Inzage persoonsgegevens Telfort

Begin augustus 2009 deed mijn vriendin bij de aanbieder van haar mobiele telefoon een verzoek tot inzage haar persoonsgegevens. Met haar was ik met name geïnteresseerd in de locatiegegevens van de telefoon: hoe nauwkeurig zijn die, hoe vaak worden ze opgeslagen en hoe lang worden die gegevens bewaard.

Verzoek tot inzage

Op 2 augustus schreef mijn vriendin hen, met kopie identiteitsbewijs als bijlage, het volgende:

Met verwijzing naar artikel 35 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens verzoek ik u vriendelijk om inzage in alle persoonsgegevens die u van mij verwerkt. Het gaat hierbij om de gegevens die u van mij verwerkt naar aanleiding van mijn mobiele telefoonabonnement met het telefoonnummer […]. Ik ontvang graag een overzicht van alle persoonsgegevens, ook die gegevens die u niet via Mijn Telfort inzichtelijk maakt en in het bijzonder de locatie-gegevens van de mobiele telefoon.

Wellicht ten overvloede vermeld ik dat in lid 1 van het wetsartikel een termijn van vier weken wordt genoemd waarin u aan dit verzoek moet voldoen. Ik verzoek u vriendelijk doch dringend om een schriftelijke reactie.

Telfort reageert met mijn abonnementsgegevens

Begin augustus belt Telfort om een reactie te geven op het verzoek tot inzage. Op verzoek stuurt op verzoek Telfort een schriftelijke bevestiging, die mijn vriendin half augustus daadwerkelijk ontvangt:

Als klant heeft u altijd het recht om uw gegevens die zijn vastgelegd in te zien. Dit betekent dat u kunt opvragen welke gegevens er van u zijn geregistreerd en voor welke doeleinden deze gegevens worden gebruikt. Algemene gegevens bestaan o.a. uit naam en adres. Deze gegevens zijn middels een bijlage voor u ingesloten.


Uw gegevens worden door Telfort gebruikt om de contractuele verplichtingen te kunnen nakomen en u de service te verlenen die u heeft aangevraagd. Telfort beheert deze gegevens zorgvuldig en veilig volgens de normen van de privacywetgeving. Telfort verstrekt uw gegevens niet aan andere bedrijven of organisaties tenzij Telfort daartoe verplicht is op grond van een dringende en gewichtige reden of op grond van een wettelijk voorschrift.
De locatiegegevens van uw mobiele telefoon maken geen onderdeel uit van uw persoonsgegevens en worden alleen op verzoek van politie en/of justitie verstrekt. Om die reden kunnen wij helaas niet aan dat verzoek voldoen.

In de bijlage worden haar initialen, mijn voor- en achternaam, mijn adresgegevens, de laatste wijziging van de gegevens en een publicatie code (telefoonnummer al dan niet opnemen in telefoongidsen en/of nummerinformatiediensten en/of op andermans factuur) genoemd. In het telefoongesprek stelde de medewerker dat de locatiegegevens aan het IMEI nummer van het toestel gekoppeld zijn en derhalve niet tot persoonsgegevens gerekend kunnen worden.

Zijn locatiegegevens ook persoonsgegevens?

Op 8 september reageert mijn vriendin op het antwoord van Telfort.

Artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens definieert een persoonsgegeven als elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Voor zover ik weet worden de locatiegegevens van een mobiele telefoon door de aanbieder opgeslagen aan de hand van het IMEI nummer. Dit IMEI nummer is het unieke serienummer van de mobiele telefoon en wordt meegestuurd in de communicatie tussen de telefoon (ME) en de zendmasten (BTS). Indien de SIM kaart aanwezig is, worden verder ook het SIM kaart specifieke serienummer IMSI en het abonnement specifieke nummer MSISDN meegestuurd.


Er is op elk gegeven moment een unieke relatie tussen het IMEI nummer, het IMSI nummer en het MSISDN nummer. De locatiegegevens van de telefoon zijn daarmee gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon zijn en vallen dan ook onder reikwijdte van de Wet bescherming persoonsgegevens. Ik verzoek u dan ook om mij alsnog inzage te geven in de door u opgeslagen locatiegegevens.

Een reactie bleef uit. Ook het telefonisch toegezegde antwoord bleef uit. Op een herinnering (met een reactietermijn van een week), werd niet direct gereageerd. Daarom stuurde ik, namens mijn vriendin, op 15 november een bemiddelingsverzoek naar het College Bescherming Persoonsgegevens. Twee dagen later ontvingt mijn vriendin een brief van Telfort:

Onze excuses voor de late reactie.

U verzoekt inzage als bedoeld in artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) in alle locatiegegevens die Telfort verwerkt betreffende uw aansluiting. Telfort verstrekt geen locatiegegevens aan u om diverse redenen. De locatiegegevens (die tevens verkeersgegevens zijn) zijn noodzakelijk voor het overbrengen van communicatie echter niet voor het opstellen van de factuur of voor het leveren van andere diensten. Deze gegevens worden niet bewaard voor standaard bedrijfsdoeleinden. Op basis van artikel 43 Wbp gelden uitzonderingen op het inzage recht die hier van toepassing zijn waarvan wellicht de belangrijkste is de bescherming van de rechten en vrijheden van derden omdat niet kan worden vastgesteld in wiens handen de aansluiting zich bevond ten tijde van de communicatie via de aansluiting.

