Geen overzicht opsporingsonderzoeken terroristische misdrijven

Er is maar weinig gebruik gemaakt van de vergaande opsporingsbevoegdheden die de Wet opsporing terroristische misdrijven politie en justitie biedt. Er bestaat geen centraal overzicht van de lopende en uitgevoerde onderzoeken.

In het rapport De Wet opsporing terroristische misdrijven drie jaar in werking staat onder meer:

Op 1 februari 2007 is de ‘Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven’ in werking getreden. Deze wet is erop gericht om opsporingsonderzoeken naar terroristische misdrijven in een vroege(re) fase mogelijk te maken en indien nodig, langer te kunnen laten voortduren.

Om zicht te houden op de wijze waarop deze nieuwe wet wordt toegepast, wordt de uitwerking van de wetgeving in de praktijk gemonitord. De resultaten van dit monitoringsproces worden weergegeven in een jaarlijkse rapportage. Deze derde rapportage– ditmaal in de vorm van een memorandum – bestrijkt de periode van een jaar, lopend van februari 2009 tot februari 2010.

Zoals in de vorige rapportages van deze monitor al naar voren kwam, bestaat er geen centraal overzicht van uitgevoerde en lopende opsporingsonderzoeken naar terroristische misdrijven. Evenmin bestaat een overzicht van de bevoegdheden die tijdens deze onderzoeken zijn ingezet. Om tot een cijfermatig overzicht te kunnen komen, zijn daarom voor deze monitorronde opnieuw in alle politieregio’s en arrondissementsparketten interviews afgenomen met functionarissen die vanuit hun functie kennis hebben van de terrorismegerelateerde zaken die zich tijdens de onderzoeksperiode hebben voorgedaan. We vroegen deze functionarissen ons te informeren over alle opsporingsonderzoeken die tussen februari 2009 en februari 2010 zijn gestart op grond van verdenking of aanwijzingen van een terroristisch misdrijf. Onderzoeken waarbij gaandeweg duidelijk werd dat het een valse melding betrof of een (bij nader inzien) niet serieus te nemen dreiging zijn meegenomen in deze telling; het betreft immers opsporingsonderzoeken die gestart zijn op grond van een terroristische dreiging. 

Tussen februari 2009 en februari 2010 zijn in totaal 31 terrorismegerelateerde opsporingsonderzoeken gestart: 10 zaken werden onder gezag van het Landelijk Parket uitgevoerd door de Nationale Recherche, 21 onder gezag van een arrondissementsparketin een politieregio. In 4 van deze 31 opsporingsonderzoeken is gebruik gemaakt van de nieuwe wet.

Als we kijken naar de (semi-)permanente veiligheidsrisicogebieden die in het kader van de wet zijn aangewezen, zien we dat in één van de permanente veiligheidsrisicogebieden gebruik is gemaakt van de bevoegdheden uit de nieuwe wet, namelijk in het buitengebied van Schiphol. In de onderhavige onderzoeksperiode zijn geen nieuwe veiligheidsrisicogebieden vastgesteld, ook zijn geen tijdelijke risicogebieden aangewezen. Verder is in de onderzoeksperiode geen gebruik gemaakt van andere verruimde bevoegdheden die de wet biedt: er zijn in de onderzoeksperiode geen verkennende onderzoeken verricht en er is geen gebruik gemaakt van uitstel tot volledige inzage in processtukken.

In deze monitorronde zijn drie opsporingsonderzoeken gestart op grond van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf. Eénmaal gebeurde dit bij een onderzoek van de Nationale Recherche en het Landelijk Parket, tweemaal in een onderzoek in een politieregio. De onderzoeken waren klein en de duur was kort (enkele dagen tot een maand).

De conclusie uit het rapport is dan ook:

Deze monitorronde laat zien dat in het derde jaar dat de wet van kracht is, beperkt ervaring is opgedaan met het gebruik van de nieuwe wet. In dit jaar is enige ervaring opgedaan met de inzet van bijzondere bevoegdheden op grond van aanwijzingen, is één keer bewaring bevolen buiten ernstige bezwaren en is in één permanent veiligheidsrisicogebied gebruik gemaakt van de nieuwe opsporingsbevoegdheden, namelijk in het buitengebied van Schiphol. Er zijn in deze periode geen verkennende onderzoeken geweest op dit gebied, er zijn geen nieuwe veiligheidsrisicogebieden vastgesteld waarin gebruik is gemaakt van de nieuwe bevoegdheden, en er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot langer uitstel van inzage in processtukken.