Project dataretentie, episode 2

Afbeelding: Paper Weaving van Joel Penner | Licentie: CC BY

Afgelopen zomer vroeg ik het ministerie van Justitie alle documenten over de implementatie van de bewaarplicht openbaar te maken. Omdat ik het niet eens was met alle zwarte strepen en er voor mijn gevoel informatie ontbrak, ging ik in bezwaar. Eind januari besliste de minister.

Bezwaar

Naar aanleiding van mijn verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) maakte de minister tientallen documenten openbaar over het "Project Dataretentie". Veel informatie werd geweigerd, soms omdat de informatie te gedetailleerd beschrijft hoe de politie te werk gaat, soms om de persoonlijke levenssfeer van betrokken ambtenaren te beschermen.

Uit de informatie bleek onder meer dat de berekeningen uit een van de onderzoeken slordig zijn, Bits of Freedom geweerd is uit het overleg over de implementatie en dat providers erg kritisch zijn vanwege de onduidelijkheid vanuit de overheid.

Dat het ministerie zoveel informatie weigerde, leek me niet terecht. In een van de documenten die wel openbaar was gemaakt werd expliciet naar een document verwezen dat niet openbaar gemaakt of geweigerd was. In andere documenten kon de lengte van de zwarte strepen onmogelijk overeenkomen met de aangedragen weigeringsgronden. Ook streepte het ministerie namen van bedrijven weg, in het kader van de bescherming van natuurlijke personen. 

Beslissing op bezwaar

Met de beslissing op mijn bezwaar maakte de minister extra informatie openbaar:

Die laatste brief was al openbaar, alleen zijn op pagina twee de namen van een aantal internet providers niet langer doorgestreept. Uit de opdrachtomschrijving blijkt ook dat burgerrechten organisaties als Bits of Freedom niet tot de "stakeholders" wordt gerekend.

Het meest opmerkelijke citaat komt echter uit de beslissing zelf. De opsporingsdiensten maken gebruik van standaardformulieren voor het opstellen van een proces verbaal of voor de verzending van een fax aan de Unit Landelijke Interceptie. Die formulieren worden niet openbaar gemaakt met als reden: 

Openbaarmaking daarvan kan inzicht geven in de werkwijzen en tactieken van de opsporingsdiensten, daarnaast bestaat het risico dat met vrije beschikbaarheid van dergelijke modellen, deze door anderen dat de opsporingsdiensten worden misbruikt.

Het is mij niet duidelijk hoe standaardformulieren van de ene opsporingsdienst misbruikt kunnen worden door een andere dienst.

Update (11 maart 2011). Desgevraagd schrijft het ministerie:

Het is evident dat sprake is van een verschrijving – waarvoor excuus – en dat na het woord 'anderen' het woordje 'dan' in plaats van 'dat' moet worden gelezen. Zo bezien kan er dan ook geen misverstand over bestaan dat gedoeld is op het risico van misbruik door anderen (personen of organisaties) dan overheidsdiensten.