Evaluaties cameratoezicht lastig en ondermaats

Afbeelding: Peter Hellberg

Gisteren werd het rapport “Steeds meer beeld, een evaluatie van vijf jaar cameratoezicht op openbare plaatsen” naar de Tweede Kamer gestuurd. Evaluaties van cameratoezicht zijn vaak ondermaats.

Uit het rapport Steeds meer beeld:

Cameratoezicht wordt vaker geëvalueerd. In 2003 evalueerde een meerderheid van de gemeenten niet. Een verplichting daartoe bestond dan ook niet. Die kwam er later wel, maar is uiteindelijk afgezwakt. Er is op dit moment geen wettelijke bepaling die evalueren verplicht stelt. Wel impliceert de tijdelijkheid van de maatregel dat hij eens in de zoveel tijd tegen het licht gehouden dient te worden. Vanaf 2005 evalueerde de meerderheid van de gemeenten het cameratoezicht. In 2009 geeft bijna twee derde van de gemeenten aan cameratoezicht geëvalueerd te hebben.

De kwaliteit van de uitgevoerde evaluaties wisselt. In de nul- tot en met viermeting cameratoezicht op openbare plaatsen werden evaluaties gescoord op de Maryland Scientific Methods Scale (MSMS), die de validiteit van evaluaties meet. Het grootste deel van de evaluaties scoorde slecht op deze schaal. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat de effectiviteit van cameratoezicht lastig vast te stellen is en soms helemaal niet te meten is. Niveau 3 van de MSMS, in principe het eerste niveau dat het toelaat om uitspraken over de effectiviteit te doen, wordt zelden gehaald. Dit is het geval omdat niveau 3 een controlegebied veronderstelt. Het vinden van een gebied vergelijkbaar met het cameragebied, maar zonder camera’s, is vaak lastig en soms zelfs onmogelijk.

De MSMS is bovendien een schaal die ontwikkeld werd om de effectiviteit van een interventie vast te stellen (Sherman et al, 1998). Dat wil zeggen dat als een interventie, in dit geval de toepassing van cameratoezicht, zich staande houdt na een analyse volgens de standaarden die de schaal geeft aangenomen kan worden dat het een succesvolle interventie betreft. Na ruim tien jaar toepassing van cameratoezicht in de openbare ruimte kan gesteld worden dat de interventie an sich zijn succes bewezen heeft. Echter, de omstandigheden waaronder het middel wordt toegepast, zijn bepalend voor het succes van cameratoezicht in een specifiek gebied. Evaluaties van cameratoezicht moeten zich daarom in de eerste plaats richten op de vraag of cameratoezicht het juiste middel is en blijft om problemen in dat specifieke gebied aan te pakken.

Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek. Het onderzoek van vorig jaar is hier te vinden: Ministerie publiceert vierde evaluatie cameratoezicht.

Een lokale kopie: Steeds meer beeld.