Mocht uw verzoek verband houden met een strafbaar feit, dan is aangifte en behandeling via het openbaar ministerie een mogelijke logische vervolgstap voor u. Justitie en veiligheidsdiensten kunnen onder streng gereguleerde wettelijke geregegelde procedure bepaalde locatiegegevens opvragen.

Nu Telfort niet langer opvoert dat locatiegegevens geen persoonsgegevens zijn en Telfort verwijst naar artikel 43 Wet bescherming persoonsgegevens lijkt Telfort te bevestigen dat deze gegevens wel degelijke persoonsgegevens zijn.

Bescherming rechten en vrijheden van derden

De verwijzing naar artikel 43 is niet vreemd: mijn vriendin kan haar telefoon uitgeleend hebben aan een vriend en kan diens privacy schenden door bij Telfort de locatiegegevens op te vragen. Mijn vriendin kan die angst wel wegnemen. Op 30 november schrijf ik, namens mijn vriendin:

Op straffe van meineed verklaart [mijn vriendin] dat zij, sinds het afsluiten van het abonnement, de enige gebruiker van de mobiele telefoon ben geweest. Bovendien vrijwaart [mijn vriendin] u van alle claims van derden indien afgifte van de locatiegegevens tot een claim leidt.

Telfort reageert op 8 december met:

In uw brief van 30 november 2009 verzoekt u Telfort om alsnog locatie gegevens te verschaffen. Graag reageren wij hier op.
Zoals in onze vorige correspondentie is aangegeven dienen locatiegegevens via justitie te worden aangevraagd. Wij wijzen u verzoek om deze reden wederom af.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Heeft u verder nog vragen? Kijk dan op telfort.nl/klantenservice.

Wat is reden van weigering deze keer?

In de laatste reactie is Telfort niet ingegaan op mijn verklaring en vrijwaring, geeft Telfort geen nieuwe argumenten tegen verstrekking, maar blijft Telfort inzage weigeren. Vervelend, want met het aandragen van artikel 43 Wbp lijkt Telfort het eens te zijn dat locatiegegevens als persoonsgegevens aangemerkt kunnen worden en met het uitblijven van een reactie op mijn verklaring en vrijwaring lijkt het er op dat artikel 43 Wbp voor Telfort niet langer een probleem is.
Mijn vriendin wil nu dus inzage of een reden voor weigering. Op 13 december schrijf ik namens mijn vriendin:

In uw brief van 8 december geeft u aan de gevraagde gegevens niet te willen verschaffen anders dan via een verzoek bij het Openbaar Ministerie van Justitie.

U bent echter verplicht tot verstrekking van de gegevens.

In uw brief van 11 augustus stelt u dat locatiegegevens geen persoonsgegevens zouden zijn. In mijn brief van 8 september heb ik u uitgelegd waarom mijn inziens deze gegevens wel als persoonsgegevens aangemerkt kunnen worden. In uw brief van 17 november geeft u aan dat de belangrijkste reden voor het weigeren van de inzage in de gegevens, de bescherming van de rechten en vrijheden van derden is. U verwijst hierbij naar artikel 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens. Hieruit begrijp ik dat u het met mij eens bent dat locatiegegevens wel degelijke aangemerkt kunnen worden als persoonsgegevens, zoals bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens.

Het tweede lid van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens verplicht u als verantwoordelijke, op verzoek van de betrokkene, een volledig overzicht te geven van de door u verwerkte persoonsgegevens van de betrokkene. Er zijn hier, onder meer op basis van artikel 43 Wet bescherming persoonsgegevens, enkele uitzonderingen op.

Verwijzend naar dat artikel geeft u in uw brief van 17 november aan dat de belangrijkste reden voor de weigering tot inzage de "bescherming van rechten en vrijheden van derden" is. In mijn brief van 30 november heb ik u aangegeven dat dat in dit geval geen reden voor weigering is, gezien [mijn vriendin] op straffe van meineed verklaart dat de mobiele telefoon enkel en alleen door haar zelf is gebruikt. Bovendien vrijwaar [mijn vriendin] u van alle claims van derden indien afgifte van de locatiegegevens tot een claim leidt.

Hiermee vervalt de door u genoemde uitzonderingsgrond en bent u onverminderd verplicht een volledig overzicht van alle persoonsgegevens, inclusief de locatiegegevens, te verstrekken. Uw reactie van 8 december, waarin u alleen maar aangeeft de locatiegegevens slechts op verzoek van justitie te overhandigen, is dan ook onvoldoende. 

Ik verzoek u dan ook vriendelijk om het gevraagde overzicht of de reden van uw weigering alsnog te verstrekken. Gezien de wettelijke termijn van vier weken ruimschoots verstreken is, verwacht ik een spoedige reactie.

Telfort's reactie van 23 december is duidelijk. Tenminste, voor wat betreft mijn strategie.

Zoals eerder aangegeven zullen wij uitsluitend als justitie daar recht op heeft, of als een rechter ons dit beveelt, locatiegegevens leveren. Ook met inachtneming van [uw verklaring en vrijwaring] kan Telfort niet overgaan tot het verschaffen van locatiegegevens.


Wij willen u bij dezen ook aangeven dat wij op brieven en verzoeken betreffende dit onderwerp niet meer zullen ingaan.

Om uit de impasse te geraken, vroeg ik namens mijn vriendin het College Bescherming Persoonsgegevens te bemiddelen.