Zonder pasfoto weigert NS inzage gegevens

Afbeelding: Trein uit Venlo van Gerard Stolk | Licentie: CC BY-NC 2.0

De NS motiveert haar weigering niet, terwijl een pasfoto volgens jurisprudentie volgens de wet alleen bij hoge uitzondering verwerkt mag worden.

Eind december deed ik ook bij de Nederlandse Spoorwegen (NS) een verzoek tot inzage in de persoonsgegevens die ze van mij verwerkt. De pasfoto op de kopie van mijn identiteitsbewijs is onleesbaar gemaakt, omdat de NS in mijn optiek de pasfoto niet nodig heeft – en dus ook niet mag verwerken.

Een pasfoto is een “bijzonder persoonsgegeven”

Mijn verzoek tot inzage is vergezeld gegaan van een kopie van mijn identiteitsbewijs. Op de kopie van mijn identiteitsbewijs heb ik de pasfoto onleesbaar gemaakt. De NS heeft, mijn inziens, deze pasfoto niet nodig voor de identificatie ten behoeve van de afhandeling van mijn verzoek.

Een pasfoto wordt bovendien gezien als een bijzonder persoonsgegeven, omdat de foto een indicatie van het ras is. Artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens verbiedt het verwerken van bijzondere persoonsgegevens behoudens enkele uitzonderingen. Artikel 18 van de wet stelt dat het gebruik van bijzondere persoonsgegevens met het oog op identificatie is toegestaan, maar slechts als dat voor dit doel onvermijdelijk is. Bij een schriftelijk inzageverzoek is daar geen sprake van.

De NS heeft haar weigering om mijn verzoek te honoreren nooit gemotiveerd. Zij stelt slechts dat, omdat ik de pasfoto onleesbaar heb gemaakt, zij het verzoek niet in behandeling kan nemen.

Chronologie

Voor de volledigheid een chronologie van mijn contact met de Nederlandse Spoorwegen:

  • Op 20 december heb ik een verzoek tot inzage in de persoonsgegevens verzonden. In de bijlage van dit verzoek is een kopie van mijn identiteitsbewijs opgenomen, waarbij mijn BSN en mijn foto onherkenbaar zijn gemaakt.
  • Op 30 december stuurt de Nederlandse Spoorwegen een brief waarin zij constateert dat i) het identiteitsbewijs is verlopen en ii) de foto niet zichtbaar is.
  • Op 5 januari heb ik de NS een brief gestuurd met de kopie van een geldig identiteitsbewijs. De foto heb ik opnieuw onleesbaar gemaakt.
  • Op 13 januari reageert de NS door opnieuw aan te geven dat zij alleen inzage zal verlenen indien een de foto op de kopie van het identiteitsbewijs niet onleesbaar is gemaakt.
  • Op 19 januari geef ik in een brief aan de NS opnieuw aan waarom zij, mijn inziens, inzage moeten verlenen, ook als de foto op de kopie van identiteitsbewijs niet leesbaar is.
  • Op 27 januari beantwoord de NS mijn verzoek dat zij mijn verzoek, zonder leesbare foto, niet in behandeling zal nemen.

In geen van de reacties gaat de NS in op mijn vaststelling dat een pasfoto een bijzonder persoonsgegeven is en alleen mag worden verwerkt indien dat onvermijdelijk is.

Bemiddeling door het CBP

Om uit de impasse te komen, vraag ik eind februari het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) om te bemiddelen in mijn geschil met de NS. Een maand later volgt de afwijzing: “[uit mijn brief] blijkt dat één van de betrokken partijen volhardt in haar standpunt en kennelijk niet tot bemiddeling bereid is.”