Minister wil encryptiesleutel van verdachten opeisen

Afbeelding: Keys van Kit | Licentie: CC BY-NC-SA 2.0

Minister Opstelten wil verdachten kunnen dwingen om het wachtwoord, dat nodig is voor de toegang tot versleutelde informatie, op te geven.

In de brief schrijft de minister aan de Tweede Kamer onder meer:

Onlangs is de publiek-private pilot voor het tegenhouden van kinderpornografie door het filteren van uploads (pilot Leaseweb) afgerond en geëvalueerd. Er wordt teruggekeken op een geslaagde pilot die diverse leerpunten heeft opgeleverd.

De pilot heeft, na het overwinnen van enkele technische en organisatorische kinderziekten, bewezen dat bedrijven hun website kunnen beschermen tegen kinderpornoplaatjes die zijn opgenomen in de database van het KLPD, door codes van uploads te vergelijken met codes van plaatjes. Omdat de werkwijze alleen bekende plaatjes signaleert, de verspreiding van kinderpornografie ook gebeurt via andere (buitenlandse) dienstverleners en via TOR-servers, peer-to-peer-verbindingen, besloten nieuwsgroepen en andere digitale wegen, is het effect op de verspreiding van kinderpornografie in brede zin beperkt.

De pilot geeft echter wel een mooi voorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het is een “statement” dat deelnemende bedrijven maken in de strijd tegen kinderpornografie. De politie, het departement en de private partijen onderzoeken de komende tijd of en hoe ze een vervolg kunnen geven aan deze pilot.

In mijn brief van 27 januari 2012 heb ik uw Kamer bericht dat nader onderzoek verricht zal worden naar de mogelijkheid om verdachten in (onder andere) kinderpornozaken te verplichten om medewerking te verlenen bij het toegankelijk maken van gegevens op hun computer die met het gebruik van encryptie zijn versleuteld (ontsleutelplicht).

Inmiddels zit dit onderzoek in de afrondende fase. Uit de voorlopige resultaten komt naar voren dat de ontwikkelingen in het buitenland en in de techniek suggereren dat een ontsleutelplicht voor verdachten wel verenigbaar is met het nemo tenetur-beginsel (het recht dat verdachten niet actief mee hoeven te werken aan hun eigen veroordeling) en ook effectief zou kunnen zijn, mits een eventuele wettelijke regeling en de uitvoering daarvan met voldoende waarborgen is omkleed. Zo zal naarmate de dwang om mee te werken groter wordt en het afgedwongen materiaal een zwaardere rol heeft bij het bewijs, het publiek belang van de afgedwongen medewerking des te groter moeten zijn en zullen er meer waarborgen moeten zijn voor rechtsbescherming.

In de komende maanden wordt bekeken welke concrete mogelijkheden de uitkomst van dit onderzoek biedt voor het beleids- en wetgevingskader. Hierbij ben ik nog steeds van oordeel dat de mogelijkheden van een regeling in de Nederlandse strafwetgeving met een positieve grondhouding benaderd zullen worden. Wel zal een ontsleutelplicht op zichzelf staand niet altijd de ultieme oplossing zijn. Deze maatregel moet namelijk bezien worden in het geheel van maatregelen en instrumenten die deels zijn opgenomen in de brief over wetgeving cybercrime. Deze brief zal ik uw Kamer op korte termijn doen toekomen.