Mag politie verkeerswet gebruik in strijd tegen drugs?

Mag de politie de Wegenverkeerswet gebruiken om geselecteerde auto’s ook op drugs te controleren? Dat mag, zo blijkt uit uitspraken van de rechter, zolang die Wegenverkeerswet niet enkel en alleen voor de drugsbestrijding wordt gebruikt. Alleen indien geen spoor van verkeersinteresse te bekennen valt, is er sprake van misbruik van bevoegdheden.

In het artikel Uitspraak 64: Mag de politie rijbewijzen controleren om zo drugskoeriers te vangen? in het NRC:

De politie Limburg houdt op de A2 bij een verkeerscontrole een Franse Opel Vectra aan die in de richting van België rijdt. In de kofferbak wordt op de plaats van het reservewiel een tas gevonden met daarin 600 gram heroïne en een paar gram cocaïne.

[…]

De politie stond alleen in naam de verkeersveiligheid te controleren. In werkelijkheid was het een gerichte actie tegen drugskoeriers. Daartoe had de Limburgse politie een camera bij de snelweg opgesteld die alle kentekens registreerde en razendsnel vergeleek met een database van bekende koeriers. Bij de grijze Opel was het raak. Daarop werd op basis van de Wegenverkeerswet besloten deze auto te controleren.

[…]

De overheid mag bevoegdheden alleen gebruiken voor het doel waar de wet ze voor geeft. De Wegenverkeerswet is voor de verkeersveiligheid, niet voor drugscontrole. Een ambtenaar die een bevoegdheid gebruikt, moet bovendien de ‘uitdrukkelijke bedoeling’ hebben het doel van die wet te dienen. Hier leek sprake van het omgekeerde. Hier werd de bevoegdheid om het verkeer te controleren uit de Wegenverkeerswet met opzet gebruikt om de Opiumwet te handhaven. De rechtbank noemde dat ‘misbruik van bevoegdheden’, ofwel détournement de pouvoir.

[…]

Hoe denkt het hof hierover? Dat vindt dat er wel sprake was van een verkeerscontrole en een correct gebruik van wettelijke bevoegdheden. Er is immers na het staande houden op de parkeerplaats wel degelijk gevraagd naar een rijbewijs. Daarmee is het gebruik van de Wegenverkeerswet voldoende gelegitimeerd. 

Onder het artikel staat het commentaar van NJB-redacteur Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen:

[…] Maar het Hof heeft volgens mij onvoldoende aandacht besteed aan het feit dat er hier niet zomaar een foutje, maar een geheel nieuwe methode aan de orde was.Deze zaak gaat over de methode dat de politie lijsten aanlegt van namen van mensen die in hun ogen niet deugen. De mensen op de lijst worden (anders dan anderen) gecontroleerd als de camera hun auto voorbij ziet komen. Vanuit de politielogica is dit slim en efficiënt. Maar daar staat een belangrijk bezwaar tegenover: de onschuldpresumptie. Dat betekent dat iedereen gelijkelijk voor onschuldig moet worden gehouden. Er mag normaliter pas verschil worden gemaakt in geval van een redelijk vermoeden van schuld. Let wel: het gaat hier niet om verdachten, maar om mensen tegen wie nog geen redelijk vermoeden van schuld bestaat. Op het lijstje staan personen die je hooguit kan aanduiden als potentiële verdachten. […]

Dit zijn lijstjes die een eigen leven gaan leiden. Dit was een mooie zaak geweest om te bepalen hoever we na 1984 nu eigenlijk willen gaan met de mogelijkheden die de techniek biedt.

En het commentaar van Alexander de Swart, strafrechtadvocaat bij Sjöcrona Van Stigt Advocaten te Rotterdam:

In 2006 oordeelde de HR ten aanzien van hetzelfde vraagstuk reeds dat van misbruik van de genoemde controlebevoegdheid geen sprake is, als deze mede wordt aangewend ter controle van de verkeersvoorschriften. Alleen indien de bevoegdheiduitsluitend is gebruikt voor de opsporing van bijvoorbeeld drugsdelicten, is er volgens de HR sprake van détournement de pouvoir en zal de rechter hier consequenties aan moeten verbinden. De stand van de rechtspraak is aldus dat een gedeeltelijk misbruik van de controlebevoegdheid wordt toegestaan, zolang de bevoegdheid ook maar tevens wordt aangewend voor het doel waarvoor zij daadwerkelijk bestemd is.

Het oordeel van het hof is in zoverre onbevredigend dat het haast onmogelijk wordt om misbruik van bevoegdheid aan te tonen. Ook wordt misbruik op deze manier allerminst ontmoedigd. Zolang de politieambtenaar maar een stopteken geeft en daarna naar het rijbewijs vraagt, wordt immers zonder meer aangenomen dat mede de verkeersvoorschriften werden gecontroleerd. Daarbij wordt de context van de situatie ten onrechte geheel buiten beschouwing gelaten. Zo stond in de Bossche zaak vast dat alleen die auto’s aan een ‘verkeerscontrole’ werden onderworpen, waarvan de kentekens bij de politie bekend waren wegens eerdere betrokkenheid bijdrugscriminaliteit. Het gerechtshof laat dit gegeven, dat overduidelijk aantoont dat de politie niet zozeer bezig was met de verkeersveiligheid, maar met de opsporing van drugsmisdrijven, geheel buiten beschouwing.