Tapstatistieken AIVD 2002-2008

Afbeelding: Dutch intelligence agency AIVD van FaceMePLS | Licentie: CC BY 2.0

Lange tijd heeft de Minister van Binnenlandse Zaken geweigerd de kwantitatieve tapstatistieken van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de AIVD, openbaar te maken. De minister is van mening dat openbaarmaking van deze gegevens zicht biedt op de werkwijze van de inlichtingendiensten. In de eerste helft van 2010 dwong de Tweede Kamer de minster openheid te geven over 2009. Maar hoe zit het met de periode ervoor?

Verzoek

Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur verzocht ik om de tapstatistieken voor de jaren 2002 tot en met 2008 openbaar te maken.

In de brief van 1 februari 2010 schreef de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken, Ter Horst, aan de Tweede Kamer het volgende:

Cijfermateriaal dat over een langere periode in de openbaarheid beschikbaar wordt gesteld, afgezet tegen ontwikkelingen in de communicatietechniek, kunnen vijandige buitenlandse Inlichtingen- en Veiligheids-diensten en ook onderzoekssubjecten van de AIVD en de MIVD inzicht geven in de manier waarop deze diensten hun bijzondere bevoegdheden inzetten. Dit geldt des te meer gezien de beperkte inzet van de bijzondere bevoegdheden door de diensten.

Op 27 januari 2010 werd de volgende motie voorgesteld:

De Kamer […] van mening, dat het argument dat het openbaar maken van de kwantitatieve tapstatistieken zicht biedt op de werkwijze van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst niet overtuigend is; verzoekt de regering de kwantitatieve tapstatistieken van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst openbaar te maken, […].

Deze motie is aangenomen op 6 april 2010. Naar aanleiding van het aannemen van deze motie schreef  de minister op 19 april 2010 aan de Tweede Kamer:

Het gaat hierbij om de volgende aantallen: in totaal zijn er ex art. 25 Wiv 2002 in 2009 1.078 taps geplaatst door de AIVD en 53 door de MIVD. Het aantal personen op wie deze taps betrekking hebben, ligt lager omdat personen meerdere telefoonnummers in gebruik kunnen hebben of van telefoonnummer wisselen.

Nu de Tweede Kamer de motie tot openbaar maken van de kwantitatieve tapstatistieken van de AIVD en MIVD heeft aangenomen en de minister daar voor het jaar 2009 aan heeft voldaan, staat er niets meer in de weg om ook de tapstatistieken van de jaren ervoor te openbaren.

Beslissing

De minister weigerde het aantal taps van de AIVD openbaar te maken. De motivering voor zijn weigering:

Ik stel mij op het standpunt dat het openbaar maken van tapstatistieken over de jaren 2002 tot en met 2008, dan wel van enig enkel ander jaar, zicht geeft op de modus operandi van de AIVD. Als van verscheidene jaren het cijfermateriaal van de tapstatistieken openbaar wordt gemaakt, geeft de vergelijking van deze gegevens die dan kan plaatsvinden prijs over welke capaciteiten de AIVD de afgelopen jaren heeft beschikt met betrekking tot het inzetten van taps. […]

De omstandigheid dat de AIVD aan de Tweede Kamer over een enkel jaar (in casu 2009) de tapstatistieken wel openbaar heeft gemaakt, doet hieraan niet af. Het feit dat over één enkel jaar de tapstatistieken zijn vrijgegeven geeft weliswaar de hoeveelheid taps over dat jaar aan, maar geeft geen zicht op de modus operandi van de AIVD omdat geen vergelijking van gegevens mogelijk is met tapstatistieken over andere jaren. Het openbaar maken van enkel de tapstatistieken over 2009 schaadt dus niet de nationale veiligheid en is dus niet in strijd met artikel 55, eerste lid, onder b, van de Wiv 2002 vrijgegeven.

En nu maar hopen dat volgend jaar de Tweede Kamer opnieuw een motie indient, voor de getallen over 2010.