EZ wil Europese evaluatie bewaarplicht afwachten

Afbeelding: Maxime Verhagen van Roel Wijnants Fotografie | Licentie: CC BY-NC

De minister van Economische Zaken wil de Europese evaluatie van de bewaarplicht afwachten voor dat er beslissingen worden genomen ten aanzien van regels die aan providers worden gesteld voor de bewaarplicht.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Verhagen:

In antwoord op de gestelde vragen kan ik u melden dat er geen technische specificaties door de Nederlandse overheid of in Europees verband zijn opgelegd voor de wijze waarop aanbieders de te bewaren gegevens dienen te verzamelen, op te slaan of aan de overheid te verstrekken. […]

[…] op basis van deze bevindingen uit de nulmeting geconstateerd dat er behoefte is bij aanbieders aan (een) technische standaard(en) voor de uitwisseling van gegevens met de overheid. Om aan deze behoefte gehoor te geven, biedt het ministerie van Veiligheid en Justitie een platform voor aanbieders om onderling afspraken te maken over (een) technische standaard(en). Naar verwachting zal tegen het einde van het eerste kwartaal van 2011 een eerste concept van de standaard voor dataretentie gereed zijn.

Op dit moment kan niet vooruit worden gelopen op de uitkomsten van de Europese evaluatie van de richtlijn, die was voorzien voor september 2010. Afgewacht zal moeten worden of de evaluatie zal leiden tot een voorstel van de Commissie tot opneming van eisen inzake de technische specificaties in de richtlijn. Voor zover deze evaluatie zal leiden tot andere en met name minder zware eisen, dan zal hieruit kunnen voortvloeien dat de Nederlandse regelgeving aangepast moet worden.

Over het verbeterproces bij het CIOT schrijft de minister:

De opsporingsdiensten hebben tot 1 december 2010 de mogelijkheid gehad om naar aanleiding van de bovengenoemde verbeterpunten een «in-control»-verklaring dan wel een verbeterplan op te sturen naar het ministerie van Veiligheid en Justitie.  […] Een groot deel van de korpsen heeft zijn verklaring al ingestuurd. In oktober 2010 zijn de overige korpsen gerappelleerd vanuit de Board Opsporing en de interceptiewerkgroep. In december 2010 heeft vanuit de DAD, in samenwerking met leden van de interceptiewerkgroep, een review plaatsgevonden bij drie opsporingsdiensten op de ingeleverde «in-control»-verklaring. De uitkomst van deze review wordt in de bovengenoemde rapportage van de DAD meegenomen en zal naar verwachting in maart van dit jaar aangeboden aan de Commissie van Advies.