Hoe je overheidsdocumenten boven tafel krijgt

Afbeelding: Always more paperwork van Robert Francis | Licentie: CC BY-NC-SA 2.0

Verreweg de meeste documenten die de overheid produceert, verdwijnen in een la of archief. Met de Wet openbaarheid van bestuur krijgt je die documenten boven tafel. Dat doe je zo.

Regelmatig krijg ik vragen over het proces van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Het lijkt ingewikkeld, maar dat valt best mee. Toch is het goed om een goed beeld te hebben van de procedure, voordat je er aan begint.

Het proces begint met een verzoek

Je begint het proces met een verzoek aan een overheid. Dat kan ook mondeling, maar schriftelijk is het handigst. Je verzoek moet betrekking hebben op documenten die gaan over het maken van beleid of de uitvoering ervan. Je hoeft niet uit te leggen waarom je wilt dat die documenten openbaar worden gemaakt.1 Soms zal de overheid de ontvangst van je verzoek bevestigen, maar dat gebeurt lang niet altijd. De overheid is verplicht om “zo spoedig mogelijk”, maar in ieder geval binnen vier weken op je verzoek te beslissen.2

Als het verzoek niet voldoende specifiek geformuleerd is, kan de overheid je vragen om je verzoek te verduidelijken. Ze moeten je daar bij helpen.3 De termijn voor het nemen van een beslissing wordt dan opgerekt met het aantal dagen tussen het verzoek om een toelichting en dagtekening van jouw toelichting.4 Als het verzoek gericht is aan het verkeerde overheidsorgaan is de overheid verplicht het verzoek door te sturen naar de juiste plek.5

Soms (haha) heeft de overheid langer nodig om tot een beslissing op je verzoek te komen. Ze mogen dan de beslissing met vier weken verdagen. De overheid moet dan wel uitleggen waarom dat nodig is en je daarvan voor het verlopen van de oorspronkelijke termijn op de hoogte brengen.6

Je verzoek kan betrekking hebben op documenten die zijn opgesteld door anderen, zoals een rapport dat in opdracht van een ministerie door een bedrijf is geschreven. De overheid is dan verplicht om zo’n belanghebbende te vragen of zij bezwaar hebben tegen het openbaar maken van die documenten. De overheid vraagt zo’n belanghebbende schriftelijk en geeft aan wanneer de reactie uiterlijk ontvangen moet zijn. Meestal wordt er een termijn van vier weken gesteld. De termijn voor het nemen van een beslissing op jouw verzoek wordt dan opgeschort met het aantal dagen tussen het verzoek om een zienswijze en de ontvangst van die zienswijze of de gestelde termijn voor de ontvangst van een zienswijze als de belanghebbende niet reageert.7

De overheid mag ook in goed overleg met jou als verzoeker een andere termijn afspreken. Tenslotte mag de overheid er ook langer doen over de afhandeling van je verzoek als er sprake is van overmacht of als er een vertraging ontstaat die jou aan te rekenen is.8

Maar op een gegeven moment is de termijn voor het nemen van een beslissing toch écht verlopen. Omdat de beslissing, genomen op de laatste dag, ook verzonden moet worden, kan pas enkele dagen na het verlopen van de termijn bepaald worden of de overheid zich aan de termijn heeft gehouden.

Oneens met de beslissing op het verzoek

Als je de beslissing op je verzoek onjuist is, kun je binnen zes weken bezwaar aantekenen.9 In het bezwaarschrift moet je onder meer uitleggen waarom je het niet eens met de beslissing.10 De overheid moet vervolgens binnen twaalf weken na de beslissing op je verzoek een beslissing op je bezwaarschrift nemen.11

Als je bezwaarschrift niet aan alle vereisten voldoet, bijvoorbeeld omdat je niet hebt uitgelegd waarom je het niet eens bent met de beslissing op het verzoek, moet de overheid je in staat stellen om die fout te herstellen.12 De termijn voor het nemen van een beslissing op je bezwaarschrift wordt dan opgeschort met het aantal dagen tussen het verzoek om de aanvulling en de dagtekening van de aanvulling.13

Ook in deze fase mag de overheid, als zij niet op tijd een beslissing kan nemen, de termijn voor het nemen van een beslissing verdagen. Dat mag met maximaal zes weken. De verdaging moet gemotiveerd worden en voor het aflopen van de initiële termijn aan de verzoeker bekend zijn gemaakt.14

