Controle overheid moet niet bij overheid

Afbeelding: Vågor van Anemone Nemorosa

De aankondiging van minister Donner (BZK) op Dag van de Persvrijheid om de Wet openbaarheid van bestuur in te perken, kon op een applaus van de aanwezige journalisten rekenen. Onbegrijpelijk, want de wet moet inderdaad op de schop, maar dan wel om andere redenen.

De openbaarheid van overheidsinformatie, zoals vastgelegd in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), dient het vooronderstelde belang van een goede en democratische bestuursvoering. Het recht is vastgelegd in onze Grondwet en openbaarheid dient dan ook het uitgangspunt te zijn.

Afhandeling vaak onzorgvuldig en te laat

De noodzaak van de wet wordt duidelijk uit de gang van zaken rondom het CIOT, de databank met de actuele klantgegevens van internet providers en telefoonaanbieders. Met de Wob in de hand wordt duidelijk dat de praktijk van bevraging door opsporingsdiensten al jaren zorgwekkend is en de wettelijk verplichte rapportages onvolledig waren. Ook de opzet van het internetfilter is gebaat bij openbaarheid, net als de camera’s boven de weg die kentekens scannen en de bedroevend slechte Nederlandse inbreng voor de Europese evaluatie van de bewaarplicht. Bij deze en vele andere onderwerpen heeft de Wob een belangrijke rol gespeeld, ondanks actieve tegenwerking van de overheid. Onnodig uitstel van de beslissing op het verzoek en het onzorgvuldig censureren van documenten zijn beproefde middelen voor obstructie. Bezwaar maken loont bijna altijd.

In 2010 heb ik enkele tientallen verzoeken gedaan. Bij meer dan één derde ervan nam de overheid de beslissing te laat. De overheid kan de beslissing verdagen als zij voor de behandeling van het verzoek meer tijd nodig heeft. Maar zelfs dan is de overheid vier van de tien keer te laat. En als de beslissing te laat is, dan is dat gemiddeld bijna twee weken. Soms is dat uitstel aantoonbaar onnodig. Zo adviseren internet providers de minister een brief van henzelf over een internetfilter openbaar te maken en de staatssecretaris belooft de Eerste Kamer dat ook. Desondanks is voor de beslissing op mijn verzoek maar liefst 2,5 maand nodig. De obstructie hindert een op feiten gebaseerde discussie. Zo had de brief een belangrijke rol kunnen spelen in de discussie die vooraf ging aan een stemming in het Europese parlement over verplichte internetfilters. De overheid hoort zich gewoon aan haar eigen, toch al lange, termijnen te houden. Dan hoef ik ook geen dwangsom te eisen, die ik overigens, via de belasting, toch weer zelf betaal.

Niet alleen overschrijdt de overheid haar eigen termijnen regelmatig, ook zijn de beslissingen vaak onzorgvuldig en willekeurig. Zo verstrekt de NCTb in eerste instantie niet álle gevraagde informatie, maar maakt hij “een selectie van de meest relevante documenten”. Bovendien blijkt maanden later dat de NCTb ten onrechte een zin heeft gecensureerd. De doorhaling is illustratief voor het gemak waarmee de overheid de dikke zwart stift in Wob-verzoeken hanteert. Terwijl het ministerie de beslissing op een verzoek van mij uitstelde, publiceerde de Europese Commissie diezelfde documenten ongecensureerd op haar website. Wanneer het ministerie alsnog op mijn verzoek beslist zijn de namen en functies van betrokken ambtenaren weggestreept. Drie weken later stuurt datzelfde ministerie de brieven ongecensureerd naar de Eerste Kamer. Blijkbaar geldt er bij de behandeling van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur het credo dat zo min als mogelijk openbaar moet worden.

Burger bepaalt of overheid transparant genoeg is

Met de aangekondigde wijzigingen aan de Wob wil minister Donner dat de burger straks nog meer gaat vertrouwen op de belangenafweging door de overheid. De minister wil immers zelf de afweging maken of de openbaarheid van de informatie wel opweegt tegen de belasting op het ambtelijk apparaat dat de afhandeling van een verzoek met zich meebrengt. Het is niet aan Donner om te beslissen of de overheid voldoende openheid geeft, dat is aan de burger. Het gebrek aan openheid uit eigen beweging is de voornaamste reden voor de vele omvangrijke verzoeken waar de minister het over heeft. Niet de inperking van openbaarheid, maar het inspelen op de behoefte van de burger is een oplossing voor het probleem dat hij ziet.

De minister zou de wet kunnen aanpassen zodat bij overschrijding van de beslissingstermijn het verzoek automatisch gehonoreerd wordt. Andere suggesties voor verbeteringen: inperken van de beslissingstermijn, alle organen met een publieke functie onder deze wet laten vallen (zodat beleid van bijvoorbeeld de VNG en vervoersbedrijven ook transparant wordt) en het uitbreiden van het aantal goed-opgeleide Wob-ambtenaren (bekostigd uit het verkleinen van het leger aan voorlichters). Onze maatschappij is gebaat bij een efficiënte, zorgvuldige en transparante overheid. Inperking van de openbaarheid van het democratische bestuur is geen oplossing voor een falende overheid.

Dit artikel is, in iets gewijzigde vorm, ook verschenen als opinieartikel in NRCnext van 6 mei. Ook is het artikel onder dezelfde titel gepubliceerd op Sargasso.