Justitie lichtzinnig over afspraken internetfilter

De minister van Veiligheid en Justitie heeft afspraken met internetproviders en het Meldpunt Kinderporno gemaakt over de inrichting van een internetfilter. Maar nu blijkt dat die afspraken helemaal niet op papier gezet zijn. 

Achter de schermen wordt hard gewekt aan een internetfilter. Dat moet afbeeldingen van seksueel misbruik van kinderen blokkeren. Vanaf begin af aan is er veel kritiek geweest op dit filter, omdat de doelstellingen vaag zijn en het filter ook misbruikt kan worden voor censuur. Het gebrek aan openheid leidde tot verontwaardigde reacties en kamervragen.

Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur werd vorig jaar de minister gevraagd alle documenten openbaar te maken die betrekking hadden op het internetfilter. Twee documenten maakte de minister openbaar, waaronder een rapport waarvan een eerdere versie al via Wikileaks was gelekt. Veel van de gevraagde informatie werd geweigerd, naar verluidt omdat het niet voorhanden was of het openbaar maken geweigerd was door betrokkenen bij het overleg.

Natuurlijk kan het ministerie niet gevraagd worden documenten openbaar te maken die er niet zijn. Maar dat die documenten er niet zouden zijn, is verrassend. Tegenover de Tweede Kamer beweerde minister Hirsch Ballin herhaaldelijk dat hij met de betrokken partijen afspraken heeft gemaakt. In de brief die de minister eind 2009 aan de Tweede Kamer stuurt, staat dat het ministerie samen met de grootste internetproviders, het Meldpunt Kinderporno en de SIDN afspraken heeft gemaakt over de financiering. Drie maanden later schrijft hij dat in de tussenliggende periode de afspraken verder zijn uitgewerkt. De minister zegt ook de "voortgang via de justitie vertegenwoordiging nauwgezet te volgen".

Deze afspraken gaan ver. Het gaat immers niet alleen over geld, maar vooral over de inrichting van een instrument dat voor censuur misbruikt kan worden. Het beoogde filter kent een gebrekkige doelstelling, is niet effectief en proportioneel én het ontbreekt aan transparantie en controleerbaarheid. In geen van de openbaar gemaakte documenten is een doel nauwkeurig omschreven. Een cijfermatige onderbouwing van de problematiek ontbreekt eveneens. Tal van afspraken maken over zo'n belangrijk onderwerp zonder deze vast te leggen, komt de geloofwaardigheid van de minister niet ten goede.

Als het Ministerie van Veiligheid en Justitie in een bezwaarschrift hiermee wordt geconfronteerd, stelt het ministerie inderdaad alleen mondelinge afspraken te hebben gemaakt. Van de gesprekken zijn geen verslagen opgesteld zodat "de private partijen in alle vertrouwelijkheid met elkaar van gedachte konden wisselen". De minister zegt "de basisafspraken die partijen destijds gemaakt hebben" te hebben verantwoord in de Tweede Kamer.

In hetzelfde besluit bevestigt het ministerie dat het beoogde filter gebaseerd is op DNS filtering en dat dit te omzeilen is door het instellen van een andere nameserver. De minister zegt verder nog te beschikken over documenten met verslagen over de discussies door betrokken partijen over het type filter, de stoppagina en de financiering. Deze documenten worden niet openbaar gemaakt omdat de betrokken partijen dat niet willen. Uiteraard is ook dat niet schriftelijk vastgelegd.

Dit stuk is ook verschenen bij Sargasso.