Eerste evaluatie cameratoezicht in Noordwijk

Op 25 maart 2010 verscheen er in het Leidsch Dagblad een artikel over het cameratoezicht in het uitgaansgebied in Noordwijk. In het artikel wordt een evaluatierapport genoemd, waaruit blijkt dat de effecten van het cameratoezicht moeilijk te meten zijn. Het rapport is echter niet openbaar gemaakt.

Incidenten die geen incidenten worden

In het artikel Cameratoezicht op De Grent heeft nut stond onder meer:

Het cameratoezicht op het uitgaansgebied in Noordwijk werkt. Dat blijkt uit de evaluatie van de het eerste jaar van de camera’s op De Grent en omgeving. Elke week worden beginnende incidenten in de kiem gesmoord, melden de politie en gemeente. […] Dat is niet in cijfers uit te drukken, laat de gemeente weten in het evaluatierapport. Simpelweg omdat alle incidenten die uiteindelijk geen incident worden, ook niet worden genoteerd.

Door middel van een beroep op basis van de Wet openbaarheid van bestuur werd het rapport geopenbaard.

De buit

De volgende documenten kwamen beschikbaar:

  1. beslissing
  2. 1e Evaluatie Cameratoezicht De Grent (periode 1 oktober 2008 – 1 oktober 2009)

En, was het succesvol?

Als doel van het cameratoezicht wordt het verbeteren van de leefbaarheid en de veiligheid in het uitgaansgebied De Grent genoemd. Men wil misdrijven en probelmen met de openbare orde voorkomen, het veiligheidsgevoel van bewoners en bezoekers verhogen en ondersteuning bieden bij de verzorging van adequete hulpverlening aan slachtoffers. De algemene doelstelling is “de verhoging van de veiligheid rond bepaalde gebieden te verbeteren”.

Of doelen gerealiseerd zijn wordt beschreven in hoofdstuk negen. Over het behalen van het eerste doel zegt men:

Uit de rapportage van de politie […] blijkt dat beginnende incidenten eerder worden gesignaleerd. Hierdoor worden vele incidenten vroegtijdig in de kiem gesmoord of kunnen ter plaatse verdachten worden aangehouden. Rapportage op dit onderdeel is achterwege gelaten omdat het cameratoezicht slechts één uit een pakket samenhangende maatregelen is om de veiligheid in het uitgaansgebied te verhogen. Hierdoor zijn de cijfers die beschikbaar zijn met betrekking tot incidenten niet tot deze ene voorziening te herleiden. […]

Over het tweede doel, het veiligheidsgevoel van bewoners en bezoekers verhogen, is men even duidelijk:

Om redenen uiteengezet bij [vorige punt] – cijfermatige gegevens over effecten zijn niet eenduidig te herleiden tot deze ene maatregel is ook ten aanzien van deze doelstelling cijfermatige rapportage achterwege gelaten. […]

Ondanks het gebrek aan cijfermatige onderbouwing lijkt verbetering er wel te zijn:

Uit de verschillende rapportages blijkt dat politiepersoneel, de susploeg en portiers baat hebben ondervonden van het cameratoezicht. Ook hebben zij hierover goede berichten ontvangen van bewoners en bezoekers van het uitgaansgebied. Het lijkt dat het gevoel van veiligheid door cameratoezicht toeneemt. Zeker is dat bij het politiepersoneel en andere hulpverleners het gevoel van veiligheid is toegenomen.

Verder worden sinds 2008 cijfermatige gegevens over de subjectieve veiligheid- en overlastbeleving verzameld in het kader van de Veiligheidsmonitor Hollands Midden. […] Blijkens deze monitor geven inwoners van Noordwijk de veiligheid in hun eigen buurt een 7.1. Dit geldt dus ook in het gebied met cameratoezicht. […]

En ook op het derde punt is men duidelijk.

Zo blijkt dat hulpverleners die in het gebied werkzaam zijn, met de camera’s worden gevolgd. Daar waar nodig worden de beelden direct opgeslagen en als snapshot bij de wekelijkse rapportages van de SMC gevoegd. Verder blijkt uit de rapportage van de politie dat mede dankzij het gebruik van cameratoezicht een aantal aangiftes gedaan tegen politieambtenaren achteraf konden worden weerlegd. Nadat de aangever werd geconfronteerd met de camerabeelden werd van aangifte afgezien.

De conclusie in de eerste operationele conclusies en aanbevelingen is dan ook:

Na een eerste evaluatie is de aanbeveling om het cameratoezicht te continueren.

En zo geschiedde.