Jurisprudentie Nederlandse zaken EVRM 2012

Afbeelding: European Court of Human Rights van francois | Licentie: CC BY 2.0

In 2012 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verschillende uitspraken gedaan in Nederlandse zaken.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken stuurde vorige week een overzicht van uitspraken van Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Nederlandse zaken in 2012 naar de Eerste Kamer. Daar zitten verschillende interessante zaken tussen.

Romet (7094/06, 14 februari 2012)

Klagers rijbewijs was gestolen. Na melding van de diefstal werden er, zonder voorafgaande toestemming van klager, 1.737 motorvoertuigen op zijn naam geregistreerd. Deze registratie had tot gevolg dat klager werd vervolgd, beboet en gegijzeld wegens verkeersovertredingen welke hij niet had begaan. Daarnaast was klager belastingplichtig over deze auto’s en verloor hij de aanspraak op bijstandsuitkeringen omdat zijn financiële middelen als aanzienlijk werden beschouwd gezien het aantal op zijn naam geregistreerde auto’s. Deze feiten vonden plaats tussen de melding van de diefstal en de toekenning van een nieuw rijbewijs. […]

Het Hof stelt dat het uitblijven van de ongeldigheid van het rijbewijs, na de melding van diefstal, een inbreuk is op het privéleven van klager, nu dit de mogelijkheid opende dat vreemden gebruik maakten van de identiteit van klager. Het Hof stelt dat de autoriteiten na de melding op de hoogte konden zijn van het onbevoegde gebruik van het rijbewijs en dat, nadat een nieuw rijbewijs eenmaal was toegekend, er geen onwettige registraties meer hebben plaatsgevonden. Het Hof is er niet van overtuigd dat deze toekenning niet onmiddellijk na de melding van diefstal had kunnen plaatsvinden. Ook al vond de inbreuk op het privéleven zijn grondslag in de wet, deze werd door het Hof niet noodzakelijk geacht. Het Hof concludeert tot schending van artikel 8 EVRM […]

 

Colon (49458/06, 15 mei 2012)

Klager woont in Amsterdam. In 2004 werd hij staande gehouden in een deel van Amsterdam dat was aangewezen als veiligheidsrisicogebied en waar op dat moment preventief werd gefouilleerd. Toen hij weigerde zich te laten fouilleren werd hij aangehouden en naar het politiebureau gebracht, alwaar hij weigerde een verklaring af te leggen. Klager is hierop door de politierechter veroordeeld tot het betalen van een geldboete van € 150 wegens het niet voldoen aan een ambtelijk bevel. […]

Het Hof overweegt dat, hoewel klager nooit is gefouilleerd, er wel degelijk een inmenging in de uitoefening van zijn recht op privacy heeft plaatsgevonden. Deze inmenging vond haar grondslag in de wet, te weten artikel 151b Gemeentewet en artikel 52 Wet Wapens en Munitie. Daarnaast was voor het preventief fouilleren in een veiligheidsrisicogebied een aanvullende aanwijzing van de Officier van Justitie nodig, waardoor het risico op willekeur voldoende werd weggenomen. Het aanwijzen van het gebied als veiligheidsrisicogebied diende een legitiem doel, namelijk het waarborgen van de openbare veiligheid. Bij het beoordelen of het aanwijzen van een veiligheidsrisicogebied noodzakelijk is in een democratische maatschappij merkt het Hof op dat de maatregel dient als aanvulling op andere maatregelen, zoals cameratoezicht en het straffeloos laten inleveren van illegale wapens. Daarnaast acht het Hof het van belang dat de maatregel in de praktijk zeer effectief is, naar blijkt uit rapporten, alsmede uit de cijfers die door de burgemeester zelf zijn verstrekt. Dit alles in ogenschouw nemend acht het Hof de klacht op basis van artikel 8 nietontvankelijk, nu het publiek belang dat met de maatregel wordt gediend zwaarder weegt dan klagers recht op privacy. Ook wat betreft klagers stelling dat zijn recht om zich vrij te verplaatsen is geschonden acht het Hof de klacht niet-ontvankelijk, daar het klager te allen tijde vrij stond het veiligheidsrisicogebied te betreden.