Wensenlijst politie: preventief fouilleren met röntgenscanner

Afbeelding: spontaneous pneumothorax van status6 | Licentie: CC BY-NC-SA 2.0

De Amsterdamse en Rotterdamse politie hebben de ontwikkeling van een röntgenscanner voor gebruik op straat onderzocht.

In een brief aan de Amsterdamse gemeenteraad schreef de burgemeester vorig jaar dat de politie onderzoek deed naar het gebruik van zogenaamde scanpalen. Daarmee kunnen, op straat en met behulp van röntgenstraling, personen onderzocht worden op wapens. De palen zouden moeten worden ingezet tijdens preventieve fouilleeracties. Detectiepoortjes, maar dan op straat.

In minder dan twee jaar terugverdiend

Onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de politie, stelt dat er juridisch geen bezwaar is tegen de inzet van zulke mobiele scanners. Tenminste, als burgers op de hoogte zijn van het gebruik van de poortjes en er geen actieve straling wordt gebruikt. Dat betekent dat de poortjes wel mogen kijken naar de straling in de omgeving, maar zelf geen straling mogen uitzenden. Scanpalen die dat wel doen, zoals een röntgenscanner, mogen alleen worden ingezet als dat expliciet bij wet geregeld is. Dat is ook een vereiste voor heimelijk inzet.

De politie liet vervolgens onderzoeken welke functionele eisen aan de scanners gesteld moeten worden. De poortjes moeten tegen een stootje kunnen en de scanners moeten ook goed beeld opleveren als het regent en de kleding van de onderzochte mensen zeiknat is. Dat leverde het startpunt voor het onderzoek naar geschikte technologieën. Een feasibility study in een laboratorium gaf inzicht in het beeld dat de technologieën opleverden. Tenslotte bepaalde de onderzoekers dat het ontwikkelen van een proof of concept tussen de 200.000 en 400.000 euro zou kosten. De kosten voor de ontwikkeling leken niet onoverkomelijk:

Los van alle kwalitatieve voordelen die er met de wapenscanner te behalen zijn, laat een kwantitatieve berekening zien dat aanschaf van een dergelijk apparaat zich binnen een jaar en negen maanden kan terugverdienen. Tenslotte is gedurende het gehele proces gebleken, dat rond de beeld- vorming over het apparaat een goede en op feiten gebaseerde communicatiestategie [sic] gevoerd moet worden om het gebruik acceptabel en succesvol te maken.

De ontwikkeling van het apparaat door (of in opdracht van) de politie zelf is niet doorgezet. Men vond dat uiteindelijk toch te duur en de ontwikkeling wordt nu overgelaten aan het bedrijfsleven.

Visueel betast

Dat een goede communicatiestrategie belangrijk zal zijn blijkt ook wel uit een andere constatering:

Deze nader voorwaarden zijn ingegeven door de privacydiscussie die begin 2010 was ontstaan naar aanleiding van een perspublicatie in NRC Next en de nominatie (en het ‘winnen’) van de Big Brother Award in de categorie Veiligheid.

Maar wat zou het de politie opleveren? Eén van de weinige voordelen die genoemd wordt is dat “er tijdswinst wordt geboekt bij preventief fouilleren.” En dat is het dan ook wel. Nou ja, er wordt nog één ander argument aangedragen:

Wapenscanner ten behoeve van selectie bij preventief fouilleren ter voorkoming van onnodige handmatige fouillering waardoor werkwijze juist minder privacybelastend is.

Het is dan misschien wel fijn dat de handen van de agent tegenover je niet all of the place zijn, maar het neemt niet weg dat je visueel betast wordt.

Met haar beslissing van 18 december 2013 maakte de politie Amsterdam de volgende documenten openbaar: proef wapendetectie buitenruimte (november 2010) en evaluatie onderzoeksprogramma mobiele wapenscanner buitenruimte (13 december 2012). Los van dit verzoek stuurde iemand anders mij ook nog het document Ontwikkeling wapenscanner voor in de publieke ruimte (1 mei 2006) toe.