Kernpunten uit vierde evaluatie cameratoezicht

Gisteren publiceerde het Ministerie van Binnenlandse Zaken de vierde evaluatie van cameratoezicht op openbare plaatsen: "Evaluatie Cameratoezicht op Openbare Plaatsen (driemeting)". Het rapport is opgedeeld naar onder meer toepassing, besluitvorming, ontwikkelingen, kosten en baten en de effecten van het cameratoezicht.

Gisteren publiceerde het Ministerie van Binnenlandse Zaken de vierde evaluatie van cameratoezicht op openbare plaatsen: Evaluatie Cameratoezicht op Openbare Plaatsen (driemeting) [lokale kopie]. Het rapport is opgedeeld naar onder meer toepassing, besluitvorming, ontwikkelingen, kosten en baten en de effecten van het cameratoezicht. Over de toepassing schrijven de onderzoekers:

[…] Ongeveer een derde (32%) van de gemeenten met cameratoezicht bekijkt de beelden uitsluitend achteraf in geval van bijzondere gebeurtenissen. In andere gemeenten worden de beelden altijd (12%) of soms (54%) live uitgekeken. De meeste gemeenten geven aan de beelden rechtstreeks uit te kijken op specifieke momenten en op overige momenten achteraf, in geval van bijzondere gebeurtenissen.

De nadruk ligt vooral op toezicht, maar vaak worden de beelden ook voor opsporingsdoeleinden gebruikt:

De camera’s worden niet alleen voor toezicht gebruikt. In ruim vijf zesde (86%) van de gemeenten zijn de beelden wel eens voor opsporing gebruikt. In 28 procent van de gemeenten is door observatieteams van de politie gebruikgemaakt van de beelden van gemeentelijke camera’s.

Een belangrijke wijziging met de invoering van de Wet cameratoezicht op openbare plaatsen op 1 februari 2006, is de verlenging van de bewaartermijn van één naar vier weken.

In 47 procent van de gemeenten worden de beelden zeven dagen bewaard. Acht procent van de gemeenten bewaart de beelden de wettelijk toegestane vier weken. Vijf procent van de gemeenten geeft aan de camerabeelden langer te bewaren.

Uit de grafiek lijkt af te leiden zijn dat een van de gemeentes de beelden zelfs 90 dagen (!) bewaard. In tabel B4-61 in de bijlage is dat niet terug te vinden, maar nog altijd een gemeente die de beelden 40 dagen bewaard. Veel gemeenten gebruiken standaard camera's, maar sommige gemeenten passen ook geavanceerdere camera's toe:

Ruim zeventig procent van de gemeenten met cameratoezicht heeft camera’s met bijzondere basale functies. De meest voorkomende functies zijn camera’s die kunnen bewegen (68% van de gemeenten met cameratoezicht heeft camera’s met deze functie), camera’s die bepaalde delen van gebouwen of personen onzichtbaar kunnen maken (40%) en camera’s met zoekfuncties (32%). Ook bewegingsdetectie (23%) en gezichtsherkenning (19%) zijn functies die in sommige gemeenten gebruikt worden.

Niet altijd wordt de burger gewezen op de aanwezigheid van cameratoezicht:

In bijna alle gemeenten (96%) is het cameratoezicht kenbaar voor het publiek. Dat niet alle gemeenten het cameratoezicht kenbaar maken is opmerkelijk, aangezien dit een wettelijke vereiste is.

Ook is het niet altijd mogelijk om "kennis te nemen" van de beelden als je gefilmd bent:

In twee vijfde (40%) van de gemeenten is er geen mogelijkheid tot kennisneming van beelden door gefilmde personen. In de overige gemeenten is dat wel mogelijk via een schriftelijk of mondeling verzoek. In bijna twee vijfde (37%) van de gemeenten kan men niet vragen om een correctie en/of verwijdering. Bij een correctie is het niet mogelijk om de beelden te wijzigen, maar kan men een toelichting geven op wat er op de beelden te zien is.

