Resultaat cameratoezicht onduidelijk, toch doorgaan

De dalende uitgaanscriminaliteit in het centrum van Spijkenisse was reden voor het handhaven van het cameratoezicht in Spijkenisse, zo schreef de gemeente recent in een persbericht. Maar is het onderliggende evaluatierapport we zo positief?

Sinds 2000 kent Spijkenisse cameratoezicht. Het centrum van de stad wordt met 17 camera's in de gaten gehouden, de wijk De Akkers met 7 camera's bekeken. De beelden worden door medewerkers van de dienst Stadstoezicht Rotterdam in het politiebureau aan de Witte de Withstraat in Rotterdam gevolgd. Dat gebeurt voor de camera's in het centrum alleen tegen tegen het weekend, voor De Akkers gebeurt dat dagelijks. De beelden worden maximaal 7 dagen bewaard.

In het persbericht Uitgaanscriminaliteit daalt in centrum van Spijkenisse door cameratoezicht stelt de gemeente dat door gebruik van cameratoezicht het uitgaanscriminaliteit is gedaald. Over het toezicht in de wijk De Akkers is de gemeente al minder uitgesproken. Omdat die wijk pas sinds 2008 met camera's in de gaten wordt gehouden, is er over het effect van de camera's niet veel te zeggen. De gemeente beëindigt het persbericht met de opmerking dat het effect eigenlijk niet goed te bepalen is:

Opvallend is dat het aantal incidenten dat door de camera’s wordt geregistreerd laag is. Het is lastig te bepalen wat de effecten van cameratoezicht binnen de gebieden precies zijn. Desalniettemin heeft het college van burgemeester en wethouders besloten vooralsnog door te gaan met cameratoezicht.  

Het rapport werd vindbaar met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Hoge nood

De toon van die laatste paragraaf komt veelvuldig terug in het rapport. Het rapport noemt kort de introductie van cameratoezicht in Nederland: de gemeente Ede had in 1997 als eerste cameratoezicht in de openbare ruimte. Nu hebben de helft van de Nederlandse gemeenten camera's hangen. De onderzoekers schrijven:

Na twee decennia ervaring met cameratoezicht in Nederland is er geen eenduidig antwoord op de vraag of en welk effect cameratoezicht heeft op de objectieve en subjectieve veiligheid. Evaluaties zijn er te over, maar veel van deze onderzoeken voldoen niet of slechts deels aan de wetenschappelijke criteria om valide en betrouwbare uitspraken te kunnen doen.

Behalve dat het rapport de stand van zaken weergeeft, is het ook een evaluatie van het cameratoezicht. Om te kunnen weten of de doelstellingen behaald zijn, herhalen de opstellers de doelstellingen. De doelstelling voor de camera's in het centrum van Spijkenisse is het bestrijden van uitgaanscriminaliteit door middel van het voorkomen van openlijk geweldpleging, handel in drugs en vernielingen […]. Als doelstelling voor het cameratoezicht in de wijk De Akkers formuleerde de gemeente het structureel verhogen van het veiligheidsgevoel van burgers […] door aanpak van de overlast […].

Het eerste dat opvalt is het ontbreken van concrete aantallen. Het is onmogelijk om aan te geven hoeveel minder uitgaanscriminaliteit of hoeveel verhoging van het veiligheidsgevoel nodig is, om vast te kunnen stellen dat de gewenste doelen behaald zijn. Uit de beleidstheorie ("het geheel van argumentaties en kennis, de zogenaamde beleidsveronderstellingen, dat ten grondslag ligt aan een bepaald beleid") zou je moeten kunnen afleiden hoe cameratoezicht bijdraagt aan die doelen.

De eerste veronderstelling die in het rapport wordt genoemd is dat het simpele feit dat de aanwezigheid van camera's als vorm van formeel toezicht in een gebied, er al voor moet zorgen voor een afname van criminaliteit in dat gebied. Potentiële daders zouden zich wel twee keer bedenken voordat ze iets doen dat ze niet mogen. De andere reden voor de afname is dat daders hun activiteiten verplaatsen naar een gebied waar geen camera's hangen. Deze overwegingen passen niet bij de genoemde doelen. De overtredingen genoemd in de doelstellingen (zoals vernielingen, geweld en jeugdoverlast) worden niet weloverwogen begaan, maar gebeuren onder invloed van alcohol of door groepsdruk. Een wildplasser heeft een volle blaas die hoognodig geloosd moet worden en zal daarbij zelden de aanwezigheid van camera's overwegen.

