Verzoekschrift rechtbank inzageverzoek Telfort

Begin augustus 2009 deed mijn vriendin bij Telfort een verzoek tot inzage in de persoonsgegevens die ze van haar verwerken. Telfort gaf welliswaar inzage in de abonnementsgegevens, maar weigerde inzage in de locatiegegevens. Ook na bemiddeling door het CBP volharde Telfort in haar weigering. De rechter moet nu uitkomst bieden.

De rechter verzoeken

De tekst van Wet bescherming persoonsgegevens, artikel 46, lid 1:

Indien een beslissing als bedoeld in artikel 45 is genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek, de verantwoordelijke te bevelen alsnog een verzoek als bedoeld in [artikel 35], toe of af te wijzen […]

Dat legt de basis voor de gang naar de rechter. Op 14 mei 2010 heb ik, namens mijn vriendin, een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend. De tekst is, zonder de bijlagen, hieronder weergegeven.

Ik ben veel, zeer veel dank verschuldigd aan Gerrit-Jan Zwenne. Ook de bijdragen van Clinic, Tessa Kersten, Maarten te Paske en Vincent Schönau mogen niet onvermeld blijven. Andere mensen die een bijdrage hebben geleverd, wilden liever niet genoemd worden. Ook helpen?

Het verzoekschrift

Inleiding

  1. Dit is een verzoekschrift op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens, artikel 46, lid 1.

    [Mijn vriendin] verzoekt Telfort inzage in alle persoonsgegevens welke Telfort van haar verwerkt in het kader van het abonnement voor haar mobiele telefoon, inclusief de locatiegegevens. Tot op heden heeft Telfort slechts een gedeelte van dit verzoek gehonoreerd. [Mijn vriendin] verzoekt de rechtbank om Telfort te bevelen alsnog inzage te verlenen in alle persoonsgegevens.

    Op de volgende pagina's wordt uiteengezet dat locatiegegevens als persoonsgegevens aangemerkt moeten worden en dat het inzage- en correctierecht uit de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing is. Bovendien mag van Telfort worden verwacht dat zij deze persoonsgegevens moet kunnen verstrekken. Telfort moet daarom, conform het oordeel van het College Bescherming Persoonsgegevens, overgaan tot verstrekking van de door mij verzochte gegevens.

Achtergrond

  1. [Mijn vriendin] verzoekt Telfort inzage in alle persoonsgegevens welke Telfort van haar verwerkt in het kader van het abonnement voor haar mobiele telefoon, inclusief de locatiegegevens. Voor het verzoek doet ze een beroep op artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens. Ze doet dit verzoek om te kunnen controleren of de verwerking van de persoonsgegevens door Telfort juist, volledig, relevant en rechtmatig is. Met name een onrechtmatige verwerking of fouten in andere persoonsgegevens dan de naam- en adresgegevens zijn zonder inzage bijzonder moeilijk op te merken.

  2. Het verzoek is, anders dan Telfort vermeldt, niet beperkt tot die momenten dat [mijn vriendin] gesprekken gevoerd heeft. Het gaat om alle persoonsgegevens die in het kader van de dienstverlening van Telfort gegenereerd of verwerkt worden, inclusief de locatiegegevens welke zijn opgeslagen op die momenten dat er niet actief gebeld is. Het verzoek gaat over de gegevens die aanwezig zijn op het moment van het feitelijk afhandelen van het verzoek.

  3. In de briefwisseling die volgde heeft Telfort inzage verleend in een deel van de persoonsgegevens. De reeds verstrekte persoonsgegevens zijn de initialen, de voor- en achternaam, de adres- gegevens, datum van laatste wijziging en een publicatiecode (telefoonnummer al dan niet opnemen in telefoongidsen en/of nummerinformatiediensten en/of op andermans factuur).

  4. Telfort weigerde echter inzage te verlenen in de locatiegegevens. Telfort gaf in de loop van de tijd een grote verscheidenheid aan redenen aan voor het weigeren van inzage in alle aanwezige persoonsgegevens. Deze redenen zijn steeds weerlegd, waarop Telfort eind december 2009 aangaf niet meer te zullen reageren op brieven en verzoeken betreffende dit onderwerp.

  5. Met een beroep op artikel 47 van de Wet bescherming persoonsgegevens verzocht [mijn vriendin] vervolgens het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) te bemiddelen. Op het verzoek van het CBP om de persoonsgegevens te verstrekken, reageerde Telfort met een hernieuwde weigering, waarvoor zij een drietal argumenten aandroeg. Na uitgebreide behandeling van de weigeringsgronden, werd Telfort door het CBP opnieuw verzocht het verzoek te honoreren. Telfort heeft dit, na een expliciet verzoek van [mijn vriendin], opnieuw geweigerd.

