een brief aan de Eerste Kamer reageert Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) op kritiek over de Nederlandse inbreng voor de Europese evaluatie van de bewaarplicht. In tegenstelling tot de Eerste Kamer is de minister van mening dat de inbreng "met de grootst mogelijke zorgvuldigheid zijn beantwoord."

De kritiek van de Eerste Kamer gaat over de Nederlandse inbreng voor de evaluatie van de Europese richtlijn dataretentie. Die inbreng bleek waardeloos te zijn. Dat vonden ook de vaste commissies voor de JBZ-Raad en voor Justitie van de Eerste Kamer. In een brief aan de minister schrijven de commissies begin februari:

De minister heeft naar aanleiding van deze motie de toezegging gedaan er voor te zullen zorgen “dat alle gezichtspunten die in de behoorlijk complexe discussie over dit onderwerp in Nederland naar voren zijn gebracht, aan de orde komen in onze berichtgeving aan de Commissie”.

De vaste commissies voor de JBZ-Raad en Justitie herkennen in de door de minister toegezonden stukken nog niet dat aan de geciteerde toezegging is voldaan.

De brief van 2 september 2010 bevat nauwelijks relevante feitelijke informatie, aangezien de totaliteit van bevragingen niet aangeeft of het hier telefoongegevens of internetgegevens betreft en niet is vermeld in welke zin van historische verkeersgegevens sprake is. […] Verder bevat de brief een aantal meningen en veronderstellingen die niet feitelijk worden onderbouwd.

De bijlagen a, b en c bevatten alleen gegevens over het bewaren van telefoongegevens.De motie spreekt uitdrukkelijk van internetverkeersgegevens. Daaromtrent wordt niets vermeld.

Bovendien geldt, dat in bijlage (a) de “slaagpercentages” niet worden gerelateerd aan de totale aantallen gegevens, zodat er geen uitspraak over de proportionaliteit van de maatregel kan worden gedaan, terwijl in de bijlage (c) slechts sprake is van enige beschrijvingen van de modus operandi, maar geen feiten of cijfers worden genoemd.

In antwoord daarop schreef de minister eind vorige week:

Ik ben het met u eens dat in de beantwoording richting de Europese Commissie ik niet op alle vragen de gewenste informatie volledig kan overleggen. Echter, de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens is pas sinds 1 september 2009 in werking getreden. Vanwege deze korte werking zag ik geen mogelijkheid om de effectiviteit van de Wet te onderzoeken. Dit heb ik aan de Europese Commissie gemeld in de questionnaire van maart 2010.

Ik ben van mening dat, gezien de vraagstellingen de korte reactietermijn, de vragen van de Europese Commissie en in het bijzonder de questionnaire met de grootst mogelijke zorgvuldigheid zijn beantwoord.

De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens voorziet in een evaluatie die vóór 1 september 2012 moet zijn afgerond. In deze evaluatie zullen de aspecten effectiviteit en efficiency aan de orde komen.

Tevens verwacht ik binnenkort de afronding van de evaluatie van de Europese Dataretentierichtlijn door de Europese Commissie. Ik zal u informeren over de uitkomsten van de evaluatie.