Nederlandse inbreng Europese evaluatie bewaarplicht

Afbeelding: PE (1) van Anca Pandrea | Licentie: CC BY

In de Europese richtlijn die ten grondslag ligt aan de bewaarplicht zijn twee artikelen opgenomen die de evaluatie van de richtlijn regelen. Nederland deelde die informatie als een van de eerste lidstaten met Brussel, maar vergat Nederland zelf. Naar aanleiding van een verzoek is de informatie ook openbaar.

Verzoek

In Nederland is de Europese richtlijn 2006/24/EG geïmplementeerd in de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens. Lid 1 van artikel 10 van de richtlijn luidt:

De lidstaten zorgen ervoor dat jaarlijks aan de Commissie statistische informatie wordt verstrekt over de bewaring van gegevens die zijn gegenereerd of verwerkt in verband met het aanbieden van openbaar beschikbare elektronische communicatiediensten of een openbaar communicatienetwerk.

Die informatie heeft betrekking op:

  • de gevallen waarin overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving gegevens zijn verstrekt aan de bevoegde autoriteiten;
  • de tijd die is verstreken tussen de datum waarop de gegevens zijn bewaard en de datum waarop de bevoegde autoriteiten om de overdracht ervan verzochten;
  • de gevallen waarin verzoeken niet konden worden ingewilligd.

Artikel 15 van de richtlijn luidt:

Uiterlijk op 15 september 2010 brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag uit over de toepassing van deze richtlijn en de weerslag ervan op de marktdeelnemers en de consumenten, daarbij rekening houdend met verdere ontwikkelingen in elektronische communicatietechnologie en de statistische informatie die aan de Commissie wordt verstrekt overeenkomstig artikel 10, teneinde na te gaan of het nodig is de bepalingen van deze richtlijn aan te passen, in het bijzonder wat betreft de lijst van gegevens in artikel 5 en de in artikel 6 vastgestelde bewaringstermijnen.

Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur verzoek ik het Ministerie van Justitie om openbaar te maken:

  • alle documenten die zijn verstrekt aan de Europese Commissie op grond van artikel 10 van de Europese richtlijn 2006/24/EG,
  • alle documenten die zijn verstrekt aan de Europese Commissie op grond van artikel 14 van de Europese richtlijn 2006/24/EG en
  • alle andere documenten die betrekking hebben de evaluatie van de Europese richtlijn 2006/24/EG.

Beslissing

In haar beslissing van 23 november maakte het ministerie de volgende documenten openbaar:

De documenten zijn zoals te doen gebruikelijk gecensureerd. De Europese Unie heeft in tussentijd van het belangrijkste document een ongecensureerde versie gepubliceerd: deel 1, deel 2deel 3 en deel 4.

Uit de documenten blijkt dat de Nederlandse inbreng voor de evaluatie waardeloos is.