Rechtsgrond

  1. Het verzoek van [mijn vriendin] is gebaseerd op artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens. De ratio van dit artikel is dat een betrokkene moet kunnen weten welke persoonsgegevens van hem of haar door een verwerker worden verwerkt en moet kunnen controleren of de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens juist, volledig, relevant en rechtmatig is. Dit is noodzakelijk voor het kunnen uitoefenen van het recht tot correctie, zoals vastgelegd in artikel 36 van de wet. De grondslag hiervoor is gelegen in de Grondwet, artikel 10, derde lid:

    De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.

  2. In artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens wordt een persoonsgegeven als elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon gedefinieerd. In de Memorie van Toelichting worden de twee elementen ("gegevens moeten informatie over een persoon bevatten" en "de identificeerbaarheid van een persoon") uitgebreid behandeld. Volgens deze Memorie van Toelichting bevatten locatiegegevens informatie over een persoon:

    Gegevens van een netwerkbeheerder over het gebruik van het netwerk via aansluit- punten teneinde het goed functioneren van het netwerk te waarborgen, zijn geen persoonsgegevens zolang elke reële mogelijkheid is uitgesloten dat die gegevens worden gebezigd om het gebruik van het netwerk door individuele personen in ogenschouw te nemen.

  3. De gegevens kunnen zeker gebruikt worden om er het gebruik van het netwerk door individuele personen uit af te leiden, waarmee het persoonsgegevens zijn. Voor wat betreft de identificeerbaarheid van een persoon noemt de Memorie van Toelichting twee factoren die van belang zijn: de aard van de gegevens en de mogelijkheid van de verantwoordelijke om identificatie tot stand te brengen. Over het eerste wordt onder meer opgemerkt:

    Een persoon is identificeerbaar indien sprake is van gegevens die alleen of in combinatie met andere gegevens, zo kenmerkend zijn voor een bepaalde persoon dat deze aan de hand daarvan kan worden geïdentificeerd.

  4. In combinatie met een tijdstip zijn locatiegegevens zo kenmerkend voor een bepaald persoon, dat deze aan de hand daarvan geïdentificeerd kan worden. In de dagelijkse praktijk maakt de politie hiervan regelmatig gebruik, als zij aan de hand van de gegevens van een mobiele telefoon van een verdachte diens aanwezigheid op een plaats delict aannemelijk maakt. De Memorie van Toelichting schrijft over het proces van identificatie:

    De verantwoordelijke beschikt over mogelijkheden tot identificatie en de bekendheid of beschikbaarheid van aanvullende informatie. Een absolute maatstaf is niet aan de orde: gekeken moet worden naar alle middelen waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs door de verantwoordelijke dan wel enig ander persoon zijn in te zetten om die persoon te identificeren. Uitgegaan moet worden van een redelijk toegeruste verantwoordelijke.

    […]

    Bij het voortschrijden van informatietechnologie moet rekening worden gehouden met het feit dat waar voorheen wellicht nog sprake is was van een onevenredige inspanning (en dus niet van een persoonsgegeven), deze inspanning geringer wordt met het beschikbaar komen van nieuwe technieken.

  5. Telfort mag in staat worden geacht de herleiding redelijkerwijs te kunnen maken. Uit berichten in de media en persberichten van de politie zelf, blijkt dat de politie voor het achterhalen van de verdachten en getuigen van misdrijven met enige regelmaat vorderingen doet op basis van de geografische gegevens of de geografische gegevens zelf vordert.

  6. Als gevolg van het van kracht worden van de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens moet Telfort op grond van de Telecommunicatiewet, artikel 13.2a, lid 2 en lid 3, deze gegevens sinds juli 2009 voor de duur van 12 maanden te bewaren. Volgens Telecommunicatiewet, artikel 13.4, lid 1, moeten deze gegevens bij een vordering onverwijld verstrekt worden.

  7. De locatiegegevens maken deel uit van de bewaarde gegevens. In de Bijlage behorende bij artikel 13.2a van de Telecommunicatiewet, onder A, onder e, onder vierde en vijfde streepje staan de locatie aanduiding bij het begin van de verbinding en de gegevens voor het identificeren van de geografische locatie van de cells middels referentie aan hun locatie aanduidingen expliciet genoemd. In de Telecommunicatiewet, artikel 13.2a, lid 1 wordt verwezen naar artikel 11.1, punt d, voor de definitie van locatiegegevens:

    gegevens die worden verwerkt in een elektronisch communicatienetwerk waarmee de geografische positie van de randapparatuur van een gebruiker van een openbare elektronische communicatiedienst wordt aangegeven

  8. De locatiegegevens van een mobiele telefoon vallen ook onder deze definitie. In de Memorie van Toelichting van de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens stelt dat het inzagerecht van toepassing is op de bewaarde locatiegegevens:

    In de tweede plaats heeft de betrokkene het recht op kennisneming, dat wil zeggen dat hij zich tot de aanbieder kan wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt (artikel 35 WBP). Dit recht is onverkort van toepassing op gegevens die ingevolgde dit wetsvoorstel door de aanbieders worden bewaard. Indien zodanige gegevens daadwerkelijk worden bewaard, dan moet de mededeling van de aanbieder daaromtrent een volledig overzicht van de bewaarde gegevens in begrijpelijke vorm bevatten […].