En ook hier geldt dat de overheid verplicht is om belanghebbenden om hun mening te vragen. Het bestuurs­orgaan stuurt daartoe de belanghebbenden een schriftelijk verzoek en stelt een termijn, van bijvoorbeeld vier weken, voor een reactie. De termijn voor het nemen van een beslissing op het eigenlijke verzoek wordt opgeschort met het aantal dagen tussen het verzoek om een zienswijze en de ontvangst van die zienswijze of de gestelde termijn voor de ontvangst van een zienswijze als de belanghebbende niet reageert.15

De overheid moet je altijd in de gelegenheid stellen om je bezwaar mondeling toe te lichten.16 De overheid kan er ook voor kiezen om een zogenaamde adviescommissie in te stellen. Dat is een semi-onafhankelijke commissie die zowel naar jouw argumenten als de argumenten van de overheid luistert en vervolgens een advies uitbrengt. De wet stelt eisen aan die commissie.17 Dat advies is niet bindend, maar als de overheid in haar beslissing afwijkt van het advies moet ze wel uitleggen waarom ze dat doet. Het instellen van zo’n commissie betekent ook een extra opschorting van het nemen van het besluit met zes weken.18

En ook nu mag de overheid in goed overleg met jou als verzoeker een andere termijn voor het nemen van een beslissing afspreken. Tenslotte mag de overheid er ook langer doen over de afhandeling van je verzoek als er sprake is van overmacht of als er een vertraging ontstaat die jou aan te rekenen is.19

En wat ook in deze fase niet anders is: op een gegeven moment is de termijn voor het nemen van een beslissing écht verlopen. Omdat de beslissing, genomen op de laatste dag, ook verzonden moet worden, kan pas enkele dagen na het verlopen van de termijn bepaald worden of de overheid zich aan de termijn heeft gehouden.

Afdwingen van een beslissing op verzoek of bezwaar

Op een gegeven moment is de termijn voor het nemen van een beslissing verlopen. Het zal zeker voorkomen dat je dan nog altijd geen beslissing ontvangen hebt. Dan wordt het tijd om de overheid, schriftelijk, in gebreke te stellen. Na ontvangst van de ingebrekestelling heeft de overheid twee weken de tijd om alsnog een beslissing te nemen. Na die twee weken begint, maximaal vier weken, een dwangsom te lopen. Voor elke dag dat het bestuursorgaan dan nog geen beslissing heeft genomen, is een dwangsom verschuldigd.20

Als het bestuursorgaan geen beslissing neemt kan de verzoeker ook een rechtszaak beginnen en de rechter vragen het bestuursorgaan op te leggen alsnog snel een beslissing te nemen. Dat kan overigens ook al vroeg in het proces, het is niet noodzakelijk om het bestuursorgaan eerst in gebreke te hebben gesteld. Om deze procedure te beginnen moet beroep worden aangetekend bij de rechtbank.21

Inhoudelijk beroep

Het kan natuurlijk zijn dat de verzoeker het ook niet eens is met de beslissing op bezwaar. In dat geval staat het de verzoeker vrij om de zaak ook inhoudelijk aan de rechter voor te leggen. Dat gebeurt door het aantekenen van beroep of te wel het opsturen van een beroepsschrift aan de rechtbank.

Als er al een beroepsprocedure voor het niet tijdig nemen van een beslissing op een bezwaar liep en het bestuursorgaan neemt alsnog een beslissing, dan kan het reeds lopende beroep worden omgezet in een inhoudelijk beroep.


  1. Artikel 3 Wob 

  2. Artikel 6 Wob 

  3. Artikel 3 Wob 

  4. Artikel 4:15 Awb 

  5. Artikel 4 Wob 

  6. Artikel 6 Wob 

  7. Artikel 6 Wob en artikel 4:8 Awb 

  8. Artikel 4:15 Awb 

  9. Artikel 6:4 Awb, artikel 6:7 Awb en artikel 6:8 Awb 

  10. Artikel 6:5 Awb 

  11. Artikel 7:10 Awb i.c.m. artikel 6:7 Awb 

  12. Artikel 6:6 Awb 

  13. Artikel 7:10 Awb 

  14. Artikel 7:10 Awb 

  15. Artikel 4:8 Awb 

  16. Artikel 7:2 Awb 

  17. Artikel 7:13 Awb 

  18. Artikel 7:10 Awb 

  19. Artikel 4:15 Awb 

  20. Artikel 4:17 Awb 

  21. Artikel 6:2 Awb