Minister: ACTA zal niet verder gaan dan huidige wetgeving

Het uitgangspunt in de onderhandelingen over het ACTA verdrag is dat  het verdrag niet verder zal gaan dan de huidige wet- en regelgeving in Europa. Dat schrijft de minister van Justitie in een brief aan de Eerste Kamer.

De minister schrijft in zijn brief:

De inzet van Nederland in de onderhandelingen is om de productie van enhandel in nagemaakte en illegaal gekopieerde goederen effectief te bestrijden. Daarbij is het uitgangspunt dat ACTA niet verder zal gaan dan de huidige EU regelingen die betrekking hebben op de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deze richtlijnen (het EU-acquis) geven aan wat de grenzen zijn die de Commissie heeft in de onderhandelingen namens de lidstaten. Het gaat hierbij vooral om Richtlijn 2000/31/EG betreffende de elektronische handel, Richtlijn 2001/29/EG inzake het auteursrecht in de informatiemaatschappij, Richtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, de Kaderrichtlijn Elektronische communicatienetwerken 2009/140/EG en Verordening 1383/2004 inzake optreden van de douane tegen inbreukmakende goederen. Tevens dient daarbij de bescherming van persoonsgegevens, zoals geregeld door de algemene privacy-richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG betreffende privacy-bescherming in de telecommunicatiesector, in acht genomen te worden. Het bestaande EU-acquis is ook de inzet van Nederland voor de onderhandelingen over het mandaat van de Europese Commissie in de ACTA-onderhandelingen; het verdrag dient binnen de grenzen van het EU-acquis blijven.

Over de handhaving schrijft hij:

In het ontwerpverdrag staat ook een hoofdstuk over strafrechtelijke handhaving, dat niet onder het mandaat van de EU-Commissie valt. Daarover onderhandelt het voorzitterschap na overleg met de EU-lidstaten. Op grond van de thans overeengekomen teksten is de verwachting niet dat het ACTA-Verdrag noopt tot aanpassing van de Nederlandse strafwetgeving. De in het ontwerpverdrag omschreven inbreuken kunnen in Nederland reeds strafrechtelijk worden gesanctioneerd. Verder omvat het strafrechtelijk hoofdstuk in het ontwerpverdrag vooral een aantal bepalingen inzake onderwerpen die min of meer standaard zijn terzake strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen, strafbare deelnemingsvormen, en inbeslagneming en confiscatie.