  9. Hieruit volgt dat Telfort verplicht is om inzage te verstrekken in de locatiegegevens. Nu volgen nog enkele opmerkingen met betrekking tot de weigeringsgronden van Telfort, voor zover deze niet hierboven reeds aan bod zijn gekomen.

  10. Telfort stelt in haar reactie op de beslissing van het College Bescherming Persoonsgegevens dat het achterhalen van de gegevens een disproportionele last met zich mee zou brengen, zich beroepend op punt e van artikel 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens. Zij deed dit in eerste instantie zonder nadere motivering, terwijl uit de Memorie van Toelichting duidelijk wordt dat een dergelijk beroep beargumenteerd moet worden:

    Dit betekent bijvoorbeeld dat de verantwoordelijke niet uitsluitend op grond van zijn belang om administratieve lasten te beperken, een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, zal mogen afwijzen. De verantwoordelijke zal conform artikel 43, onder e, aannemelijk moeten maken dat door inwilliging van een dergelijk verzoek de administratieve lasten zodanig disproportioneel zijn dat hij in een van zijn rechten en vrijheden wordt aangetast of dreigt te worden aangetast.

  11. Van gelijke strekking is ook de Memorie van Toelichting bij de Wet Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens:

    Het enkele feit dat een verzoek om inzage administratieve lasten met zich meebrengt is echter op zichzelf niet voldoende grond om het verzoek te weigeren. Bij de afweging of de aanbieder deze plichten niet kan nakomen dient hij het belang van de betrokkene uitdrukkelijk mee te wegen.

  12. In haar brief van 6 april 20101 beargumenteert Telfort het beroep alsnog. Telfort stelt in haar brief dat de locatiegegevens niet verstrekt kunnen worden omdat de gegevens feitelijk zijn opgesplitst in een tweetal bestanden. Het koppelen van de gegevens in deze bestanden zou veel werk met zich meebrengen. Van Telfort mag echter als redelijk toegeruste verantwoordelijke verwacht worden dat zij beschikt over de middelen welke nodig zijn voor het koppelen van deze gegevens.

  13. Uit de Memorie van Toelichting van de Wet bescherming persoonsgegevens wordt duidelijk dat het afwijzen van een verzoek tot inzage alleen bij hogere uitzondering mogelijk is. Om de drempel voor het honoreren van inzageverzoeken voor de verantwoordelijke te verlagen, heeft de wetgever voorzien in de mogelijk een (forfaitaire) kostenvergoeding in rekening te brengen. Het Besluit kostenvergoeding rechten betrokkene Wbp, artikel 3, luidt:

    De verantwoordelijke mag in afwijking van artikel 2 een redelijke vergoeding in rekening brengen met dien verstande dat deze ten hoogste € 22.50 bedraagt in het geval dat: […] b. het bericht bestaat uit een afschrift van een, vanwege de aard van de verwerking, moeilijk toegankelijke gegevensverwerking.

  14. Uit de Nota van Toelichting van het besluit wordt duidelijk dat artikel 3 speciaal bedoeld is als tegemoetkoming voor verstrekking van in technische zin moeilijke toegankelijke gegevens.

    In bepaalde gevallen kan een gegevensverstrekking zo bewerkelijk zijn dat de vergoeding van ten hoogste € 4.50 niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de kosten en moeite. […] Deze gevallen zijn thans opgenomen in artikel 3. […] Dit geldt eveneens voor het geval het bericht bestaat uit een afschrift van een moeilijk toegankelijke gegevensverwerking. Met de «toegankelijkheid» wordt gedoeld op de toegankelijkheid in technische zin, dat wil zeggen vanwege de aard van de vastlegging van de gegevens.

  15. Het arrest van de Hoge Raad in de bekende Dexia zaak bevestigt dat het feit dat de honorering van een verzoek tijd en moeite kost geen omstandigheid oplevert om het verzoek te weigeren:

    Het feit dat Dexia kosten moet maken om aan [verweerder] kopieën en transcripties te kunnen verstrekken, en het feit dat er enige tijd gemoeid is met het traceren van de telefoongesprekken met [verweerder], leveren geen bijzondere omstandigheden op als hier bedoeld, met name niet nu genoemd besluit erin voorziet dat Dexia de daaraan verbonden (forfaitaire) kosten in rekening kan brengen bij [verweerder].

