Doelbinding geldt niet voor de Belastingdienst

Afbeelding: A20 Highway van Maarten | Licentie: CC BY 2.0

Persoonsgegevens mogen niet langer bewaard dan nodig voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. Behalve als het om de Belastingdienst gaat.

De politie registreert, onder meer op de A2, welke kentekens zij langs heeft zien komen. Die gegevens mogen (in ieder geval nu nog) alleen worden gebruikt om auto’s er uit te pikken waar iets mee aan de hand is. De gegevens worden echter ook gebruikt voor een heel ander doel: het controleren van de opgave van de inkomstenbelasting. De rechter vindt dat geen probleem:

2.1.2. De inspecteur heeft de rittenadministratie vergeleken met (foto)camerabeelden afkomstig van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) met behulp van ANPR-technologie. De inspecteur heeft aan de hand van de informatie van het KLPD geconstateerd dat de auto met kenteken [kenteken 2] in de periode van 29 mei 2011 tot en met 5 februari 2012 dertien maal is gesignaleerd op de A2 ter hoogte van hectometerpaal 176.4 op dagen waarop belanghebbende volgens zijn rittenadministratie elders of niet heeft gereden in deze auto. Verder heeft de inspecteur geconstateerd dat de beginkilometerstand op 6 oktober 2011 50 kilometer lager is dan de eindkilometerstand op 5 oktober 2011.

2.1.3. Met dagtekening van 27 december 2012 heeft de inspecteur aan belanghebbende een naheffingsaanslag […] opgelegd […].

Heeft de inspecteur gehandeld in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens, artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dan wel met artikel 441B van het Wetboek van Strafrecht?

2.7.1. Belanghebbende stelt dat door het gebruik van deze kentekenherkenning sprake is van schending van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (hierna: Wet BP), artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dan wel van artikel 441B van het Wetboek van Strafrecht. De inspecteur stelt dat de wettelijke grondslag voor verwerking van kentekengegevens onder andere is gelegen in de Wet BP en dat overeenkomstig deze wettelijke bepaling is gehandeld. Voorts verwijst de inspecteur naar artikel 55, eerste lid, van de AWR.

2.7.2. Artikel 8, onderdelen c en e, van de Wet BP bepaalt dat verwerking van persoonsgegevens is toegestaan indien de gegevensverwerking noodzakelijk is (c) om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de verantwoordelijke onderworpen is en (e) voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt. Deze artikelonderdelen, gezien in samenhang met artikel 55 van de AWR welk artikel het KLPD verplicht tot het desgevraagd verstrekken van gegevens aan de inspecteur die door de inspecteur ter uitvoering van de belastingwet worden gevraagd, vormen naar het oordeel van de rechtbank voldoende basis voor het door de inspecteur overgelegde convenant tussen het KLPD en de belastingdienst en daarmee voor het verstrekken van de onderhavige gegevens.

2.7.3. Artikel 10, eerste lid, van de Wet BP bepaalt dat persoonsgegevens niet langer mogen worden bewaard dan noodzakelijk voor de verwerking van de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld. Belanghebbende stelt dat in strijd met artikel 10, eerste lid, van de Wet BP is gehandeld aangezien de inspecteur de foto’s langer bewaart dan het KLPD en de boetes niet tijdig zijn opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is de termijn die is verstreken niet dermate lang dat artikel 10 van de Wet BP is geschonden. Rekening moet immers worden gehouden met de tijd die redelijkerwijs is gemoeid met de verwerking van de gegevens door het KLPD en de verstrekking aan en verwerking door de inspecteur.

2.7.4. De rechtbank acht het systeem van kentekenherkenning niet in strijd met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en ziet geen reden om het gebruik van deze gegevens voor de boeteoplegging te verbieden. Het gaat hier immers om gegevens die bestaan los van de wil van belanghebbende en ze zijn niet van belanghebbende zelf afkomstig.