Politie dreigt toegang opsporingsdatabase te verliezen

Afbeelding: Herdenkingsdienst agent Baflo van Jarno Loeff

De politiekorpsen in de Randstad dreigen toegang tot de databank met klantgegevens van internet- en telefoonaanbieders te verliezen. Ze overtreden al jaren de wet bij opvragingen.

Een aantal korpsen is niet in staat een ultimatum tot verbetering te halen. Ondertussen wil de minister van Veilligheid en Justitie de databank uitbreiden met de historische bel- en internetgegevens van alle Nederlanders.

Het CIOT is de landelijke database met de actuele klantgegevens van alle internet- en telefoonaanbieders. Jaarlijks worden door meer dan veertig opsporings- en inlichtingendiensten bijna drie miljoen bevragingen gedaan. Daarbij wordt stelselmatig wet- en regelgeving overtreden: in veel gevallen is niet te controleren of de bevraging rechtmatig is. De diensten kregen in augustus vorig jaar een brief waarin ze gemaand werden orde op zaken te stellen. De minister van Veiligheid en Justitie heeft hen daarvoor tot 1 mei de tijd gegeven.

“Onze praktijk wijkt af van het ideale plaatje”, zegt de korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond als hij de dagelijkse praktijk van CIOT-bevragingen beschrijft. In de rapportage verklaart het korps dat de documentatie van de bevragingen verbeterd moet worden en het geen systeem van controle op rechtmatigheid van bevragingen heeft. De bevoegde medewerkers van het Regionaal Informatie Centrum krijgen dagelijks vele tientallen bevragingen voorgeschoteld. Ze kunnen die niet op rechtmatigheid beoordelen omdat het onmogelijk is alle daarbij horende onderzoeksdossiers te bestuderen. Die beoordeling gebeurt nu door diegenen die de inhoud en het verloop van de dossiers wel kennen, maar de bevoegdheid voor de bevragingen niet hebben: de hulpofficieren van justitie. Als gevolg daarvan is elke bevraging van het korps onrechtmatig.

Het Rotterdamse korps is niet het enige dat wet- en regelgeving overtreedt bij opvragen van klantgegevens van internet- en telefoonaanbieders. Van de 26 politiekorpsen kunnen er veertien half september geen “in control statement” afgeven, zo blijkt uit documenten die met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) boven water zijn gekomen. Het “in control statement” van één van de korpsen bleek, na een steekproef van het ministerie, te voorbarig.

De aard van de problemen wisselt per korps. Bij één van de korpsen is de ruimte waarin de bevragingen worden uitgevoerd onvoldoende beveiligd door het ontbreken van een reeds bestelde deurdranger. Schrijnender is de situatie bij het korps Zuid-Holland-Zuid: “[In de regio] ontbreekt momenteel een monitorsysteem waarin de rechtmatigheid van de bevragingen wordt geborgd en kunnen worden getoetst.” Politie Utrecht overtreedt de wet- en regelgeving niet alleen op dat punt, maar documenteert de bevragingen ook onvoldoende waardoor die controle niet eens mogelijk is. De meeste korpsen geven in hun rapportage aan begin 2011 alle wet- en regelgeving te volgen.

Bij alle Randstedelijke korpsen is de situatie ronduit zorgwekkend. Het korps Rotterdam-Rijnmond noemt niet eens meer een datum waarop zij verwacht in control te zijn. Het korps Amsterdam-Amstelland doet dat wel en heeft het over 1 januari 2012. Een korps dat op 1 mei nog altijd niet aan alle wettelijke eisen voldoet wordt de toegang tot de database ontzegd, aldus minister Opstelten eind maart in een brief aan de Tweede Kamer. Dat betekent dat de twee politieregio’s vanaf 1 mei moeten terugvallen op korpsen die hun zaken wel op orde hebben. Die staan zonder twijfel niet te springen om de maandelijks 54.000 bevragingen van de twee regios, over te nemen.

Van strafmaatregelen als het afsluiten van de toegang tot de CIOT-database, wordt niemand beter. Gebrekkige toegang tot de klantgegevens van internet- en telefoonaanbieders zal de kwaliteit van het politiewerk schaden. Dat wetshandhavers bij het raadplegen van de database al jarenlang en bewust de wet overtreden en de aanbevelingen uit de jaarlijkse audits negeren, kan echter niet zonder gevolgen blijven. Daarmee kan er vanzelfsprekend ook geen sprake zijn van uitbreiding van de databank met de historische gegevens die bewaard worden in het kader van de bewaarplicht, zoals behalve de minister ook de AIVD wenst. Zeker niet nadat rechters in andere landen de implementatie van diezelfde bewaarplicht ongrondwettig achtten.