In 2008 op 26.425 telefoonnummers afgetapt

In het jaar 2008 is op 26.425 telefoonnummers een bevel tot aftappen afgegeven door het Openbaar Ministerie. Hiervan betrof het in 90% een tap op een mobiele telefoon en in 10% een tap op een vaste telefoonaansluiting. In de betreffende periode liepen er dagelijks gemiddeld 1946 taps.

De minister van Justitie stuurde eerder vandaag een brief aan de Tweede Kamer met daarin de statistieken over het aftappen van telefoons in 2008. In de brief Lokale kopie: Tapstatistieken 2008 zelf staat:

In het jaar 2008 is op 26.425 telefoonnummers een bevel tot aftappen afgegeven door het Openbaar Ministerie. Hiervan betrof het in 90% een tap op een mobiele telefoon en in 10% een tap op een vaste telefoonaansluiting. In de betreffende periode liepen er dagelijks gemiddeld 1946 taps.

De genoemde aantallen taps zijn exclusief de taps van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (AIVD en MIVD). Die informatie is als staatsgeheim geclassificeerd. Alleen de Commissie van Toezicht betreffende Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten heeft inzicht in die gegevens. In een tweede brief Lokale kopie: Reactie op vragen Tweede Kamer naar aanleiding van een schriftelijk overleg inzake tapstatistieken beantwoord de minister ook nog vragen van de Vaste Commissie voor Justitie. Daarin omschrijft de minister onder meer het aftapproces:

De Officier van Justitie verzoekt om machtiging van de rechter-commissaris om te tappen, en maakt vervolgens een tapbevel op. Een uittreksel van het tapbevel wordt via de tapkamer naar de telecomaanbieder gestuurd, waarna de tap wordt aangesloten. Dit gebeurt over het algemeen binnen enkele uren, maar kan langer duren als de aanbieder het tapproces niet heeft geautomatiseerd. Er is een aparte procedure voor spoedtaps; in geval van dringende noodzaak kan het tapbevel mondeling worden gegeven. De Officier van Justitie die het tapbevel afgeeft, beoordeelt op grond van feiten en omstandigheden van het geval of aan de criteria voor het plaatsen van een tap (art. 126m of 126t Sv.), waaronder de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, is voldaan. Deze beoordeling wordt getoetst door de rechter-commissaris die een machtiging moet afgeven. Ook een verlenging, aanvulling of wijziging van een tapbevel geschiedt alleen na machtiging van de rechter-commissaris. Indien de strafzaak ter zitting wordt behandeld, worden de proportionaliteit en subsidiariteit ook getoetst door de zittingsrechter. In ons strafvorderlijk systeem moet per tap worden gewogen of deze gerechtvaardigd wordt door het onderzoek. Daarbij geldt in het kader van strafvordering als ondergrens de normering, die in de artikelen 126m en 126t van het Wetboek van Strafvordering zijn neergelegd. Daarnaast wordt bij de beslissing om te gaan tappen gekeken naar proportionaliteit en subsidiariteit van de inzet. Hierbij is van belang dat zowel in artikel 126m als in artikel 126t de voorwaarde voor toepassing van de bevoegdheid tot aftappen is, dat het belang van het opsporingsonderzoek dit dringend vordert […]. Deze wegingen worden door het Openbaar Ministerie gedaan alvorens er een machtiging voor een tap wordt gevorderd bij de rechter-commissaris. Deze laatste zal op grond van de hem aangeleverde stukken ook weer toetsen aan het wettelijke kader en aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De rechter-commissaris kan – als de weging uitvalt in het voordeel van de inzet van het middel – een machtiging verstrekken voor ten hoogst vier weken. Na het verlenen van de machtiging zal de Officier van Justitie zich opnieuw beraden of hij daadwerkelijk het bevel geeft, waarbij de duur van het bevel nimmer de periode waarvoor de machtiging is afgegeven, mag overschrijden. De inzet van het middel kan na ommekomst van die periode verlengd worden, waarbij opnieuw het hele scala van criteria zal worden getoetst door zowel de officier van justitie als door de rechter-commissaris. Dit betekent dat de toetsen dus plaatsvinden voor en regelmatig tijdens de toepassing van dit opsporingsmiddel. Na de toepassing van het middel zal, indien de zaak ter zitting komt, ook de zittingsrechter beoordelen of de inzet van het opsporingsmiddel in het kader van het onderzoek gerechtvaardigd is. […] Voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten geldt, dat de toestemming voor het plaatsen van een tap wordt verstrekt door de minister van BZK, onderscheidenlijk de minister van Defensie. Met betrekking tot deze diensten geldt een eigen toetsingsregime dat is opgenomen in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV 2002, artikel 31). De betrokken ministers beoordelen of aan de criteria voor het plaatsen van een tap is voldaan. Dit geldt ook voor de verlengingen, aanvullingen of wijzigingen van een taplast. De Commissie van Toezicht betreffende inlichtingen- en veiligheidsdiensten is belast met het toezicht op de rechtmatigheid van de taakuitvoering van deze diensten. Deze Commissie toetst de rechtmatigheid van taplasten elke drie maanden achteraf.

De minister beantwoord ook een vraag over het aantal telefoontaps in Nederland in vergelijk tot andere landen:

Het aantal taps in andere landen laat een grote verscheidenheid zien. In Duitsland zijn in 2007 39.200 mobiele nummers getapt en 5078 vaste nummers […]. In totaal derhalve ruim 44.000 taps. In de VS bedroeg het totaal aantal tapbevelen 2208 […], een stijging van 20% ten opzichte van 2006 toen er 1839 tapbevelen werden uitgevaardigd. In het VK zijn in 2007 1881 tapbevelen uitgegeven […]. In België werden in 2007 3603 tapmaatregelen uitgevoerd […]. In Frankrijk werden in 2008 26.000 tapbevelen uitgevaardigd. Ten opzichte van 2006, toen er 20.000 tapbevelen werden uitgevaardigd betekent dit een stijging van 30%. In Nederland is in 2008 voor 26.425 telefoonnummers een bevel tot aftappen afgegeven door het Openbaar Ministerie. Een conclusie uit de vergelijking van cijfers over de taps in de verschillende landen is niet te trekken, omdat de rechtstelsels te zeer van elkaar verschillen. […]

Iemand die afgetapt wordt, moet hiervan in een later stadium op de hoogte worden gebracht. De VVD vroeg de minister of dat ook altijd gebeurt:

Verdachten en betrokkenen die zijn getapt, dienen daarvan steeds conform art. 126b Sv. op de hoogte te worden gesteld. De verplichting tot notificatie kan in het belang van het onderzoek echter worden uitgesteld of achterwege worden gelaten. Het moment waarop de notificatie plaatsvindt, staat ter beoordeling van de officier van justitie, met inachtneming van de vraag of het onderzoek notificeren toestaat. Notificatie aan de getapte verdachte vindt uiterlijk plaats op het moment van en aan de hand van de verstrekking van het procesdossier. Notificatie aan betrokkenen vindt plaats door een daartoe strekkende mededeling. […] Personen die afgeluisterd worden doordat zij bellen met een persoon die afgetapt wordt, vallen niet onder de plicht tot notificatie als bedoeld in art. 126b Sv.