Overheid moet gebruik drones zoveel mogelijk vrijlaten

Afbeelding: Parrot AR.Drone 2.0 Photos van Christopher Michel | Licentie: CC BY-NC-SA 2.0

Nieuwe wetgeving voor drones moet de bewegingsvrijheid van burgers beschermen. De politie mag drones slechts in een beperkt aantal situaties inzetten, terwijl burgers en journalisten zoveel als mogelijk moet worden vrijgelaten.

Vandaag houdt de vaste commissie van Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over drones in Nederland.1 De kamerleden wil van gebruikers, zoals Defensie en commerciële bedrijven, horen hoe het is om met een drone te vliegen. Van andere experts wil ze weten waar ze op moet letten bij het maken van wetgeving voor de onbemande vliegtuigjes. Dit is mijn inbreng.

Drones zijn fantastisch.

In hoog tempo zullen drones kleiner, lichter, stiller, goedkoper en autonomer worden. En tegelijkertijd zal ook de functionaliteit van de apparatuur onder een drone sterk groeien. Nu al zijn er drones ter grootte van een vingernagel en straks zullen drones op zonne-energie dagenlang in de lucht blijven hangen. De drones worden bovendien autonomer en kunnen zelfstandig een object volgen. Maar ook het gewicht en de functionaliteit van de payload zullen groeien: straks vliegen drones met camera’s voor real-time kenteken- en gezichtsherkenning en kunnen zij uitgerust worden met antennes voor een ad-hoc netwerk of af te leveren pizza’s.

In de handen van burgers levert dat de mooiste toepassingen op. Wetenschappers laten drones jongleren. Hobbyisten maken een verbluffend mooie registratie van de weg van een skateboarder door de nachtelijke stad. De controle van de windturbines op zee wordt erg vereenvoudigd en een stuk veiliger. De brandweer kan, zonder zelf risico te lopen, de giftige stoffen in een rookpluim vaststellen of op een brandende hei moeiteloos speuren naar de brandhaarden. Journalisten leggen de strijd tussen demonstranten en de politie haarfijn vast.

Burgers verliezen vrijheid met een overheid die vanuit de lucht heimelijk meekijkt. Anders dan helikopters kennen drones geen natuurlijke grenzen, zoals lawaai, zichtbaarheid en hoge kosten van aanschaf, onderhoud en inzet. En hoewel voor drones bij de politie tal van zinvolle toepassingen te bedenken zijn, brengt surveillance met drones heel snel elke burger, verdacht of niet, in het vizier van de overheid. Komende ontwikkelingen, zoals autonomie en gezichtsherkenning of uitrusting met traangas of dodelijke wapens, maken de risico’s alleen maar groter.

De politie zoekt experimenterend met nieuwe technieken vaak de grenzen van de wet op. Zij neemt daarbij een voorschot op de wetgeving waarna de regering dat legaliseert. Recente voorbeelden zijn het bewaren van no-hits van kentekenregistrerende camera’s boven de snelwegen of het inbreken op de computers en het verwijderen van gegevens op die computers. Het loont de moeite niet hetzelfde te laten gebeuren bij de inzet van drones. Omdat drones onhoorbaar en klein worden en zonder braaksporen achter te laten een privé-ruimte kunnen binnendringen, zullen vergaande toepassingen jarenlang ongemerkt ingezet kunnen worden. Ongemerkt voor de gewone burger, maar ook voor de rechterlijke macht en het parlement.

Omdat deze technologie veel nieuwe en fantastische toepassingen mogelijk maakt is het fundamenteel dat wet- en regelgeving waar nodig de bewegingsvrijheid van burgers beschermt.

Bescherm de vrijheid van boven.

De vrijheid van burgers moet zoveel mogelijk in tact gelaten worden. Tegelijkertijd is het niet nodig om opsporingsdiensten meer ruimte te geven dan strikt noodzakelijk. Bescherm de vrijheid van meningsuiting en nieuwsgaring, de vrijheid van vereniging en vergadering en bescherm de persoonlijke levenssfeer. Dat kan door nu al goed vast te leggen welke toepassingen wenselijk zijn en welke niet. Als uitgangspunten gelden:

Het gebruik van drones door burgers moet zoveel mogelijk worden vrijgelaten. Hobbyisten moeten de vrijheid behouden om met drones te spelen. Waar mogelijk moeten eventuele problemen opgelost kunnen worden met de bestaande wetgeving zoals de Wet bescherming persoonsgegevens. Versterk zonodig die wetgeving en de handhaving ervan. Laat waar het kan het gebruik van kleinere drones tot bepaalde hoogte vrij. Regels om de veiligheid af te dwingen hoeven geen afbreuk te doen aan de vrijheid om met drones te vliegen.

Journalisten moeten altijd drones kunnen inzetten waar dat redelijkerwijs mogelijk is. Dat moet ook kunnen boven een demonstratie van studenten of rellende hooligans. Het gebruik wordt niet ontmoedigd door dagen durende procedures voor het aanvragen van ontheffingen. Van journalisten mag verwacht worden dat zij alleen met drones vliegen als zij hiervoor zijn opgeleid en om kunnen gaan met calamiteiten die kunnen optreden. Als de politie én journalisten tegelijkertijd met drones willen vliegen moeten beide mogelijk zijn.

Hulpdiensten mogen drones gebruiken om incidenten te voorkomen en effectief en veilig te bestrijden. De drones moeten kunnen worden ingezet bij het zoeken naar een drenkeling, de detectie van giftige gassen bij grote chemische brand, het documenteren van een kettingbotsing op een snelweg, het verkrijgen van het overzicht op de locatie van een ramp, het zoeken naar een drenkeling en voor het beheersen van grote mensenmassa’s bij evenementen.

Opsporingsdiensten mogen drones alleen inzetten in levensbedreigende situaties, ten behoeve van stelselmatige observatie of op een plaats delict. De politie mag geen drones inzetten voor surveillance en drones mogen nooit voorzien zijn van een geweldsmiddel. Een drone mag alleen ingezet worden voor stelselmatige observatie voor zover de wetgever van de huidige wetgeving dat voorzien kan hebben. Een inzet moet altijd noodzakelijk, proportioneel en subsidiair zijn. Nieuwe bevoegdheden mogen alleen geïntroduceerd worden na een privacy impact analyse en voorzien van een evaluatie- en horizonbepaling.

De inzet van de drones door hulp- en opsporingsdiensten moet voorspelbaar, transparant en controleerbaar zijn. Dit moet in wetgeving geregeld worden, nu de opsporingsdiensten effectieve transparantie over inbreukmakende bevoegdheden grotendeels weigeren. Voorafgaand aan de inzet wordt het doel van de vlucht vastgelegd. De drone en de geregistreerde informatie mogen enkel voor dat doel worden ingezet. Informatie die niet meer voor dat doel nodig is, moet direct worden verwijderd. De controle daarop moet worden verstevigd De opsporingsdiensten publiceren jaarlijks cijfers die inzicht geven in de aard en de omvang van de inzet van drones.


  1. Drones worden ook wel onbemande vliegtuigen, remotely piloted aircraft systems (RPAS), unmanned aerial vehicle (UAV) of unmanned aerial system (UAS) genoemd. Ik hanteer de term “drone”, gegeven de titel van het rondetafelgesprek.