  16. Telfort stelt verder dat inzage in de locatiegegevens de persoonlijke levenssfeer van derden bedreigt [en hier], omdat niet kan worden vastgesteld in wiens handen de telefoon was op het moment van communicatie. Dit is een zeer vergezocht argument, zeker nu het oorspronkelijke verzoek inmiddels tien maanden oud is. Er zijn effectievere middelen te bedenken voor het heimelijk bepalen van de bewegingen van een derde.

  17. Bovendien, in mijn brief van 30 november heeft [mijn vriendin], op straffe van meineed verklaard dat, sinds het afsluiten van het abonnement, zij de enige gebruiker van de aansluiting is. In dezelfde brief vrijwaart [mijn vriendin] Telfort van alle claims van derden die een gevolg zijn van het mij verstrekken van inzage in haar persoonsgegevens.

  18. Ook het College Bescherming Persoonsgegevens, de (toezichthoudende) autoriteit op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens, is van mening dat Telfort het verzoek tot inzage in de persoonsgegevens dient te honoreren. Zij schrijft in haar brief aan Telfort van 12 maart 2010:

    Het CBP heeft kennis genomen van uw afwijzing van het inzageverzoek. U noemt in uw brief drie argumenten. Prima facie oordeelt het CBP dat de door u aangevoerde argumenten niet opgaan om de navolgende redenen.

  19. De behandeling van de argumenten van Telfort voor het weigeren van het inzage (mastgegevens vallen niet onder het inzagerecht, inzage veroorzaakt disproportionele lasten en inzage bedreigt de persoonlijke levenssfeer van derden), volgt. Het CBP concludeert hierna:

    Het CBP verzoekt u op grond van bovenstaande het inzageverzoek in te willigen.

  20. Uit dit alles wordt duidelijk dat locatiegegevens persoonsgegevens zijn, zoals bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens. Het inzage- en correctierecht is een grondrecht en ook op deze persoonsgegevens van toepassing. Van Telfort mag worden verwacht dat zij deze persoonsgegevens kan verstrekken.

  21. Nu er steeds meer zogenaamde locatiegebaseerde diensten op de markt komen, nemen de locatiegegevens van een mobiele telefoon (en daarmee die van de gebruiker) een steeds grotere rol in onze maatschappij.

  22. Om een beeld te schetsen volgen hier enkele cijfers uit onderzoeken. Onderzoeksbureau Gartner schatte de wereldwijde markt voor dit soort diensten op 2.2 biljoen USD in 2009. Onderzoeksbureau Juniper Research schat dat de markt voor mobiele locatiegebaseerde diensten in 2014 zo'n 12.7 biljoen USD. Onderzoeksbureau ABI Research voorziet zelfs een wereldwijde markt van 13.3 biljoen USD in 2013. Gartner publiceerde eerder onderzoek waaruit duidelijk wordt dat in 2009 zo'n 10% tot 15% van de gebruikers van een mobiele telefoon ook gebruik maakt van locatiegebaseerde diensten. In 2013 is dat waarschijnlijk gegroeid tot 50%. Een bekende dienst op dit gebied is FourSquare, een programma dat gebruikers in staat stelt de eigen geografische locatie snel te delen en die van vrienden op te zoeken. Fastfoodrestaurant McDonald's maakte recent bekend locatiegebaseerde diensten aan te gaan bieden in samenwerking met Facebook.

  23. De locatiegegevens vormen een belangrijk onderdeel van de persoonlijke levenssfeer van het individu. Deze persoonsgegevens zullen de komende jaren alleen maar belangrijker worden door het groeiende gebruik van locatiegebaseerde diensten op mobiele telefoons. Weigering van inzage in deze persoonsgegevens betekent afbraak van de doelstellingen van de Wet bescherming persoonsgegevens: transparantie in de verwerking van persoonsgegevens.

Verzoek

  1. Ik verzoek de rechtbank om te bepalen dat Telfort het inzageverzoek dient te honoreren en inzage verleent in alle persoonsgegevens, inclusief de locatiegegevens, op straffe van een dwangsom van 500 euro per dag met een maximum van 15.000 euro.

De beschikking

Voor de rechter werden Telfort en mijn vriendin het met elkaar eens over de te verstrekken gegevens: Telfort geeft inzage in alle persoonsgegevens.

Naschrift

Ik ben me er van bewust dat "biljoen" niet de correcte vertaling van het Engelse "billion" is. De tekst hierboven pas ik daar echter niet op aan: dit is de tekst die ik, namens mijn vriendin, aan de rechter heb voorgelegd. Dit hier nu aanpassen zou het alleen maar minder helder maken.