Niet dat we daar nou zo veel van gebruik maken…

Dergelijke verzoeken komen echter zelden voor: in 2008 werd er in vijf gemeenten een verzoek om kennisneming of verwijdering van beelden ingediend.

Er zijn ook gemeenten zonder cameratoezicht.

Gemeenten zonder cameratoezicht hebben de volgende redenen om deze vorm van toezicht niet in te voeren:

  • Bijna alle gemeenten zonder cameratoezicht (209 gemeenten) geven aan dat er geen aanleiding is voor of behoefte is aan cameratoezicht. In deze gemeenten is de problematiek niet van dien aard dat de inzet van camera’s noodzakelijk is of zijn andere maatregelen voor de aanpak van problematiek afdoende.
  • Bijna twintig procent van de gemeenten geeft (onder andere) als reden dat de kosten voor cameratoezicht te hoog zijn.
  • Door ongeveer negen procent van de gemeenten wordt als (één van de) reden(en) aangegeven dat er onvoldoende draagvlak is voor cameratoezicht.

Het rapport besteed ook de nodige aandacht aan de kosten en de baten van cameratoezicht. Over de kosten kunnen de gemeentes behoorlijk concreet zijn.

Geen enkele gemeente is negatief over de prijs/prestatieverhouding van het camerasysteem.

De kosten van een cameratoezichtproject zijn aanzienlijk:

Elf gemeenten konden de eenmalige kosten van de aanschaf van camera's noemen. Gemiddeld zijn deze gemeenten ongeveer 72.892 euro per cameratoezichtproject kwijt. Per camera zijn de kosten gemiddeld rond de zevenduizend euro. De gemiddelde kosten voor de aanleg van een netwerk (exclusief camera's) liggen hoger, namelijk rond de 260.000 euro. Aan aanpassing van infrastructuur in verband met de plaatsing van camera's geven de onderzochte gemeenten gemiddeld 11.423 euro uit. De aanpassing van de straatverlichting kost gemiddeld 26.000 euro. De gemeenten die over een observatieruimte beschikken hebben ook hiervan de kosten gemeld. De gemiddelde kosten voor de inrichting van een observatieruimte bedragen 115.321 euro.

Andere gemeenten hebben de bedragen anders genoemd. De onderzoekers komen voor die gemeenten uit op de volgende gemiddelden:

Voor tien gemeenten hebben we gegevens op basis waarvan we kunnen berekenen wat de eenmalige kosten zijn per camera, waarbij alle eenmalige kosten (dus niet alleen de aanschaf van de camera zelf) zijn meegenomen. De eenmalige kosten per camera lopen in deze tien gemeenten uiteen van 830 tot 73.389 euro. Gemiddeld zijn de eenmalige kosten per camera bijna 15.000 euro. […] Enkele gemeenten geven aan alleen de totale kosten van een cameraproject te kunnen noemen. Voor deze vijf (relatief grote) gemeenten zijn de gemiddelde totale kosten van de aanleg van een cameraproject 483.651 euro. Het gemiddelde van de totale kosten van de vijftien gemeenten die deze vraag beantwoordden ligt op 313.787 euro.

Soms is dat meer dan begroot.

In zes van de zeventien gemeenten (ruim 35%) werd het budget overschreden. Redenen van budgetoverschrijding zijn voornamelijk te vinden in een lage vaststelling van (een deel van) het budget. Daarnaast worden de aanleg van een glasvezelkabel, extra werk door fouten bij de aanleg van mantelbuizen, beveiliging van apparatuur en de aanleg van en beveiligde internetverbinding genoemd. Drie gemeenten hebben het idee dat er kwalitatieve concessies zijn gedaan als gevolg van budgettaire beperkingen.

In tabel B4-56 blijkt dat verreweg de grootste component van budgetoverschrijding het "exploitatiebudget" is. Dit zijn vaste kosten. Uit de bijlage is ook te halen dat twee gemeentes weten niet of er een budgetoverschrijding was. Het systeem moet ook onderhouden worden.

