CBP constateert wetsovertredingen politie

Afbeelding: Politie Haaglanden bij de intocht in Delft van Gerard Stolk | Licentie: CC BY-NC 2.0

Het College Bescherming Persoonsgegevens heeft vastgesteld dat twee politiekorpsen, de Marechaussee en een opsporingsdienst onzorgvuldig met de gegevens van verdachten omgaan.

In het persbericht Criminele Inlichtingeneenheden waarborgen intern toezicht onvoldoende schrijft het CBP:

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft na onderzoek geconcludeerd dat de Criminele Inlichtingeneenheden (CIE’s) bij twee regionale politiekorpsen, de Koninklijke Marechaussee en een bijzondere opsporingsdienst onvoldoende maatregelen hebben getroffen om de wettelijke eisen omtrent bewaartermijnen van politiegegevens na te leven. Daarmee handelen zij in strijd met de wet.

Het CBP deed onderzoek bij de twee regionale politiekorpsen Flevoland en Brabant Zuid-Oost, de Koninklijke Marechaussee en de Inlichtingen en -Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport. De CIE’s verwerken politiegegevens om inzicht te krijgen in de betrokkenheid van personen bij ernstige en georganiseerde misdrijven. Voor de verwerking van deze gevoelige (politie)gegevens omtrent zware criminaliteit gelden strenge wettelijke eisen, mede omdat de informatie niet altijd betrouwbaar is terwijl de risico’s en gevolgen van de verwerking groot kunnen zijn voor de personen die het betreft. De Wet politiegegevens (Wpg) bepaalt dan ook dat dergelijke politiegegevens moeten worden verwijderd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn. Daarbij geldt dat uiterlijk vijf jaar nadat voor het laatst gegevens zijn toegevoegd, de gegevens moeten worden verwijderd.

De wet eist bovendien een periodieke (jaarlijkse) toets om vast te stellen in hoeverre de gegevens nog noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor ze werden verwerkt. Uit het onderzoek blijkt dat geen van de vier onderzochte partijen deze bij wet verplichte periodieke toets uitvoert dan wel niet concreet genoeg toetst of de opgenomen politiegegevens nog noodzakelijk zijn.

Ook constateert het CBP dat het verplichte interne toezicht door de privacyfunctionarissen op de naleving van de bewaartermijnen van de gegevens inclusief het toezicht op de periodieke controle van de noodzaak om ze te bewaren, tekort is geschoten.