Internet als onterechte verdachte

Schermafdruk interview NOS Nieuws met ACP-voorzitter Van de Kamp

De voorzitter van de politievakbond gaf internet de schuld van de rellen in Haren, maar bijna geen van de relschoppers hoorden via Facebook van “het feest”.

Bij Bits of Freedom schreef ik in een artikel:

Er zal de komende dagen veel aandacht zijn voor de rol die internet speelde in de rellen. Maar één ding is zeker: door het gebruik van het internet in te perken wordt het onderliggende probleem niet opgelost. Toch is het precies datgene dat werd voorgesteld door de voorzitter van de politievakbond. In een interview met NOS Nieuws zegt hij dat de politie de tweets van notoire relschoppers had moeten kunnen verwijderen. Hij voegt er aan toe dat dat ingrijpt op fundamentele rechten en dat we als samenleving moeten beslissen of we dat wel willen.

Gelukkig snapten anderen bij de politie dat dat niet werkt. Maar waarom het ook een domme opmerking is, blijkt uit een artikel in de Spits. Dat artikel beschrijft de verdachten die als eerste voor de rechter voor hun gedrag moesten verantwoorden.

Net als de “oudere” Z. voldoet Stanley [H.K.] niet aan het plaatje dat van de relschoppers werd geschetst. Tot verbazing van de rechter vertelt dat hij geen smartphone heeft, geen laptop en niet Twittert of op Facebook zit. “Geen geld voor.” […] D. hoorde van het feestje via Facebook, als enige vandaag.

Vier van de vijf verdachten hebben niet van “het feestje” gehoord via Facebook, één gebruikt niet eens Facebook of Twitter.  Het verwijderen van berichten op sociale media voorkomt niet dat zo’n feest uit de hand loopt en het lost het onderliggende probleem al helemaal niet op, terwijl het wél een inbreuk op de communicatievrijheid is.