De gemiddelde onderhoudskosten die aan het camerasysteem zijn verbonden, bedragen ongeveer 27.000 euro per jaar. De overige kosten die gemeenten jaarlijks maken zijn gemiddeld ongeveer 43.000 euro. Dit betreffen kosten voor elektra, ADSL, vervanging en/of verplaatsing van camera’s en de inhuur van een beveiligingsbedrijf.

De afschrijvingstermijn van de apparatuur ligt, volgens opgaaf van elf gemeenten, tussen de drie en tien jaar. Gemiddeld genomen wordt een cameraproject in zeven jaar afgeschreven.

En in de conclusie:

De totale aanlegkosten van een gemiddeld cameratoezichtproject liggen boven de 300.000 euro. Jaarlijks zijn de kosten gemiddeld nog eens ongeveer 70.000 euro. […] Daartegenover staat dat de meeste gemeenten aangeven dat cameratoezicht ook baten met zich meebrengt. Dertien van de zeventien gemeenten geven aan dat zij de schade die in cameragebieden wordt aangericht op daders verhalen. De financiële baten die dit met zich meebrengt, zijn voor gemeenten moeilijk aan te wijzen, al schatten enkele gemeenten dat er jaarlijks duizend à 2500 euro aan schade op de dader(s) wordt verhaald met behulp van cameratoezicht. Vier gemeenten geven aan dat minder vernielingen ook één van de baten vormt van cameratoezicht. Dit scheelt gemeenten, volgens opgaaf van twee van hen, iets meer dan tienduizend euro per jaar. Ten slotte geven de meeste gemeenten aan dat burgers zich veiliger voelen. In sommige gemeenten, respectievelijk vijf en zeven, is ook het effect op het aantal aangiften en opgeloste zaken zichtbaar. Acht gemeenten geven aan dat cameratoezicht politie-inzet scheelt.

Op het punt van objectieve veiligheid kan ook dit rapport geen helderheid verschaffen:

De evaluaties laten een gevarieerd beeld zien op de uitkomstvariabele objectieve veiligheid. In één gemeente is het verschil in objectieve veiligheid voor en na de invoering van cameratoezicht niet gemeten. Uit de evaluatie van twee gemeenten blijkt dat het aantal incidenten ongeveer gelijk is gebleven. Er is dus geen effect van cameratoezicht vastgesteld. Daarnaast maakt één gemeente melding van een toename van het aantal incidenten. In de gemeente wordt deze toename gewijd aan de invoering van cameratoezicht, omdat er sindsdien beter is geregistreerd. Cameratoezicht is een vorm van toezicht waarmee meer incidenten worden waargenomen en zo kan cameratoezicht een effect hebben op de meldingsbereidheid van slachtoffers (omdat zij meer vertrouwen krijgen in het oplossen van een incident door de aanwezigheid van camerabeelden). Dan zal het aantal bij de politie bekend geworden incidenten juist toenemen. De evaluatieonderzoeken van de overige zes gemeenten laten zien dat er een afname is van het aantal incidenten sinds de invoering van cameratoezicht. Voor de meeste gemeenten wordt daarbij het voorbehoud gemaakt dat cameratoezicht plaatsvindt in een mix van maatregelen en dat dus niet vaststaat wat de rol van cameratoezicht is in de afname van het aantal incidenten.

In het rapport worden ook tien evaluaties de op gemeente niveau zijn gemaakt, geëvalueerd. Dat gebeurt met als doel iets te kunnen zeggen over de effectiviteit van het cameratoezicht. In een paar gevallen zijn specifieke opmerkingen in de evaluaties opzienbarend:

In de tien evaluaties zijn onder andere de volgende opmerkingen over het proces genoemd: […]

  • Eén gemeente geeft aan dat het ontbreekt aan een duidelijk wettelijk kader voor de inzet van mobiel cameratoezicht.
  • In één gemeente vindt de opslag en het beheer van de camerabeelden plaats in een supermarkt. In de evaluatie merkt de gemeente op dat dit volgens de Wet politiegegevens niet geoorloofd is. De verwerking van gegevens zal verplaatst worden naar de politie.
  • In één gemeente werd door TNO vastgesteld dat het aantal schermen te veel is om door het huidige aantal uitkijkers te worden bekeken.