Wetswijziging nodig om graaien politie bij Belastingdienst te voorkomen

Afbeelding: Zes. Echt waar. Tel maar na. van Maarten van Maanen | Licentie: CC BY-SA 2.0

Om te voorkomen dat de politie kan graaien bij de Belastingdienst naar gegevens die zij anders zelf nooit had mogen verzamelen of niet meer had mogen bewaren, moet de wet worden aangepast.

In een artikel in De Correspondent toont Maurits Martijn aan hoe de Belastingdienst een goudmijn voor opsporings- en geheime diensten is. De verstrekking van gegevens van de Belastingdienst aan opsporingsdiensten is problematisch, omdat de politie op die manier haar opgelegde waarborgen omzeilt. Met andere woorden: zij kan bij de Belastingdienst gegevens opvragen die zij zelf nooit had mogen verzamelen of niet meer had mogen bewaren.

Een klein voorbeeld ter illustratie:

  • De politie gebruikt op het moment ANPR-camera’s om snel te kunnen zien welke auto’s op een bepaald tijdstip ergens rijden of geparkeerd staan. De politie mag de geregistreerde kentekens niet bewaren, tenzij er met zo’n kenteken iets aan de hand was (de zogenaamde hits, zoals bij onverzekerd rijden of een openstaande boete). Is er niets aan de hand, de no-hits, dan moet de politie het kenteken direct weggooien.
  • Het probleem is nu: de politie kan dat soort gegevens op een later tijdstip echter alsnog opvragen bij de Belastingdienst. Die vordert gegevens over geparkeerde auto’s bij bijvoorbeeld het door de RDW beheerde Nationaal Parkeer Register of bij bedrijven die automobilisten in staat stellen met hun mobiele telefoon een parkeerkaartje te kopen. Dus: terwijl de politie zelf niet de bevoegdheid heeft die gegevens te verzamelen, kan zij toch aan die gegevens komen door een loophole in de wet.
  • Het probleem wordt nog wranger als je je bedenkt dat de politie soms die gegevens zelf aanlevert bij de Belastingdienst. De politie heeft boven de snelwegen camera’s hangen waarmee zij de kentekens van passerende auto’s vastlegt. Zoals gezegd, de politie moet die registraties direct weggooien, behalve als er sprake is van een hit. Maar op basis van een convenant met de Belastingdienst deelt zij de geregistreerde kentekens wekelijks met de Belastingdienst, inclusief de no-hits. En ja, de politie kan die daarna doodleuk opvragen.

Er zijn tenminste drie dingen die moeten gebeuren.

  • De wet moet aangepast worden om deze loophole te dichten. Dat betekent een herziening van het tweede lid van artikel 43c van de Uitvoeringswet Awr en/of een herziening van het Wetboek van Strafvordering en misschien ook nog wel meer wetten. Die herziening moet er voor zorgen dat het niet meer mogelijk is voor een officier van justitie om bij andere overheidsorganen gegevens op te vragen die de politie zelf nooit had mogen verzamelen of niet meer had mogen bewaren.
  • Er moet meer transparantie komen over gegevensverzoeken, -vorderingen en -verstrekkingen, ook binnen de overheid. We hebben het nu vaker over de transparantie met betrekking tot de vorderingen die de politie bij private partijen doet, maar dat is niet genoeg. Niemand heeft een goed beeld welke gevoelige gegevens allemaal gedeeld worden – mogelijk ook niet eens de overheid zelf.
  • Er moet iets ingericht worden zodat ook bij het bespreken van nieuwe wetsvoorstellen direct helder is wie met opgeslagen gegevens precies aan de haal kan, zowel binnen als buiten de overheid. Anders gezegd: de context van een wet moet glashelder zijn. Ik schreef al eens eerder:

De discussie over de aanleg van zo’n registratie moet allesomvattend zijn, waarbij we ook kijken naar alle andere, reeds aanwezige, registraties en alle andere wetgeving die ook impact kan hebben. Voor u en mij als burger moet inzichtelijk zijn welke gegevens over ons precies opgeslagen zijn en wie er allemaal in snuffelt.

Dat dus.