Databank CIOT geen onderdeel JustID

Afbeelding: Data storm van Dave Herholz

Het ministerie van Veiligheid en Justitie wil graag dat alle strafrechtelijke instanties en diensten die gegevens over burgers moet weten, daarvoor nog maar bij één enkel loket hoeven aan te kloppen. Sinds begin dit jaar zijn ook het CIOT en Bureau PIDS aan dat centrale loket toegevoegd, maar van een koppeling van de databases is geen sprake.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie wil dat de Justitiële Informatiedienst (JustID) het centrale punt in de informatievoorziening in de strafrechtsketen wordt. Om aan informatieverzoeken te kunnen voldoen “verzamelt, bewerkt en beheert JustID deze gegevens in samenwerking met haar partners”. Het Openbaar Ministerie, de politie, de Dienst Justitiële Inrichtingen en de reclassering zijn zulke partners. Als “producten en diensten” van het JustID worden onder andere het Landelijk Uniform Registratiesysteem Internationale Rechtshulp (LURIS), het Fraude Registratie en Informatie Systeem (FRIS) en het Jeugd Casus Overleg genoemd.

Sinds 1 januari 2011 maken ook het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) en het Platform Interceptie, Decryptie en Signaalanalyse (PIDS) onderdeel uit van het JustID. Documenten over deze samenvoeging zijn openbaar geworden na een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het ministerie ziet een groot aantal organisatorische voordelen. Het overhevelen van taken van het kerndepartement naar uitvoeringsdiensten is de voornaamste, naast het verbeteren van de continuïteit van kleine diensten als het CIOT en PIDS en het creëren van een extra vestiging van JustID in Den Haag.

Het ministerie had het liefst het CIOT helemaal ingelijfd bij JustID zodat ook ook de informatie van het CIOT via het systeem van JustID toegankelijk worden. Dat is niet mogelijk, zo blijkt uit het rapport van de Werkgroep Formele Positie. De koppeling van de databank van het CIOT aan de systemen van het JustID is door regelgeving verboden. Uit het Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie (Bvergt) volgt dat de bestanden met de klantgegevens van internet- en telefoonaanbieders gescheiden moeten zijn van andere systemen. De bestanden mogen ook niet benaderd worden via een ander systeem dan dat van het CIOT en ook dat alleen door geautoriseerde ambtenaren.

Er staat het ministerie overigens niet veel in de weg om die samenvoeging alsnog te realiseren. De scheiding is afgedwongen in een zogenaamde algemene maatregel van bestuur. Zo’n AMvB kan door de minister worden veranderd zonder dat daarvoor parlementaire goedkeuring is vereist.

Voor internet- en telefoonaanbieders, die elke 24 uur hun actuele klantenbestand aan het CIOT moeten aanleveren, verandert er niet veel. In een brief aan de aanbieders schrijft het ministerie dat alleen het telefoonnummer van de frontoffice verandert. De gezamenlijke frontoffice is een van de resultaten van de samenvoeging.