Cybercrime lage prioriteit bij regiokorpsen politie

Afbeelding: Politie te paard is erg mobiel. van Roel Wijnants | Licentie: CC BY-NC 2.0

De opsporing van cybercrime heeft te weinig aandacht bij de regionale korpsen. Het Team High Tech Crime wordt vooral gestuurd door maatschappelijke onrust of politieke druk.

In het rapport De organisatie van de opsporing van cybercrime door de Nederlandse politie schrijven de onderzoekers:

We identificeren op grond van het voorgaande de volgende knelpunten in de opsporing van cybercrime door de politie.

Aansturing
De sterke scheiding tussen enerzijds strategisch (ministerie van Veiligheid en Justitie) en anderzijds tactisch en operationeel beslissingsniveau (nationale en regionale korpsen) in de organisatie van de opsporing van strafbare feiten levert geen eenduidige aansturing van de opsporing van cybercrime op. Prioriteiten worden enerzijds op grond van centrale politieke overwegingen en opdrachten (top-down, ad hoc) en anderzijds aan de hand van concrete praktische behoeften (bottom-up, structureel, aangiftes) gesteld.

Kennisvoorziening
De divisionele indeling van de opsporing levert op het gebied van cybercrime een probleem in de kennisvoorziening op, omdat de vereiste kennis zich niet onderscheidt langs de lijnen van de huidige centrale en regionale divisies. De voor het bepalen van de taken van de divisies gehanteerde onderscheiden – complex-niet complex en (inter)nationaal-regionaal, waarbij het KLPD de complexe en (inter)nationale zaken behandelt en de regio’s de niet complexe en regionale zaken – sluiten niet goed aan bij de kennis die nodig is voor het effectief opsporen van cybercrime.

Prioriteitstelling
De opsporing van cybercrime heeft binnen de regio’s een lage prioriteit. Strafrechtelijke opsporingsonderzoeken naar cybercrime in enge zin zijn er nauwelijks. Op centraal niveau is het het THTC dat wel opsporingsonderzoeken uitvoert die zich richten op cybercrime in enge zin. Het zijn niet zozeer inhoudelijke criteria die een rol spelen bij de selectie van zaken die door het THTC worden uitgevoerd, als wel ‘omgevingsfactoren’ zoals maatschappelijke onrust of politieke druk. De DigiNotar-zaak is hiervan een voorbeeld. Deze zaak is inhoudelijk niet van een dusdanige complexiteit dat die alleen op centraal niveau opgepakt zou kunnen worden.

Ondersteuning
Er wordt geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen de ondersteuning met kennis en de ontwikkeling van kennis binnen de organisatie van de opsporing van cybercrime. Op regionaal niveau zijn de meeste medewerkers van de TDO’s betrokken bij de ondersteuning van rechercheteams. Hun belangrijkste taak is het inbrengen van specifieke knowhow over het veiligstellen, veredelen en analyseren van digitale gegevens. Binnen sommige TDO’s houden enkele medewerkers zich bezig met de ontwikkeling van kennis (research & development). Er geen sprake van een strikte functiescheiding.

Op centraal niveau is dit onderscheid wel nadrukkelijker aanwezig. Het team Digitaal & Internet van de KLPD houdt zich voor het grootste gedeelte bezig met research & development (R&D), terwijl het THTC zelf onderzoeken draait en ondersteuning geeft aan de rechercheteams van DNR. In strijd met dit onderscheid is echter dat er ook R&D plaatsvindt binnen het THTC, al is dit niet de hoofdtaak, en dat het team D&I desgewenst ook regionale rechercheteams ondersteunt met kennis

Scheidslijn tussen complexe en niet complexe kennis
De voorbeelden van zaken die door het THTC worden behandeld wijzen erop dat er geen sprake is van zaken waarvoor bijzonder complexe kennis is vereist (althans niet significant complexer dan die voor regionale zaken vereist is). Wel is er sprake van zaken met een groter, veelal (inter)nationaal belang en gaat de vereiste kennis het niveau van de gemiddelde rechercheur te boven. De complexiteit van een zaak is dus geen (doorslaggevend) criterium voor de toewijzing van zaken aan het THTC of aan de regio. Binnen regio’s waar zowel een TDO3 als een TDO4 actief is, is dat onderscheid er vaak wel.

Ondersteuning mét kennis
De ondersteuning met kennis vindt niet geconcentreerd plaats, maar versnipperd over meerdere organisatieonderdelen binnen een regio. Elke regio biedt z’n eigen ondersteuning met kennis: rechercheteams kunnen een hulp- of ondersteuningsvraag indienen bij het eigen TDO. Binnen sommige regio’s zijn zowel een bovenregionaal als een regionaal TDO aanwezig. Daarnaast hebben een zestal regio’s ook nog taakaccenthouders binnen de districten. Hun taakafbakening is vooral inhoudelijk: hoe complexer de ondersteuning, des te meer opgeschaald wordt.

Een bijkomend knelpunt bij de ondersteuning met kennis is dat de ondersteuning door TDO’s van rechercheteams grotendeels vraagafhankelijk is. Men wordt alleen ingeschakeld als een rechercheteam daar expliciet om vraagt. Hierdoor bestaat het risico dat niet in alle zaken waarin digitale expertise gewenst of vereist is, deze ook daadwerkelijk wordt ingeroepen.

Ontwikkeling ván kennis
De ontwikkeling van kennis vindt niet geconcentreerd, maar versnipperd over meerdere onderdelen van de politie plaats (Research & Development). Het team D&I van het KLPD neemt een centrale positie in als het gaat om R&D. Het is een van de voornaamste taken van het team. In zoverre is R&D dus geconcentreerd. Daarnaast wordt ook door het THTC en een aantal TDO4’s aan R&D gedaan. Er worden bijvoorbeeld tools ontwikkeld.

Binnen de politie wordt soms meerdere keren dezelfde kennis ontwikkeld. De (boven)regionale initiatieven waarvan bij de bevindingen uit het vorige knelpunt wordt gesproken, worden soms wel en soms niet gedeeld met andere teams. Er vindt geen coördinatie plaats van alle (boven)regionale initiatieven. Het risico is daarmee aanwezig dat het wiel vaker dan eens wordt uitgevonden. De aanwezige expertise binnen regio’s varieert, hetgeen zich bijvoorbeeld manifesteert in TDO3 en TDO4. Ook tussen de verschillende TDO4’s bestaat verschil in kwaliteit, zo wordt door diverse respondenten aangegeven. Er zijn innoverende teams met hooggekwalificeerde ICT’ers en er zijn teams met minder gekwalificeerde medewerkers.

Onderhoud
Er is geen eenduidig centraal punt waar kennis met betrekking tot (de opsporing van) cybercrime wordt verzameld en ontsloten. D&I kan aangemerkt worden als een dergelijk centraal punt, maar de initiatieven die door andere centrale organisatieonderdelen zoals het THTC en in de regio’s worden ontplooid, worden niet door D&I gecoördineerd en/of verzameld.

Bezetting
Een aantal van de huidige TDO’s heeft te kampen met een (te) lage bezetting in relatie tot het zaakaanbod. Daar komt bij dat vacatures vaak moeilijk te vervullen zijn.