Je mag blij zijn als je het type auto herkent

Begin december 2009 deed ik bij de gemeente Amsterdam een verzoek op basis van de Wet openbaarheid van bestuur waarbij ik vroeg om alle documenten die betrekking hadden op de verlenging van de toestemming voor cameratoezicht in Stadsdeel Slotervaart. In de tweede helft van januari was de buit binnen. Van de documenten is de evaluatie Bij nader inzien uit oktober 2008 interessant leesvoer.

De kwaliteit van het camerasysteem in Slotervaart in 2008

De kwaliteit van de beelden is te slecht om bruikbaar te zijn. De zwart-wit beelden zijn schokkerig en korrelig, ongeschikt voor identificatie van daders. Ook als de dader recht in het gezicht wordt gefilmd, is de dader nauwelijks herkenbaar. Van auto’s die op vijf tot tien meter afstand een camera passeren is het kenteken niet te lezen. “Je mag blij zijn als je het type auto herkent”, wordt een van de betrokkene in de evaluatie geciteerd. De beeldkwaliteit neemt snel af als het gaat regenen of zodra de schemer inzet. Tegenlicht van lantarenpalen of winkels bevorderen de kwaliteit niet. In de avond is het uitkijken of opslaan van de beelden “gewoon zinloos” is.

In de evaluatie worden verschillende redenen genoemd voor de slechte kwaliteit van de beelden. Het project is tien jaar geleden gestart, in een periode waarin weinig ervaring met cameratoezicht was opgedaan. De politiek-maatschappelijke druk zorgde ervoor dat beslissingen gehaast gemaakt werden: “nog net niet uit de Gouden Gids geplukt”. Anno 2008 is het gebruikte systeem erg verouderd.

Natuurlijk speelt ook hier een gebrek aan geld mee. De deelgemeente moest het project zelf betalen, waardoor er maar een klein budget voorhanden was. Niet alleen de kwaliteit van het systeem zelf is slecht, op een van de pleinen heeft de besparing een geleid tot problemen met de stroomvoorziening van de camera’s. Die is ooit gedeeltelijk bij particuliere bedrijven die aan het plein zijn gevestigd ondergebracht. Om geld te besparen zetten die de stroom uit, waardoor er na ongeveer half tien ’s avonds en in het gehele weekend geen camerabeelden beschikbaar zijn.

Maar ook de camera’s die wel aan staan zijn soms onbruikbaar. De vaste camera’s zijn niet geborgd en de jongeren kunnen de camera’s gemakkelijk draaien. Het komt regelmatig voor dat de camera’s wel aanstaan, maar niet langer gericht zijn op de bedoelde plek. Op een van de pleinen zijn de camera’s ook niet altijd bruikbaar door de groenvoorzieningen en nieuwbouw. De positie van de camera’s zijn vaker een probleem, zo blijkt uit de evaluatie. De camera’s staan bijvoorbeeld van boven naar beneden gericht, waardoor niet snel recht in het gezicht wordt gefilmd. Het is ook lastig om de route van een auto of van een groepje wandelende personen tijdens het uitkijken te volgen.

Nadat in 2000 het eerste project op een van de pleinen in Slotervaart in gebruik genomen was, volgden in de jaren erna nog eens vier pleinen. Daarbij werd steeds voort geborduurd op het eerste en slecht functionerende systeem met enkel vaste camera’s en zonder de mogelijkheid tot inzoomen. De kwaliteit van de beelden van de nieuwere projecten was zo mogelijk nog slechter, omdat een steeds grotere afstand naar de centrale overbrugd moest worden.

Gedurende de uitbreiding verschoof de doelstelling van de aanpak van overlast naar de aanpak van criminaliteit. Om dit doel te kunnen halen is identificatie van verdachten noodzakelijk. Dat bleek echter niet mogelijk. Overdag was het al lastig, ’s nachts al helemaal niet.

Doelstellingen van het toezicht

Het cameratoezicht in Slotervaart kent twee primaire doelen. In de eerste plaats moet het toezicht de overlast en verstoringen van de openbare orde verminderen. Daarnaast is het de bedoeling dat de subjectieve veiligheid (het “gevoel van veiligheid”) vergroot wordt. In de loop van de tijd is dat uitgebreid met het doel tot het vergroten van het rendement van de reguliere diensten en de politie. Die laatste wil ook graag de camera’s gebruiken voor het beperken van het aantal delicten en opsporing. Het stadsdeel ging daar in 2009 nog niet in mee. De doelstellingen worden nauwelijks gehaald.

Het preventieve effect van cameratoezicht is aan slijtage onderhevig als er niet op basis van cameratoezicht wordt gereageerd op overlast. Uit de evaluatie blijkt dat mensen op straat inmiddels wel weten dat het in de praktijk zelden voorkomt dat er op basis van cameratoezicht actie wordt ondernomen. Overdag voelen veel bewoners zich veilig, maar slechts een deel van die bewoners schrijft dit toe aan het cameratoezicht.

Ook het vergroten van het rendement van de politie lukt nauwelijks. Het cameratoezicht wordt zelden of nooit gebruikt om een politieoptreden aan te sturen. De kennis die wordt verkregen via het toezicht is niet bijzonder. Dezelfde kennis wordt ook verkregen door mensen die gebruik maken van de pleinen of er werken. De onderzoekers hebben geen feiten of omstandigheden aangetroffen waaruit blijkt dat het cameratoezicht een zelfstandige bijdrage levert aan het rendement.

De wens van de politie, om de camerabeelden ook te mogen gebruiken voor het doel het aantal delicten te reduceren en de camera’s te gebruiken voor opsporing, zal weinig effectief zijn. De jongeren op de straat weten dat ze gezien worden, maar ook dat ze niet herkend kunnen worden. Ze trekken zich dan ook weinig aan van de camera’s. De kwaliteit van de beelden is dusdanig slecht dat de beelden weinig toevoegen op het punt van opsporing.

Kosten en opslagduur

Over kosten en opslagduur is niet veel geschreven in de evaluatie.

Het live uitkijken van de beelden van de vijf pleinen (in een ruimte die “niet Arbo-waardig is”) kostte de gemeente twee jaar geleden 80.000 euro op jaarbasis. Voor dit geld kijken in totaal 12 medewerkers van een beveiligingsorganisatie tussen 08:00 en 18:00 uur naar de beelden. Ze worden aangestuurd door een politiefunctionaris en combineren dit met surveillance.

Het stadsdeel en de leverancier hebben een afspraak gemaakt voor het opslaan van de beelden voor de duur van drie dagen. De politie wil dat graag opgerekt zien, naar 14 tot 28 dagen. Vanwege technische beperkingen moet de politie genoegen nemen met maximaal 14 dagen.