Providers kritisch over kosten en inzet CIOT voor bewaarplicht

Uit brieven van de KPN en een aantal zakelijke aanbieders aan het Ministerie van Justitie, blijkt dat aanbieders niet extra willen investeren in de bewaarplicht als de overheid nu de aanlevering en bewaring van gegevens wil veranderen. KPN is bovendien kritisch over de uitbreiding van de rol van het CIOT, waardoor verantwoordelijkheden van de aanbieders door de overheid wordt overgenomen.

De brieven zijn door het ministerie openbaar gemaakt naar aanleiding van een verzoek op de grond van de Wet openbaarheid van bestuur. In de twee brieven (21 december 2009 en 25 mei 2010) van het BCPA,  een samenwerkingsverband de grootzakelijke aanbieders BT, Colt Telecom en Verizon Business, en de twee brieven (30 juni 2010 en 23 augustus 2010) van de KPN, wordt geprotesteerd tegen de plannen van het ministerie.

In haar brief uit KPN kritiek op het voornemen van het ministerie voor het volledig onderbrengen van de historische NAW gegevens bij het CIOT. De KPN ziet dat niet zitten omdat op er op die manier geen marginale controle op de rechtmatigheid van de bevraging door de aanbieder mogelijk is. Dat is wel een verantwoordelijkheid van de aanbieders, die voor niet-historische NAW gegevens nu al door de overheid wordt uitgevoerd. Om daar ook voor de historische NAW gegevens vanaf te zien, moet de wet gewijzigd worden.

De KPN vind het gebruik van het CIOT voor de bevraging van de historische NAW gegevens al helemaal een slecht idee, nu gebleken is dat de praktijk ervan nog altijd bijzonder zorgwekkend is. Ze verwijst daarbij ook naar de brieven die het ministerie naar de korpsbeheerders verzonden heeft. Bovendien is het CIOT-model, voor de bevraging van niet-historische gegevens, nooit geevaluaeerd. Het onderbrengen van de historische gegevens bij het CIOT acht de KPN onzorgvuldig, zeker gegeven de voortdurende problemen met de bevragingen.

De KPN doet wel de aanbeveling om de bevraging zelf te centraliseren. Daarbij doen de opsporingsambtenaren hun bevraging bij een centrale dienst, die op haar beurt de bevraging, geanonimiseerd, aan de aanbieder doorstuurt. Dat systeem is vergelijkbaar met de bevragingen zoals dat nu door de Unit Landelijke Interceptie van de KLPD wordt uitgevoerd.

Ook het BCPA, een samenwerkingsverband de grootzakelijke aanbieders BT, Colt Telecom en Verizon Business, wil geen extra investeringen. Deze aanbieders krijgen nauwelijks tap- en informatieverzoeken. De beperkte bevragingen staan in schril contrast met de hoge kosten die gemaakt moeten worden voor de geautomatiseerde bevragingen. De geautomatiseerde verstrekking van HNAW gegevens wordt door het ministerie zonder goede onderbouwing verondersteld, aldus het BCPA. De automatisering is vooral een wens van de opsporings- en inlichtingendiensten, voor het BCPA is de huidige situatie geen probleem.

Net als het BCPA is ook KPN zeer kritisch over aanvullende investeringen. De KPN heeft in Nederland de bewaarplicht zonder steun en sturing van de overheid geimplementeerd en deze investering zelf betaald. Aanvullende investeringen, die nodig zouden zijn als als de overheid nu de manier van aanlevering en bewaring van de gegevens wil gaan aanpassen, zouden niet door de aanbieders gedragen mogen worden.

Tenslotte constateert KPN dat niet alle kosten van de aanbieders in het overzicht in de Business case HNAW opgenomen: zo ontbreken de kosten die zij moeten maken voor het decentrale bevragingen. Ook indien de historische NAW gegevens bij het CIOT worden ondergebracht, moeten de aanbieders in staat zijn om zelf bevragingen te beantwoorden. Dat is nodig bij uitval van het CIOT of bij een zogenaamde “no-hit”.