Enkele tientallen verzoeken rekeninggegevens vanuit VS per jaar

In een brief aan de Eerste Kamer schrijft de minister van Veiligheid en Justitie dat er enkele tientallen keren per jaar de gegevens over een bankrekening nummer worden opgevraagd door de Verenigde Staten. De minister schreef de brief naar aanleiding van vragen over de uitvoering van de zogenaamde SWIFT-gegevens.

In de brief schrijft de minister:

Uw tweede vraag betreft de bewering in NRC Handelsblad dat SWIFT-gegevens door toepassing van het rechtshulpverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten ter beschikking van de autoriteiten in dat laatste land zouden worden gesteld. Zoals van de zijde van de onderneming SWIFT zelf in reactie op het artikel al is aangegeven, mist de bewering feitelijke grondslag en ook overigens is deze incorrect.

Wel is het zo – en ik sluit niet uit dat de misvatting daaraan te wijten is – dat in het rechtshulpverdrag met de Verenigde Staten een bepaling staat over het opvragen van (Nederlandse) bankgegevens. Die bepaling ziet echter op individuele strafzaken en is niet beperkt tot de bestrijding van terrorisme. Er is bovendien een concrete verdenking van een strafbaar feit vereist. De Verenigde Staten kunnen de Nederlandse autoriteiten op basis van het rechtshulpverdrag dus alleen om gerichte informatie vragen, zoals een specifiek rekeningnummer. Dergelijke rechtshulpverzoeken van de Verenigde Staten worden conform het Wetboek van Strafvordering afgedaan door het OM. Verzoeken om bankgegevens zijn er niet veel meer dan hooguit enkele tientallen per jaar.