Geen leges voor openbaarmaking

Afbeelding: LA red tape building van Everjean | Licentie: CC BY

Een gemeente mag geen leges heffen voor het openbaar maken van informatie op grond van de Wob. Het algemene belang van een transparante overheid staat voorop.

De rechtbank van Den Bosch schrijft in het nieuwsartikel Gemeente mag geen leges heffen voor openbaarmaking Wob-stukken:

Voor het opzoeken en het anonimiseren van deze stukken bracht de gemeente leges in rekening. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft vandaag in hoger beroep beslist dat de gemeente geen leges in rekening had mogen brengen, omdat het algemeen belang hier zwaarder weegt dan het individueel belang.

Het hof baseert zich hierbij mede op artikel 110 van de Grondwet, en het hof oordeelt dat bij openbaarmaking van schriftelijke stukken door de overheid het algemene belang van een transparante overheid voorop staat. Het heffen van leges voor het openbaar maken van stukken past niet bij een goede en democratische bestuursvoering, waarbij burgers – en in dit geval een nieuwszender – in staat moeten worden gesteld om onderzoek te doen naar het functioneren van het openbaar bestuur.

In het vonnis oordeelt de rechtbank:

Ten aanzien van belanghebbende acht het Hof aannemelijk dat deze bij de onderhavige informatie in die zin een individualiseerbaar belang heeft dat deze informatie, indien deze daartoe aanleiding geeft, kan dienen als materiaal voor haar informatieve programma’s en daarmede, indirect, invloed heeft op de hoogte van haar kijk- en luistercijfers en daarmede op de hoogte van haar inkomsten uit reclamespotjes. Hier staat echter tegenover dat belanghebbende dusdoende mede het algemeen belang dient in de vorm van, kort gezegd, het aan de kaak stellen van misstanden in het openbaar bestuur.

Voorts is met betrekking tot de aan het slot van 4.1 vermelde maatstaf van belang

  • dat ingevolge artikel 110 van de Grondwet de overheid bij de uitvoering van haar taak openbaarheid dient te betrachten volgens regels bij de wet (dit is geworden de Wob) te stellen
  • dat in de considerans van die wet (de Wob) wordt overwogen dat het gaat om een goede en democratische bestuursvoering
  • dat ingevolge het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Wob een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak in beginsel informatie overeenkomstig deze wet dient te verstrekken en daarbij dient uit te gaan van het algemeen belang van openbaarheid van informatie, en
  • dat een verzoeker om informatie ingevolge de Wob op grond van artikel 3, derde lid, van die wet bij zijn verzoek geen belang behoeft te stellen.

Gelet op dit een en ander is voor het inwilligen van een verzoek om informatie ingevolge de Wob irrelevant of de verzoeker een individualiseerbaar belang bij die informatie heeft en gaat de Wob er integendeel van uit dat het verstrekken van informatie in alle gevallen het algemeen belang dient. Dat met het verstrekken van informatie ingevolge de Wob steeds ook individualiseerbare belangen worden gediend, staat daarentegen niet vast; er kan integendeel van worden uitgegaan dat sommige (categorieën) verzoekers in het geheel geen individualiseerbaar belang bij de verzochte informatie hebben.

Gelet op het vorenstaande is het Hof van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat verzoeken om informatie ingevolge de Wob naar hun aard in overheersende mate verband houden met individualiseerbare belangen. Het op grond van dergelijke verzoeken verstrekken van informatie is derhalve geen dienst in de zin van artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, zodat heffing van leges uit hoofde van die bepaling niet mogelijk is.