De tweede veronderstelling is dat de aanwezigheid van camera's een positief effect heeft op het gevoel van veiligheid van burgers. Of datzelfde effect niet op minder ingrijpende wijze bereikt kan worden is maar de vraag. De derde veronderstelling is dat de camera's de pakkans verhogen. De opstellers schrijven echter:

De beleidsveronderstellingen 1 en 2 komen ook expliciet terug in de doelstellingen van het cameratoezicht van Spijkenisse. De beleidsveronderstelling 3 doet dat niet. 

Kosten van het cameratoezicht

Het rapport is in ieder geval helder over de kosten van het toezicht. Zo schrijven de onderzoekers in de conclusie:

De uitkijk- en onderhoudskosten bedragen jaarlijks circa 125.000 euro. Dit betekent dat het uitkijken van de camera's ieder weekend circa 824 euro in het centrum en iedere dag circa 193 euro in Akkers-centrum kost.

De investering in het camerasysteem in de wijk De Akkers kostte de gemeente 117.000 euro. De uitbreiding in 2007 van het systeem in het centrum kostte ongeveer 140.000 euro. Het hele systeem heeft een afschrijvingstermijn van 10 jaar. De levensduur van de camera's wordt geschat op vijf jaar en de vervangingskosten bedragen naar schattting 1.000 euro per camera.

Resultaat onduidelijk

Zoals de opstellers van het rapport aan het begin al noemde, is er uit de meeste evaluaties niet af te leiden of cameratoezicht echt een bijdrage levert. Soms zijn de beelden door slechte kwaliteit onbruikbaar, soms is de evaluatie te beperkt in opzet en soms is het cameratoezicht slechts een deel van een groter pakket aan maatregelen die de veiligheid moeten bevorderen. De evaluatie van het cameratoezicht in Spijkenisse is geen uitzondering. 

Het evaluatierapport wil graag antwoord geven op de vraag of het veronderstelde effect nu ook echt behaald is:

Uit de gegevens uit de leefbaarheidsmonitor is geen conclusie te trekken dat het cameratoezicht heeft geleid tot een verbetering van de veiligheidsbeleving in de twee buurten met cameratoezicht. Het cameratoezicht in het centrum is sinds 2000 al van kracht. Het eventuele effect zou dan in 2001 en verder zichtbaar moeten. Helaas ontbreekt echter het rapportcijfer voor 2000. In de daarop volgende jaren is het rapportcijfer redelijk stabiel en schommelt rond de 6,4. Aangezien het cameratoezicht in Akkers-centrum pas in oktober 2008 gestart is, is de mogelijke invloed van decamera's op de veiligheidsbeleving nog niet zichtbaar in de tabel.

De gegevens uit de tabel:

Ook de veronderstelde daling van de criminaliteit is ver te zoeken:

Uit de analyse van hoofdstuk 5 is gebleken dat in de buurt Kern sprake is van een daling qua ontwikkeling van de criminaliteit en overlast. Het rapportcijfers voor veiligheidsgevoel is in de wijk Centrum in 2008 gestegen naar 6,6 ten opzichte van de 6,4 in 2005. In Akkers-centrum is het criminaliteitsniveau gelijk gebleven sinds de introductie van cameratoezicht, terwijl in de andere buurten van de wijk Akkers sprake is van een toename.

De conclusie is dan ook erg duidelijk:

In de ontwikkeling van de rapportcijfers die de inwoners van Spijkenisse geven voor hun veiligheidsgevoel is geen positieve of negatieve tendens te zien.

Specifiek over het behalen van de doelstelling van het cameratoezicht in het centrum van de stad schrijven de onderzoekers dat de doelstelling welliswaar wordt gerealiseerd, maar, omdat een concrete doelstelling ontbreekt, er niets te zeggen is in welke mate die doelstelling is gehaald. Op de vraag of de doelstelling in de wijk De Akkers is behaald stellen de onderzoekers vast dat daar vooralsnog geen antwoord op te geven is.

De bijdrage van cameratoezicht is moeilijk te bepalen:

In beide cameratoezichtgebieden worden naast het cameratoezicht diverse veiligheidsmaatregelen ingezet. Op basis van de beschikbare informatie is de aard (positief, neutraal of negatief) en omvang (groot, klein) van het effect van het cameratoezicht op het veiligheidsniveau zeer lastig te bepalen.