Meeste agenten tegen afstaan DNA

Politieagenten zijn tegen de DNA databank die Ter Horst van hen wil samenstellen.

In het artikel Meeste agenten tegen afstaan DNA in het Nederlands Dagblad:

Politieagenten hebben grote bezwaren tegen een databank, waarin hun DNA wordt opgeslagen. Uit onderzoek van de vakbond ACP onder bijna zevenhonderd politiemensen blijkt dat tachtig procent daar tegen is. De agenten maken zich grote zorgen over hun privacy. Minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) onderzoekt of een DNA-databank voor politiemensen een haalbare kaart is. Door zo'n register moeten snel DNA-sporen van politieagenten op een misdaadlocatie kunnen worden herkend. Dat moet voorkomen dat rechercheurs kostbare tijd verspillen met een haar of huidschilfer van een politieagent die op de plek van het misdrijf onderzoek heeft gedaan. In drie korpsen (Rotterdam, Utrecht, Zaanstreek-Waterland) lopen al proeven met een dergelijke databank voor medewerkers van de forensische opsporing. In Zaanstreek-Waterland is slechts een keer een DNA-match geweest met een politiemedewerker die per ongeluk DNA had achtergelaten op een plaats delict. In Utrecht is nog nooit een match geweest, zegt een woordvoerder. Vorig jaar zijn in Rotterdam drie gevallen van 'vervuiling' van een misdaadlocatie boven water gekomen. Het ging om oude zaken. Vooral agenten op straat vinden het te ver gaan wangslijm af te staan voor een dergelijke 'eliminatiebank'. ,,Gevoelige info over politiemensen ligt vast en een waterdichte garantie dat deze niet uitlekt of op onjuiste wijze wordt gebruikt, kan men niet geven'', verwoordt een van hen in het ACP-onderzoek Het Sentiment . Rechercheurs, die geregeld op een plaats delict komen, zien de voordelen van een DNA-register vaak wel in.

De vakbond NPB heeft ook bezwaren. Het gevaar op misstanden ligt volgens bestuurder Jan-Willem van de Pol op de loer. Bovendien zouden ambulancepersoneel, brandweerlui en medewerkers van het Openbaar Ministerie ook DNA-materiaal moeten afstaan, omdat ook zij op misdaadlocaties werken. Een eliminatiedatabank heeft volgens Van de Pol alleen zin als iedereen meedoet.