Na openbaar maken volgt publicatie

Afbeelding: Paper work van Liz West | Licentie: CC BY

Veel van de documenten die met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur openbaar worden, worden niet ook meteen gepubliceerd. Zonde, want het kost op deze manier de overheid de burger alleen maar meer tijd en geld. Transparantie zou verder bevorderd worden met een andere werkwijze.

Meer geld, meer tijd, beperkte transparantie

Veel van de ministeries publiceren een slechts een fractie van de verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Ook het overzicht van De Rijksoverheid omvat vermoedelijk niet alle documenten die openbaar zijn gemaakt. Gemeenten en andere overheden publiceren nog minder. Het zijn eigenlijk vooral burgers die consequent de aan hen openbaar gemaakte documenten publiceren (zoals Brenno de Winter en ikzelf). Zonde, want het niet meteen publiceren is inefficiënt en werpt onnodige drempels op.

De processen verbaal van de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 in Rotterdam, werden door minstens drie partijen onafhankelijk van elkaar opgevraagd. Niet alleen ik had interesse, ook een dagblad en een belangengroep deden een verzoek. De gemeente heeft elk van deze drie verzoeken los afgehandeld. Elk van de partijen kreeg een rekening van iets meer dan € 500 voorgeschoteld. Het afhandelen van het verzoek koste € 325 aan legeskosten en € 175 aan kopieerkosten.

Had de gemeente de documenten naar aanleiding van het eerste verzoek digitaal beschikbaar gesteld, dan had slechts eenmalig tijd besteed hoeven te worden aan het anonimiseren en digitaliseren van de documenten. Andere verzoekers kunnen de documenten daarna zelf op de website van de gemeente vinden. Dat bespaart de burger tijd en geld. Immers, de kosten voor het digitaliseren en anonimiseren zouden hooguit voor het afhandelen van het eerste verzoek gemaakt moeten worden. Dat scheelt belastinggeld. Maar ook de directe kosten die wel meteen aan de burger worden doorberekend (de kopieerkosten, de kosten voor het digitaliseren) zouden alleen nog aan de eerste verzoeker berekend hoeven te worden.

Meerdere verzoeken voor dezelfde documenten zijn geen uitzondering. Ook de aan het rapport van de Commissie Davids ten grondslag liggende documenten zijn door meerdere verzoekers opgevraagd.

Na openbaarmaking komt publicatie

Documenten die door middel van een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur aan de verzoeker openbaar worden gemaakt, zijn openbaar voor iedereen. De overheid zou deze documenten dus eigenlijk ook toegangelijk moeten maken voor iedereen. Na het openbaar maken, zou de overheid de documenten dus ook meteen moeten publiceren. Vergelijkbaar met andere documenten die nu soms al op websites te vinden zijn, zoals persberichten, raadsstukken en parlementaire documenten.

Dat zou goed zijn, omdat het zowel de burger als de overheid tijd, geld en moeite bespaart. De burger hoeft geen verzoek te doen voor documenten die reeds openbaar zijn en gepubliceerd worden. De overheid hoeft niet meer dan een enkel verzoek om een document te openbaren.

Openbaarheid van bestuur is een algemeen rechtsbeginsel dat stelt dat de burger het recht heeft te weten hoe de overheid werkt. Een overheid die openbaarheid betracht bij het uitvoeren van haar taak is een grondrecht. Een transparante overheid bevorderd de belangstelling voor en de betrokkenheid van burgers bij de democratie. In een tijd waarin burgers steeds meer van zichzelf moeten laten zien, mag van de overheid hetzelfde verwacht worden.

Direct publiceren van documenten maakt de documenten een stuk toegangelijker. Een hoge toegankelijkheid bevorderd het gemak waarmee de burger kennis kan nemen van de informatie in de documenten is vervat. Het ultieme doel zou natuurlijk zijn dat de overheid standaard alle informatie openbaar maakt, tenzij er specifieke redenen zijn om dat niet te doen. Die specifieke redenen kunnen in het verlengde liggen van de redenen waarom nu ook al een verzoek op basis van de Wet openbaarheid van bestuur geweigerd kan worden.

Project: publiceren dat wat openbaar is

De overheid overtuigen van de noodzaak om alle openbaar gemaakte documenten te publiceren, kost tijd. Daarom is er het idee om er eerst zelf eens naar te kijken. Dat is een omvangrijk project, met 500 tot 750 overheden en vermoedelijke jaarlijks vele duizenden openbaar gemaakte documenten.

Het idee is nu om:

  • Verzoeken te doen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en te vragen naar een overzicht van alle documenten die in het voorgaande jaar zijn openbaar gemaakt naar aanleiding van een verzoek op grond van diezelfde wet. Het overzicht moet een identificerende naam van het document en de datum van openbaarmaking (of datum beslissing verzoek) bevatten. De resultaten hiervan worden op een website gepubliceerd en zoekbaar gemaakt op naam van het document en overheid.
  • Vervolgens onderzoeken welk deel van de openbaar gemaakte documenten ook gepubliceerd is, daarbij een onderscheid maken naar de publicerende partij (de overheid die het document openbaar maakte, of een derde).
  • Optioneel: alle documenten uit de overzichten zelf opvragen en publiceren. Het eerst genoemde overzicht daarmee uitbreiden.

Vermoedelijk wordt al vrij snel duidelijk dat inderdaad slechts een zeer klein deel van de door een overheid openbaar gemaakte documenten ook gepubliceerd wordt. De resultaten vormen dan een uitstekend middel de politiek te overtuigen van een kleine aanpassing in de wetgeving.

Natuurlijk is dit een helse klus. Maar, wie wil er over meedenken?