Eerste Kamer akkoord centraal opslaan paspoortgegevens

De Eerste Kamer is vandaag akkoord gegaan met het centraal opslaan van de biometrische gegevens die zijn opgenomen op de reisdocumenten.

Uit het persbericht Eerste Kamer in meerderheid akkoord met het centraal beheer van paspoortgegevens van de Eerse Kamer:

De Eerste Kamer heeft op 9 juni na een plenair debat met staatssecretaris Bijleveld-Schouten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de aanpassing van de Paspoortwet aangenomen. De fracties van D66, SP en GroenLinks lieten aantekenen tegen het wetsvoorstel te zijn. Bij de Eerste Kamer zijn tot op de dag van het debat nog bezwaren ingediend door burgers en organisaties die tegen de voorgenomen centrale opslag zijn van biometrische gegevens (zoals vingerafdruk en irisscan). Deze gegevens moeten volgens de aangepaste wet in alle nieuwe paspoorten worden opgenomen. […] Volgens de staatssecretaris is het wetsvoorstel er op gericht de dienstverlening aan burgers te vergroten en identiteitsfraude te bemoeilijken.

SP-Kamerlid Vliegenthart waarschuwde dat het hier gaat om een ‘lege’ wet, waarvan de werking op tal van punten met algemene maatregelen van bestuur kan worden uitgebreid.

Op de website van de EK is ook een stenografisch verslag van het debat te vinden. Een paar dagen hiervoor hebben een aantal wetenschappers van de Universiteit van Tilburg, de Radboud Universiteit Nijmegen en het European Biometrics Forum een open brief aan de Eerste Kamer gestuurd. Zij zien genoeg redenen waarom dit wetsvoorstel niet aangenomen had moeten worden:

De kernvraag is of de voordelen van een biometrische zoekfunctie wel opwegen tegen de risico’s van opslag van deze gevoelige gegevens buiten het paspoort zelf. Duitsland heeft om deze reden van centrale opslag afgezien. En waar is de discussie over het invoeren van minder risicovolle centrale opslag alternatieven zoals bijvoorbeeld de opslag van “biometrische” hashes in plaats van de vingerafdrukken (templates) zelf? Het gebruik van biometrische hashes zorgt er voor dat originelen niet te reconstrueren zijn, waarmee de risico’s bij het omvallen van de database worden beperkt, terwijl tegelijkertijd een template wel herkend kan worden. Door de opslag van biometrie in een (de)centrale reisdocumentenregistratie wordt burgers definitief de mogelijkheid ontnomen om controle te houden over haar gegevens en identiteit. Het gaat hier om een belangrijke beleidswijziging waarbij geluidloos wordt overgestapt van biometrische verificatie, naar identificatie: de burger hoeft zijn identiteit niet langer te tonen, omdat de staat deze zelfstandig kan vaststellen. Het voorheen gekoesterde rechtsprincipe dat er eerst sprake moet zijn van een redelijk vermoeden van schuld voordat iemands privacy geschonden mag worden, komt daarmee ernstig onder druk te staan. Alhoewel vissend rechercheren met behulp van de verzamelde biometrische gegevens in het huidige wetsvoorstel niet is toegestaan en daarvoor eventueel eerst aanvullende juridische regelingen nodig zijn, is het creëren van zo’n grote bak met biometrische gegevens, ons inziens een eerste stap in deze richting. Wij twijfelen er dan ook niet aan dat deze aanvullende regelingen er op termijn ook daadwerkelijk zullen komen.